(1) Bewijsstuk 18: Bevestigingen van niet-chirstenen (2) Flavius Josephus
(3) Cornelius Tacitus  (4) Andere niet-christeljke werken 
   

7. De getuigenis van niet-christelijke schrijvers (4)

Gaius Suetonius  Tranquillus (ca. 130 AD)

Over de Romeinse historicus Gaius Suetonius  Tranquillus is niet veel meer bekend dan dat hij de hoofdsecretaris voor Keizer Hadrianus (117-138 AD) was met toegang tot de keizerlijke archieven. Suetonius maakt twee verwijzingen naar Christus en de Christenen:

 “Because the Jews at Rome caused continuous disturbances at the instigation of Chrestus [Christus], he [Claudius] expelled them from the city.” [1]

Dit citaat refereert naar een opstand in de Joodse gemeenschap in Rome in 49 AD waardoor Claudius besloot de Joden uit de stad te verbannen. Dit is waarschijnlijk wat Aquila en Priscilla was overkomen zoals genoemd in Handelingen 18:2: “En [Paulus] vond een zekeren Jood, met name Aquila, van geboorte uit Pontus, die onlangs van Italie gekomen was, en Priscilla, zijn vrouw, (omdat Claudius bevolen had, dat al de Joden uit Rome vertrekken zouden), en hij ging tot hen.”

Suetonius ’ tweede verwijzing is naar Nero’s vervolging van de Christenen:

 “After the great fire at Rome …Punishments were also inflicted on the Christians, a sect professing a new and mischievous religious belief.” [2]

In deze twee verwijzingen bevestigt Suetonius dat:

  • In 49 AD de Joden in Rome “verstoringen” veroorzaakte vanwege Christus. Klaarblijkelijk was er toen reeds een Christelijke kerk in Rome (slechts 16 jaar na de Opstanding).
  • In 64 AD werden Christenen vervolgt door Nero (en blijkbaar was er toen reeds een Christelijke gemeenschap in Rome die groot genoeg was om als dusdanig geïdentificeerd te kunnen worden).

Thallus (ca. 52 AD) via Julius Africanus (ca. 221 AD)

Een ietwat twijfelachtige verwijzing naar gebeurtenissen tijdens de kruisiging komt indirect via de (derde eeuwse) vroege kerk schrijver Julius Africanus. Hij refereert naar een verloren gegaan historisch werk uit de eerste eeuw van de Samaritaanse historicus Thallus. Julius Africanus (160-240 AD) schrijft:

 “On the whole world there pressed a most fearful darkness; and the rocks were rent by an earthquake, and many places in Judea and other districts were thrown down. This darkness Thallus, in the third book of his History, calls, as appears to me without reason, an eclipse of the sun…Phlegon records that, in the time of Tiberius  Caesar, at full moon, there was a full eclipse of the sun from the sixth hour to the ninth—manifestly that one of which we speak. [3]

Blijkbaar probeerde Thallus in 52 AD een mysterieuze duisternis (de duisternis die vermeld staat in Matthëus 27:45 gedurende de kruisiging van Jezus?) uit te leggen als een zonsverduistering. Julius Africanus beargumenteert dat er in het midden van een complete maancyclus (de Joodse maand Nisan was gebaseerd op een maancyclus, de 14de van die maand was het pasha, het Joodse paasmaal) geen zonsverduistering mogelijk is. Tevens verwijst hij naar de ook verloren gegane werken van Phlegon die deze verduistering ook had beschreven.

De indirecte verwijzing en de link naar de kruisiging maken dit citaat kwetsbaar voor kritiek. Echter het blijft intrigerend om een verwijzing naar een bovennatuurlijke gebeurtenis door een niet-christelijke bron te vinden.

Plinius  de Jongere (ca. 61-113 AD)

Gaius Plinius Caecilius Secundus minor (bijgenaamd minor, d.i. de Jongere) was de neef en (na de dood van zijn vader) ook  geadopteerde zoon van Plinius de Oudere. Rond het jaar 110 AD wordt Plinius door zijn vriend keizer Trajanus naar Bithynia (in wat we nu kennen als Turkije) gestuurd om een aantal ongeregeldheden in het bestuur aldaar te onderzoeken. Gedurende deze tijd schreef hij de keizer om advies te vragen over hoe hij de Christenen in zijn provincie moest behandelen, omdat hij er zoveel moest executeren. Plinius schrijft rond 112 AD (uittreksel uit een veel langere brief):

 “They [the Christians] were in the habit of meeting on a certain fixed day before it was light, when they sang in alternate verses a hymn to Christ, as to a god, and bound themselves by a solemn oath, not to any wicked deeds, but never to commit any fraud, theft or adultery, never to falsify their word, nor deny a trust when they should be called upon to deliver it up; after which it was their custom to separate, and then reassemble to partake of food—but food of an ordinary and innocent kind..[4]

Uit deze brief van Plinius volgt dat:

  • De Christenen Christus als God aanbaden.
  • Zij zich verplichten tot een leven met hoge ethische waarden.
  • Zij waarschijnlijk bijeenkwamen voor een gezamenlijke maaltijd op een vaste dag van de week voordat het licht werd.
  • Er reeds in het begin van de tweede eeuw een redelijk grote Christelijke gemeenschap bestond in Bithynia.

