(1) Wat zijn "verloren boeken" (2) Gnosticisme, gnostiek en de gnostische beweging
(3) De Nag Hammadi documenten  (4) Bewijsstuk #14: De "verloren boeken" waren nooit verloren 
   

5. De "verloren" boeken van het Nieuwe Testament (1)

Beproeft alle dingen; behoudt het goede.”

1 Tessalonicenzen 5:21

Wat zijn de “verloren boeken” van het Nieuwe Testament? Is het mogelijk dat God inderdaad boeken verloren heeft laten gaan? Of zijn deze boeken niet verloren gegaan maar wellicht afgewezen door de vroege kerk?

Gesteund door de grotere beschikbaarheid van onderzoeksmiddelen en recentelijk ontdekte oudheidkundige teksten (zoals de Dode Zeerollen en de bibliotheek van Nag Hammadi), zijn veel bijbelcritici nu op een speurtocht naar nieuwe ontdekkingen in een poging om het Nieuwe Testament en de persoon van Jezus Christus in diskrediet te brengen.

In dit hoofdstuk zullen we deze, nu in het media zoeklicht staande, teksten onderzoeken. Zijn er echt “verloren-en-nu-gevonden” teksten? Staan we aan de rand van een herdefinitie van het Christendom? Of zijn deze boeken en “evangeliën”, welke door de vroege kerk leiders werden verworpen, inderdaad niet relevant, door latere generaties geschreven of wellicht zelfs van anti-Christelijke bronnen?

Waarom zijn deze boeken niet in het Nieuwe Testament opgenomen?

Indien deze pas “ontdekte” boeken inderdaad betekenisvolle spirituele inzichten verschaffen of een serieuze historische waarde hebben, dan zou de vroege kerk daarvan op de hoogte geweest moeten zijn. Het lijkt niet aannemelijk om te veronderstellen dat een authentiek evangelie of een betrouwbare brief onbekend zou zijn gebleven en niet tenminste zou zijn overwogen als kandidaat voor de canon.

Maar, waarom staan deze geschriften niet in het Nieuwe Testament? Logischerwijs zijn er slechts drie alternatieve verklaringen:

Ze zijn later geschreven: De datum waarop het is geschreven is de voornaamste reden om enige tekst niet in het Nieuwe testament op te nemen. Alle documenten in de canon zijn tijdens het leven van de apostelen geschreven, in principe allemaal voor 90 AD, maar zeker niet later dan het jaar 100 AD. Vele authentieke Christelijke geschriften (zoals de eerder uitgebreid besproken en vaak aangehaalde correspondentie van de leiders van de vroege kerk) zijn niet in de canon omdat ze te laat zijn geschreven en daarom te ver verwijderd zijn van de generatie van ooggetuigen. Een paar bijbelgeleerden betogen dat sommige boeken van het Nieuwe Testament ook later zijn geschreven, maar dit is slechts de mening van een minderheid en dit wordt niet ondersteund door objectieve informatie. De vier evangeliën, Handelingen en de brieven van Paulus voldoen allemaal zonder moeite aan dit criterium. Derhalve kunnen “verloren boeken” die niet gedateerd zijn in de eerste eeuw nooit gelijk zijn in betekenis en autoriteit als de boeken die wel in het Nieuwe Testament zijn opgenomen.

Ze zijn niet van een apostolische bron: Zelfs als een document getraceerd kon worden naar de eerste eeuw dan zou het ook moeten voldoen aan een tweede criterium: de schrijver moest nauw betrokken zijn geweest bij Jezus of een van de apostelen. Dit was immers de enige manier waarop waarheidsgetrouwe informatie zeker gesteld kon worden en mythen en legenden (of zelfs ketterijen) vermeden konden worden. Het epistel van Clemens van Rome aan de kerk in Korinte bijvoorbeeld werd uiteindelijk om deze reden verworpen voor de canon. Dit epistel is zeker authentiek maar niet geschreven door iemand die zelf dicht genoeg bij Jezus was geweest.

Ze werden als niet relevant of als ketterij beschouwd: Zelfs als een document dateerde van de eerste eeuw en was geschreven door iemand dicht bij Jezus, dan zou het nog zijn verworpen indien het als irrelevant of als ketterij was beschouwd. Documenten in deze categorie verdienen serieuze aandacht omdat ze wellicht nieuwe informatie bevatten en/of door de eeuwen heen (opzettelijk) zijn weggestopt.

De apostelen waarschuwden voor valse getuigenissen

Al gedurende het leven van de apostelen staken valse getuigenissen over Christus en het evangelie de kop op in de jonge Christelijke gemeenschap. Expliciete waarschuwingen tegen ketterij kunnen worden gevonden in de teksten van Lucas, Paulus en Johannes:

“Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed. Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen. En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich” (Afscheidspreek van Paulus aan de ouderlingen van de kerk in Efeze, Handelingen 20:28-30).

“Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren. Doch al ware het ook, dat wij, of een engel uit den hemel u een Evangelie verkondigde, buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Gelijk wij te voren gezegd hebben, zo zeg ik ook nu wederom: Indien u iemand een Evangelie verkondigt, buiten hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt” (de woorden van Paulus in de opening van zijn brief aan de kerken in Galatië, Galaten 1:7-9)

“Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. kent gij den Geest van God: alle geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God; En alle geest, die niet belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, die is uit God niet; maar dit is de geest van den antichrist, welken geest gij gehoord hebt, dat komen zal, en is nu alrede in de wereld” (1 Johannes 4:1-3).

Onder de eerder genoemde correspondentie van de vroege kerk leiders circuleerden talrijke teksten met aanspraken op apostolische autoriteit, maar de meesten waren overduidelijk onecht. Er verschenen zelfs zoveel van dit soort documenten dat je kon spreken van een “apocriefe drukkerij”. De meeste van deze documenten zijn waarschijnlijk geschreven door goedbedoelende gelovigen die probeerden de “gaten” in het Nieuwe Testament op te vullen. Bijvoorbeeld het welbekende Jeugd Evangelie van Thomas (Engels: “Infancy Gospel of Thomas”) uit de tweede eeuw beschrijft Jezus in Zijn kinderjaren. Verhalen zoals het Evangelie van Nicodemus (waarschijnlijk derde eeuw), de Handelingen van Johannes (tweede tot derde eeuw), de Handelingen van Petrus (einde van de tweede eeuw) en de Handelingen van Paulus (tweede tot derde eeuw)[1] beschrijven allemaal fictieve maar wonderbaarlijke avonturen van de apostels Johannes, Petrus en Paulus.  Deze “apocriefe drukkerij” verhalen zijn zelden serieus in overweging genomen. Ze hebben goedgedocumenteerde late datums en de zwaar overdreven verhalen diskwalificeren ze nagenoeg onmiddellijk.

We zullen eerst het begrip gnosticisme definiëren wat alom wordt beschouwd als de meest overheersende alternatieve denkwijze in de tijd van de vroege kerk. Daarna zullen we de bron en achtergrond van veel van de recent ontdekte teksten, de Nag Hammadi verzameling, verder bespreken.

Lees meer over: ((2) Gnosticisme, gnostiek en de gnostische beweging


[1] Voor de teksten van deze apocriefe boeken zie bij voorbeeld Willis Barnstone, The Other Bible (1984).

Windmill Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging  voor het Christendom
Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs

Vertel een vriend over deze pagina: 

SIP's Top Christian Books Sites - Free Traffic Sharing Service! JCSM''s Top 1000 Christian Sites - Free Traffic Sharing Service! Top Christian Web Sites The Fundamental Top 500