(1) Bewijsstuk #7: De manuscript bewijzen (2) Bewijsstuk #8: Brieven van de vroege kerk
(3) Bewijsstuk #9:Credo's in the
Nieuwe Testament 
(4) Bewijsstuk #10: Canonvorming van het
Nieuwe Testament 
   

3. De teksten van het Nieuwe Testament (2)

☼ Bewijsstuk #8: Brieven van de leiders van de vroege kerk

Een andere belangrijke bevestiging voor de autoriteit van ons Nieuwe Testament is de grote hoeveelheid citaten die we in brieven en andere geschriften van de leiders van de vroege kerk kunnen vinden.[1] Tijden zijn onderzoek vond Dean Burgon meer dan 86.000 citaten uit deze onafzienbare hoeveelheid informatie.[2]  Harold J. Greenlee wijst erop dat “Deze citaten zijn zo onafzienbaar dat het Nieuwe Testament hieruit virtueel, zonder het gebruik van enig ander New Testament geschrift, kan worden samengesteld.”[3]

Ondanks deze grote hoeveelheid citaten moeten de brieven van de vroege kerk met voorzichtigheid worden benaderd. De leiders van de vroege kerk hadden over het algemeen geen toegang tot veel geschreven materiaal van het Nieuwe Testament. Als gevolg daarvan werd vaak nogal vrij geciteerd (sommige schrijvers waren wel heel accuraat), alhoewel de intentie en boodschap van de originele tekst correct werd gereproduceerd. Daarnaast waren sommige schrijvers geneigd om fouten te maken of zelfs soms opzettelijke veranderingen aan te brengen. Daarom is de integriteit van de citaten niet voldoende om gebruikt te kunnen worden voor een accurate analyse voor de tekstuele varianten van het Nieuwe Testament.

De correspondentie van de vroege kerk is echter van groot belang voor twee andere redenen:

Vroege datering van het Nieuwe Testament: De citaten uit Nieuwe Testament teksten – en met name de evangeliën en de epistels van Paulus – uit brieven die gedateerd zijn in het vroege begin van de tweede eeuw, of zelfs tegen het einde van de eerste eeuw, bevestigen dat deze originele teksten in de vroege tweede helft van de eerste eeuw, gedurende de eerste generatie na de dood van Christus, geschreven zijn.

Vroege acceptatie als Heilige Schrift: Citaten van kerkleiders uit de evangeliën en epistels van zo’n vroege datum geeft getuigenis van de wijdverspreide erkenning dat deze teksten behoorden tot een informeel geaccepteerd Nieuw Testament Canon.

Een overzicht van de brieven van de vroege kerk

Onderstaand is een overzicht van de meest belangrijke brieven van de vroege kerkleiders uit wat vaak de Tijd van de Apostolische Vaders  (70-150 AD) en Vroege Kerkvaders (150-300 AD) wordt genoemd inclusief wat achtergrondinformatie over de schrijvers (zie ook tabel 11-1):[4]

Clemens van Rome’s epistel aan de kerk in Korinte (ca. 95-97 AD): Clements (ca. 30-100 AD) kwam waarschijnlijk uit Rome en had een niet-Joodse achtergrond. Als een discipel van Paul, was hij waarschijnlijk met Paul in Filippenzen (57 AD – hij is met name genoemd in Fillippenzen 4:2) en later in Rome. Clement,  een bisschop (ouderling)  in Rome, schreef aan de kerk in Korinte (zoals Paul dat voor hem had gedaan), en dit zijn zeer wel mogelijk de vroegste Christelijke brieven naast het Nieuwe Testament. Clement citeerde het Oude Testament uitgebreid als de Heilige Schrift, ook refereerde hij naar de woorden van Jezus zoals die te vinden zijn in de boeken van Matthëus, Markus en Lucas. Hij citeerde uit het boek van Romeinen, 1 Korinthiërs, en Hebreeën. Zijn brieven geven ook belangrijk bewijs voor de lijdensweg van de apostelen Petrus en Paulus en suggereren een missie van Paul naar de “westelijke grenzen” (Spanje?).

De zeven brieven van Ignatius (martelaarsdood gestorven in ca. 107 AD) Ignatius van Antiochië schreef zeven brieven terwijl hij onder gewapende escorte onderweg naar Rome was waar hem de martelaarsdood wachtte (ca.107 AD). Hij schreef aan de kerken in de plaatsen die hij passeerde: Philadelphia en Smyrna en aan kerken die hem afgevaardigden stuurde om hem op zijn laatste reis te bezoeken: Efeze, Tralles en Magnesia. Hij stuurde een brief vooruit naar de kerk in Rome om hun tussenkomst met de autoriteiten (om zijn executie te verhinderen), te voorkomen. Tenslotte schreef hij ook aan Polycarpus, de bisschop van Smyrna. Zijn referenties naar het Nieuwe Testament waren of losse citaten die hij zich wist te herinneren of waren zinspelingen, maar kwamen uit de boeken van Matthëus, Lucas en Johannes als ook Romeinen, 1 Korinthiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, Kolossenzen en 1 Tessalonicenzen. Sommigen claimen ook referenties/zinspelingen aan andere brieven van Paulus, Hebreeën, Jacobus en 1 Petrus. 

