Zelfs voor het
Nieuwe Testament was geschreven formuleerde en gebruikte de vroege
kerk credo’s (geloofsbelijdenissen) om hun geloof te belijden en te delen. Een
credo (van het Latijnse “credo” wat betekent: “Ik geloof”) is
een uit het geheugen opgezegde verklaring die werd verkondigd, gedeeld
en doorgegeven onder de gelovigen tijdens de samenkomsten van de
vroege kerk. Veel van de credo’s werden geïncorporeerd in de boeken
van het Nieuwe Testament, sommigen al zo vroeg als in de evangeliën,
maar andere in apostolische brieven.[1] Deze mondelinge
belijdenissen van geloof waren oorspronkelijk in het Aramees en zijn
gemakkelijk te herkennen omdat ze een afwijkende stijl hebben van de
andere passages, Aramese woorden gebruiken en/of worden vaak geïntroduceerd
met een “want ik heb van den
Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb” introductie.
Als we ze terugvertalen naar het origineel, hebben de meeste credo’s
poëtische kenmerken en klinken als oude gezangen.[2]
Dit was zo gemaakt om het makkelijker en beter te kunnen onthouden. De twee credo’s
die verreweg het belangrijkste zijn, zijn Jezus’ woorden over het
delen van het brood en de wijn gedurende het laatste avondmaal in 1
Korinthiërs 11:23-29 en Paul’s getuigenis over de wederopstanding
genoemd in 1 Korinthiërs 15:3-8 (we zullen dit credo uitgebreider
ontleden wanneer we in een later hoofdstuk de bewijzen voor de
opstanding bespreken[3]). Andere credo’s
worden in Romeinen 1:3-4 en 10:9, 1 Timothëus 3:16, 2 Timothëus 2:8
en Filippenzen 2:6-11 aangetroffen. Credo’s kunnen ook in de preken
van Petrus en Paulus in het boek van Handelingen gevonden worden. Deze credo’s
zijn de oudste Christelijke getuigenissen voor Jezus Zijn ministerie,
Zijn onderwijs en opstanding. Sommige credo’s zijn zelfs in het
midden van de jaren 30 AD, slechts een paar jaar na de opstanding,
gedateerd. Zelfs de meest kritische bijbelgeleerde erkent dat deze
credo’s als betrouwbare ooggetuigenverslagen (die buitengewoon dicht
bij de oorspronkelijke gebeurtenissen liggen), moeten worden
geaccepteerd.
Tijdslijn van het Nieuwe Testament Lees meer over: (4) Bewijsstuk #10: Canonvorming van het Nieuwe Testament
[1] Gary R. Habermas , The Historical Jesus (1996), hoofdstuk 7 en andere bronnen. [2] F.F. Bruce in The New Testament Documents (1943), pagina 36. [3] Zie hoofdstuk 21, Bewijsstuk #8: De verschijningen van de verrezen Jezus. .
|
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |