(1) Wat zijn "verloren boeken" (2) Gnosticisme, gnostiek en de gnostische beweging
(3) De Nag Hammadi documenten  (4) Bewijsstuk #14: De "verloren boeken" waren nooit verloren 
   

5. De "verloren" boeken van het Nieuwe Testament (2)

Gnosticisme, gnostiek en de gnostische beweging

De meeste bekende – vanaf het begin als ketterij beschouwde – stroming in de tijd van de vroege kerk is de gnostische beweging. Wat gelooft iemand die een gnosticus is? Helaas is hierop geen eenvoudig antwoord te geven. De term is afgeleid van het Griekse woord “gnosis” (gnōsis) hetgeen simpelweg “kennis” betekend. Gnosticisme ontstond in de Mediterranese wereld en het Nabije Oosten ongeveer in dezelfde tijd als, maar onafhankelijk van, het primitieve Christendom. Het bereikte zijn top in de derde eeuw. In de breedste zin is Gnosticisme een religieus dogma gebaseerd op een gezichtspunt van speciale kennis. Door de tijd heen is het een verzamelbegrip geworden voor alles wat ingaat tegen het orthodoxe Christendom. Een goede illustratie hiervan is de verwarring in de Nag Hammadi documenten. De documenten worden beschouwd gnostisch te zijn, maar tonen onderling aanzienlijke verschillen.

Onze aanpak is om enige gemeenschappelijk karakteristieken van gnostische documenten te definiëren:[1]

  • Dualisme: De ware en “goede” God is anders dan de “slechte” Schepper God in Genesis.
  • Kosmogonie: De fysieke materiele wereld is slecht. Licht, de ziel, geest en kennis zijn goed.
  • Verlossing: Verlossing en vergeving kunnen alleen worden ervaren door kennis. Het vlees (het fysieke) kan niet verlost worden. Daarom is er geen verrijzenis van het lichaam uit de dood mogelijk.
  • Eschatologie: Het begrip waar het bestaan naar toe leidt, namelijk: de verlossing van de ziel en herstel van de schepping in zijn volledigheid waar goedheid leeft (gescheiden van de slechte fysieke wereld van materie en vlees).
  • Sekte en gemeenschap: De erediensten, sacramenten en de mensen die deze wereldvisie geloven en beleven.

Gnosticisme begon de wijdverspreide Christelijke gemeenschap tegen het einde van de eerste eeuw te beďnvloeden. Kijk bijvoorbeeld is nader naar Johannes 4:2-3 (nadruk toegevoegd): “Hieraan kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God; En alle geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld.” Deze tekst, geschreven door de apostel Johannes in de periode 80-90 AD ontkent gnostische claims dat de Goddelijke Jezus geen mens (“vlees”) kon zijn geweest. Gnostici argumenteerden dat al het vlees, ofwel de gehele fysieke wereld, slecht is.

De welbekende “apostolische geloofsbelijdenis[2] (Engels: Apostles’ creed) dateert uit de derde eeuw en was afgeleid van de Oude Romeinse geloofsbelijdenis uit de tweede helft van de tweede eeuw. Deze Oude Romeinse geloofsbelijdenis was ontwikkeld in de Christelijke gemeenschap om met name het Gnosticisme te bestrijden (de antignostische uitspraken zijn onderlijnd):

“Ik geloof in een God en Vader Almachtig. En in Jezus Christus zijn enige Zoon onze Heer, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria; Die is gekruisigd onder Pontius Pilatus en begraven. De derde dag verrezen uit de doden, die opgestegen is ten Hemel, zit aan de rechterhand van God de Almachtige Vader, van daar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in de Heilige Geest; de heilige Kerk; de vergeving van de zonden; de verrijzenis van het lichaam.”

Een nog vroeger fragment van dit credo – waarschijnlijk geschreven tegen het einde van de eerste eeuw – zegt simpelweg (wederom antignostische nadruk tonende):

“Ik geloof in een God en Vader Almachtig. En in Jezus Christus zijn enige Zoon onze Heer. En in de Heilige Geest; de heilige Kerk,  de verrijzenis van het lichaam.”