Nieuwe Testament bevestigingen door de Vroege Kerk

 

 

Clemens van Rome

Bisschop van Rome

Ignatius

Op weg naar Rome

Polycarp

Bisshop van Smyrna

Aan wie:

Korinte

7 brieven

Philippi

Wanneer:

95 AD

110 AD

115 AD

Citeert van:

Matthëus, Markus, Lucas, Romeinen,

1 Korinthiërs, Hebreeën

Matthëus, Lucas, Johannes, Romeinen, Kolossenzen ,

1 Korinthiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen,

1 Tessalonicenzen

Matthëus, Markus, Handelingen, Romeinen,

1&2 Korinthiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, 1&2 Timothëus, 1 Petrus, 2 Johannes

Refereert aan:

Johannes, Handelingen, Jacobus, 1 Petrus, Efeziërs

Hebreeën, Jacobus,

1 Petrus

 

Samen bevestigen zij het bestaan van 20 van de 27 boeken rond 115 AD

Tabel 11- 2 Vroege bevestigingen van het Nieuwe Testament

De brief van Polycarpus aan de Filippenzen (ca. 115 AD): Geboren in een Christelijke familie, Polycarpus van Smyrna (ca. 70-156 AD) was waarschijnlijk een discipel van de apostel Johannes. Het verhaal over zijn dood, zoals dat is omschreven in een brief van de kerk uit Smyrna aan de kerk van Fillipi, is het eerste verhaal van een martelaarschap in de brieven van de vroege kerk. Zijn brief aan de Filippenzen is bewaard gebleven en toont sterke apostolische invloeden. Hij citeert talrijke keren uit de boeken van Matthëus, Markus, Handelingen, Romeinen, 1 en 2 Korinthiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, 1 en 2 Timothëus, 1 Petrus (10 keer) en 2 Johannes.

De brief van Barnabas (ca. 100 AD): De schrijver van dit epistel was waarschijnlijk een Alexandriaanse Jood uit de tijd van Trajan en Hadrian. Zijn naam is misschien Barnabas geweest, maar hij was naar alle waarschijnlijkheid niet dezelfde Barnabas die we kennen uit het boek van Handelingen. Wie het ook heeft geschreven, het is in het algemeen gedateerd aan het einde van de eerste eeuw. Norman Geisler dateert deze brief zelfs rond 70-79 AD.[5] Het heeft diverse citaten van Matthëus en bevat diverse losse aanhalingen uit de boeken van Johannes, Romeinen en 2 Petrus.

De Pastor van Hermas (ca. 115-140): Deze tekst was door een zekere Hermas uit Rome geschreven in de periode 140 en 150 AD. “Vrije” citaten vanuit het geheugen en zinspelingen op het Nieuwe Testament zijn in dit schrijven duidelijker aanwezig dan in vroegere werken. Alle drie de delen van de Pastor citeren het Nieuwe Testament, inclusief Matthëus en Marcus en ook epistels zoals 1 Korinthiërs, Hebreeën, Jacobus, 1 Petrus en 1 Johannes. 

De Didache (ca. 100-150 AD): De Didache, of Het onderwijs van de twaalf apostels, is pas in 1873 ontdekt en is 10 jaar later gepubliceerd.[6] Er is geen datum bekend, maar interne analyse suggereert de eerste helft van de tweede eeuw. De Didache werd alom in de vroege kerk gebruikt als een handboek. Het patroon van losse citaten en zinspelingen is gelijk aan dat van de Pastor. Talrijke referenties naar de boeken van Matthëus, Marcus en Lucas demonstreren het wijdverspreide gebruik van de evangeliën tegen het midden van de tweede eeuw. Andere citaten bevatten de boeken Romeinen, 1 Korinthiërs, Hebreeën, 1 Johannes en Judas.