Keizer Trajabus antwoordt op de brief van Plinius:

 “The method you have pursued, my dear Pliny , in sifting the cases of those denounced to you as Christians is extremely proper. It is not possible to lay down any general rule which can be applied as the fixed standard in all cases of this nature. No search should be made for these people; when they are denounced and found guilty they must be punished; with the restriction, however, that when the party denies himself to be a Christian, and shall give proof that he is not (that is, by adoring our Gods) he shall be pardoned on the ground of repentance, even though he may have formerly incurred suspicion. Informations without the accuser’s name subscribed must not be admitted in evidence against anyone, as it is introducing a very dangerous precedent, and by no means agreeable to the spirit of the age.” [5]

De brief van Trajanus bevat geen additionele bevestigingen van de Bijbelse teksten of de vroege kerk, maar geeft waardevolle inzichten in de officiële Romeinse visie over de groeiende beweging. Het toont ook dat de vervolgingen plaatsvonden en Christenen tijdens de dagen van Trajanus  - met enige beperkte terughoudendheid – werden geëxecuteerd voor hun geloof.

De Joodse Talmoed (ca. 70-200 AD)

De Talmoed is een verzameling (in eerste instantie uitsluitende mondelinge) Joodse tradities (de Misjna) en bijbelcommentaren (de Gemara). De geschriften van de Talmoed uit de periode 70-200 AD zijn voor de Christelijke geschiedenis het meest interessant. Ver uit de meest significante tekst over Jezus Christus wordt gevonden in Sanhedrin 43a:

 “On the eve of the Passover  Yeshu [Jesus] was hanged [crucified]. For forty days before the execution took place, a herald went forth and cried, ‘He is going forth to be stoned because he has practiced sorcery and enticed Israel to apostasy. Any one who can say anything in his favour, let him come forward and plead on his behalf.’ But since nothing was brought forward in his favour he was hanged on the eve of the Passover!” [6]

Zoals te verwachten is dit verslag geschreven vanuit een Joods standpunt en bevat een twijfelachtige verwijzing naar een aankondigingperiode van  40 dagen. Er is echter een solide bevestiging van het feit en de datum van executie door “hangen”, een woord ook werd gebruikt voor “kruisiging” (zie bijvoorbeeld vergelijkbare woorden in Galaten 3:13 en Lucas 23:39).

Lucianus van Samosata (tweede eeuw AD)

Een tweede eeuwse Griekse satiricus, Lucianus van Samosata schrijft een sarcastische kritiek over het Christendom:

“The Christians, you know, worship a man to this day—the distinguished personage who introduced their novel rites, and was crucified on that account. . . . You see, these misguided creatures start with the general conviction that they are immortal for all time, which explains the contempt of death and voluntary self-devotion which are so common among them; and then it was impressed on them by their original lawgiver that they are all brothers, from the moment that they are converted, and deny the gods of Greece, and worship the crucified sage, and live after his laws. All this they take quite on faith, with the result that they despise all worldly goods alike, regarding them merely as common property.”[7]

De satire van Lucianus toont dat:

  • De Christenen een gekruisigde man, Christus, aanbaden.
  • Deze Christus nieuwe ideeen introduceerde, waarvoor hij werd gekruisigd.
  • De Christen deze ideeën en regels van Christus volgden en bereid waren ervoor te sterven.

Lees meer over: 8. Zijn de getuigen te vertrouwen?


[1] Suetonius , Claudius,  nadruk toegevoegd, geciteerd door Gary R. Habermas , The Historical Jesus (1996), pagina 191.

[2] Suetonius , Nero , 16, geciteerd door Gary R. Habermas , The Historical Jesus (1996), pagina 191.

[3] Julius Africanus, Extant Writings, XVIII, The Ante-Nicene Fathers Volume I through X: Translations of the Writings of the Fathers Down to AD 325 (1997), Volume VI, pagina 136.

[4] Pliny , Letters, vertaald door William Melmoth, herzoen door W.M.L. Hutchinson (1935), vol. II, X:96.

[5] Idem.

[6] Opmerkingen toegevoegd. Van  The Babylonian Talmud , vertaald door I. Epstein (1935), vol. III, Sanhedrin 43a, pagina 281, zoals geciteerd door Gary R. Habermas , The Historical Jesus (1996), pagina 203.

[7] Lucian, The Death of Peregrine, 11–13, in The Works of Lucian of Samosata , vertaald door H.W. Fowler en F.G. Fowler (1949) volume 4 zoals geciteerd door Gary R. Habermas , The Historical Jesus (1996), pagina 206.

Windmill Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging  voor het Christendom
Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs

Vertel een vriend over deze pagina: 

SIP's Top Christian Books Sites - Free Traffic Sharing Service! JCSM''s Top 1000 Christian Sites - Free Traffic Sharing Service! Top Christian Web Sites The Fundamental Top 500