Veel van de schrijvers van de vroege kerk bestreden met hand en tand de gnostische invloeden in hun brieven aan de Christelijke gemeenschap. Voorbeelden hiervan kunnen gevonden worden in twee brieven van Ignatius[3] (ca. 105-107 AD) en de vele werken van Justinus de Martelaar (ca. 160 AD),  Hegesippus (ca. 170 AD), Irenaeus (ca. 170-180 AD), Clemens van Alexandrië (ca. 195 AD) en Tertullianus (ca. 210 AD).

“Gnostisch Christendom” versus “Traditioneel Christendom”

Sommige bijbelcritici van vandaag – door sommigen ook wel  De Nieuwe School” genoemd – stellen dat in de geboortetijd van het Christelijk geloof het huidige Christendom niet de enige interpretatie van Jezus’ onderricht[4] was. Zijn beweren dat alternatieven, zoals de gnostische interpretaties (“Gnostisch Christendom”) ook werden overwogen. Na een strijd tussen de diverse concepten won de visie van het “Traditionele Christendom” en werden de andere vroege vormen van het Christendom onderdrukt, hervormd of zelfs vergeten. De Nieuwe School claimt dat recente ontdekkingen van nieuwe evangeliën deze alternatieven aan het licht brengt. Velen promoten een opknapbeurt van het traditionele geloof als een bevrijding van het huidige Christendom wat volgens sommigen een oud, vermoeiend, beperkend en bekrompen geloof is.

Zoals we hebben gezien vocht de vroege kerk agressief tegen de gnostische claims en invloeden. De antignostische verzen worden echter alleen gevonden in de later geschreven Nieuwe Testament boeken, zoals 1 Johannes, tegen het einde van de eerste eeuw. Indien inderdaad het gnosticisme een grote zorg voor de apostelen was geweest, dan zouden we verwachten veel meer antignostische verzen in de Bijbelboeken aan te treffen. Derhalve is het logisch te veronderstellen dat de gnostische invloeden pas 50 tot 60 jaar na de geboorte van het Christendom het geloof begonnen te beďnvloeden. Dit impliceert dat:

  • “Traditioneel Christendom” en “Gnostisch Christendom” niet in parallel zijn ontwikkeld. Het traditioneel Christendom was reeds breed geaccepteerd, alle (behalve een paar) boeken van het Nieuwe Testament waren reeds geschreven ruim voor de gnostische concepten begonnen op te spelen. Daarom kan Gnostisch Christendom geen alternatieve interpretatie van het onderricht van Christus zijn met dezelfde historische basis als het Bijbel gebaseerde Christendom. Nee, het is een sekte die additionele openbaring claimt om wijzigingen aan het bestaande geloof te kunnen aanbrengen.
  • Gnostische Christelijke “evangeliën” kunnen daarom niet geschreven zijn voor het einde van de eerste eeuw omdat Gnostisch Christendom voor die datum nog niet bestond. Ons overzicht van de diverse “evangeliën” en het bewijs voor hun authenticiteit zouden deze conclusie moeten bevestigen.

Lees meer over: (3) De Nag Hammadi documenten 

 


[1] Van Dr. Darell L Bock, The Missing Gospels (2006), pagina 18-21. Bock bebruikt material van Dr. Kurt Rudolph’s werk  Gnosis, the Nature and History of Gnosticism (1983), pagina 57-59.

[2] Wordt ook wel het Apostolicum genoemd. Zie ook Appendix D: Vroege Christelijke credo’s.

[3] Ignatius ’ brief aan de kerk van Tralles (Volume 1, pagina 70), en zijn brief aan de kerk van Smyrna (Volume 1, pagina’s 88-89).

[4] Darell L. Bock, The Missing Gospels (2006), pagina’s ‘xx’ – ‘xxiii’.

Windmill Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging  voor het Christendom
Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs

Vertel een vriend over deze pagina: 

SIP's Top Christian Books Sites - Free Traffic Sharing Service! JCSM''s Top 1000 Christian Sites - Free Traffic Sharing Service! Top Christian Web Sites The Fundamental Top 500