Papias (ca. 60-130 AD): De informatie betreffende Papias van Hierapolis en zijn werk is geleverd door Eusebius van Caesarea en Irenaeus van Lyon. Volgens Irenaeus, had Papias de apostel Johannes horen preken en was hij bekend met Polycarpus. Eusebius vermeldde zijn Uitleg van de gezegden van de Heere. Papias beweerde dat Marcus de evangelist nooit echt Jezus had gehoord, maar dat hij een tolk van Petrus was geweest.Hij gaf een nauwkeurig verslag van alles wat hij zich van de preek van Petrus kon herinneren. Papias bevestigde ook dat Matthëus de gezegden van Jezus in het Hebreeuws schreef. Irenaeus  begreep hieruit dat dit refereerde aan Hebreeuwse gebruiken in het Matthëus evangelie, ofschoon Origenes dacht dat dit betekende dat Matthëus het evangelie oorspronkelijk in het Hebreeuws had geschreven. Het belang van Papias als een vroege getuige voor het bestaan en het auteurschap van zowel het boek van Matthëus als van Marcus mag niet worden onderschat. Traditioneel zijn Papias brieven tussen 120-130 AD gedateerd, alhoewel er een overtuigende claim is dat de datum zelfs voor 110 AD is geweest![7]

Justinus de Martelaar (ca.100 – martelaarsdood gestorven in 165 AD):  Justinus, alhoewel van Griekse afkomst, werd in Palestina dicht bij de moderne stad van Nablus in Samaria geboren. Gedurende een periode onderwees hij Christelijke filosofie in Efese vanwaar hij in 135 AD vertrok en naar Rome ging. Hier onderwees en schreef hij totdat hij tijdens het bewind van Marcus Aurelius de martelaarsdood onderging. Justinus was een van de eerste apologeten (geloofsverdedigers). Slechts twee van zijn drie verhandelingen zijn bewaard gebleven: zijn eerste Apologia (het tweede is misschien niet authentiek) en zijn Dialogus cum Tryphone (Dialoog met Tryphone). Samen met zo’n 266 zinsneden zijn er meer dan 330 citaten van het Nieuwe Testament in zijn werk aangetroffen.

Andere grote namen uit de vroege kerk zijn Clemens van Alexandrië (ca. 150-215), Tertullianus (ca.160-220),  Hippolytus (ca. 170-236), Origines (ca. 185-254) en Cyprianus (ca. 195-258). Een groot aantal van hun geschriften zijn bewaard gebleven en duizenden citaten van het Nieuwe Testament kunnen hierin worden herkend. Meer dan 36.000 citaten[8] van het Nieuwe Testament zijn in geschriften gevonden voordat het Concilie van Nicea in 325 AD plaatsvond.

Het bovenstaande bevestigd dat het Nieuwe Testament al voor 95-100 AD beschikbaar was, dus 65-70 jaar na de opstanding van Christus. Deze brieven helpen ook met het vaststellen van de absoluut oudste data waarop deze documenten zijn geschreven. We zullen de datering van de evangeliën in een later hoofdstuk bespreken, op dit moment gebruiken we de brieven om vast te stellen dat op zijn minst 20 van de 27 boeken van het Nieuwe Testament (behalve Titus, Filemon, 2 Petrus, 1 en 2 Johannes, Judas en Openbaring) wijd en zijd circuleerden in de vroege kerken rond het jaar 100 AD.

vorming van het Nieuwe Testament

Tijdslijn van het Nieuwe Testament

Lees meer over: (3) Bewijsstuk #9:Credo's in the Nieuwe Testament 


[1] De eerste generatie na de apostelen, dus die leefden in het eerste deel van de tweede eeuw, worden ook wel de Apostolische Vaders genoemd. Latere generaties van leiders in de kerk worden ook wel de kerkvaders genoemd. Vanwege het wat geladen begrip “vader” zal dit boek de verwijzing “vroege kerk leiders” gebruiken.

[2] McDowell , Josh; Stewart, Don Douglas: Answers to Tough Questions. Nashville : 1993.

[3] Harold J Greenlee , Introduction to New Testament Textual Criticism (1977), pagina 54.

[4] Van J.D. Douglas, Philip Wesley Comfort, Donald Mitchell: Who's Who in Christian History (1992), Norman L. Geisler , William E. Nix , A General Introduction to the Bible. (1986) pages 421-430, The Ante-Nicene Fathers Volume I through X: Translations of the Writings of the Fathers Down to AD 325 (1997) en andere eerder genoemde bronnen.

[5] Norman L. Geisler , William E. Nix : A General Introduction to the Bible (1986), pagina 421.

[6] Fahlbusch, Erwin; Bromiley, Geoffrey William: The Encyclopedia of Christianity (2003), Volume 1, pagina 112.

[7] Richard Bauckman, Jesus and the Eyewitnesses (2006), pagina’s 12-15.

[8] Josh McDowell  in New Evidence that Demands a Verdict, (1999), pagina’s 44-45.

Windmill Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging  voor het Christendom
Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs

Vertel een vriend over deze pagina: 

SIP's Top Christian Books Sites - Free Traffic Sharing Service! JCSM''s Top 1000 Christian Sites - Free Traffic Sharing Service! Top Christian Web Sites The Fundamental Top 500