Wie schreef het
Nieuwe Testament?
Het Nieuwe
Testament heeft 27 individuele boeken waarvan de meerderheid (21)
bestaat uit een verzameling brieven die geschreven zijn aan een
bepaalde persoon, een bepaalde kerk of aan de gelovige gemeenschap in
het algemeen. De meeste van deze epistels zijn geschreven in een stijl,
welke in die tijd gebruikelijk was, waarbij de naam van de schrijver
aan het begin van de brief staat (uitzonderingen hierop zijn de boeken
van Hebreeën en 1, 2 en 3 Johannes).
Daarnaast maakt het boek van Openbaring diverse expliciete
aanspraken op het auteurschap van de apostel Johannes. De meeste
epistels en het boek van Openbaring zijn daarom duidelijk over de
identiteit van de schrijver. We hoeven alleen maar te verifiëren of
de naam inderdaad verwijst naar de persoon die wij denken dat bedoeld
wordt (de afwezigheid van achternamen maakt dit wat moeilijker) en we
moeten er zeker van zijn dat deze epistel echt is en geen vervalsing. De evangeliën en
het boek van Handelingen vermelden geen naam van een schrijver.
Gelukkig zijn er de tradities van de vroege kerk, alsmede een aantal
indicaties in de documenten zelf, die ons aanwijzigen en
aanknopingspunten over de identiteit van de schrijver geven. Auteurschap en
datum zijn nauw met elkaar verbonden. Zoals we eerder hebben kunnen
lezen waren de belangrijkste criteria voor de canonvorming van de
boeken van het Nieuwe Testament het auteurschap van een persoonlijke
discipel/apostel van Jezus of van iemand die nauw bij Hem betrokken
was geweest. De datum voor het boek moet uiteraard binnen het leven
van de voorgestelde auteur liggen. En daarom zullen we ze tezamen
onderzoeken. In tegenstelling
tot het Oude Testament zijn alle boeken van het Nieuwe Testament in de
tijdsduur van een generatie geschreven. Waarschijnlijk kenden alle
schrijvers elkaar. Sommigen kenden elkaar erg goed (zoals Petrus en
Johannes), sommigen alleen op afstand (zoals Paulus en Jacobus,
terwijl anderen elkaar misschien nooit in persoon hadden ontmoet, maar
toch heeft een ieder van alle anderen afgeweten. Logisch gezien
kunnen de boeken in de volgende groepen worden verdeeld: ·
De
synoptische evangeliën en Handelingen:
Beschrijvingen van de geboorte, het leven, de evangeliebediening, het
overlijden, en de opstanding van Jezus zoals isweergegeven in de
evangeliën door Matthëus, Marcus en Lucas, alsmede de geschiedenis
van de apostolische kerk en Paulus zijn evangelisatiereizen. ·
Het
Evangelie van Johannes: Het
onderwijs, de evangeliebediening, dood en opstanding van Jezus
vastgelegd door de apostel Johannes. ·
De
brieven van Paulus: Een
collectie van 13 onderwijzende brieven geschreven door de apostel
Paulus aan zeven kerken die hij had gestart en aan sommige van zijn
meest intieme discipels. ·
De
andere epistels en het boek van Openbaringen:
Acht andere (onderwijzende) brieven geschreven aan diverse kerken en
Christenen door de apostelen Petrus en Johannes en door Jacobus en
Judas, beiden (half)broers van Jezus. Het boek van Openbaring is
gericht aan kerken die intense achtervolging zullen ondergaan. Vanuit een
bewijsperspectief zijn de evangeliën, het boek van Handelingen en de
brieven van Paulus de meest belangrijke teksten en daarom zullen we
onze discussie tot deze boeken limiteren.
Wie schreef de
evangeliën?
De evangeliën
(Matthëus, Marcus, Lucas en Johannes) worden door vele personen
gezien als de heiligste Christelijke geschriften. Zij proclameren door
middel van dramatische verhalen, vastgelegde preken, uitspraken en
theologische uiteenzettingen het verhaal van Jezus en de betekenis van
Zijn leven, kruisiging en opstanding. De evangeliën worden
grotendeels als het gezaghebbende verslag van Jezus’ woorden en
daden gezien. Het zijn de recollecties van de oorspronkelijke
discipelen (zoals Matthëus en Johannes) of van nauw betrokkenen bij
de apostelen (zoals Marcus en Lucas). Maar wie schreef
het evangelie van Matthëus? Het meest voor de hand liggende antwoord
is Matthëus, maar niet iedereen is het daarmee eens. Vele
bijbelgeleerden zijn van mening dat er geen overtuigend bewijs is dat
zelfs maar een van de evangeliën inderdaad is geschreven door degene
naar wie het is vernoemd. In een poging om de geloofwaardigheid van de
teksten te verhogen werd de naam misschien later, door een onbekend
persoon, met het evangelie
verboden. Dit is de mening
van bijbelcritici die de, in de evangeliën, vermelde wonderen
afwijzen en beweren dat de verrijzenis slechts een legende is. Men kan
zich alleen maar afvragen wat voor bewijs zulke critici ooit zou
kunnen overtuigen. Kennis over de Bijbel is geen garantie voor
objectiviteit en het is duidelijk dat vele kundige bijbelgeleerden
persoonlijke agenda’s hebben. Dit laat nogmaals het belang van het
onderzoeken van bewijzen van beide zijden van elk meningsverschil zien. Informatie over de
auteurs komt van twee bronnen: Externe bewijzen:
Uitspraken die over het evangelie gemaakt zijn door niet-Bijbelse
bronnen, inclusief de leiders van de vroegchristelijke kerk alsmede de
Christelijke tradities.
Interne bewijzen:
Wat voor aanwijzingen geven de evangeliën zelf over de schrijver?
Tijdslijn voor het schrijven van het Nieuwe Testament Lees meer over: (2) Bewijsstuk #11: Synoptische gospels en Handelingen [1] Homilies on Joshua, geschreven kort voor Origenes ’ dood. |
||||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |