·
De alom
geaccepteerde auteur Marcus, ook wel Johannes Marcus genoemd, schreef
dit evangelie hoogstwaarschijnlijk tussen 50 en 70 AD.[1] ·
Het
evangelie is in redelijk eenvoudig Grieks geschreven (minder
geavanceerd dan het Grieks van Matthëus). ·
De twee
namen (Johannes Marcus) suggereren een Hebreeuwse (Johannes) en een
Griekse (Marcus) achtergrond. ·
Het is het
kortste, meest dynamische,
maar ook een erg feitelijk evangelie. ·
Marcus
richtte zich klaarblijkelijk op Romeinse lezers en vroege tradities
geven aan dat de oorsprong in Rome ligt. Het slaat strikt Joodse
concepten (zoals Jezus zijn afkomst, vervulde profetieën, de wetten
van Mozes, enz.) over, geeft uitleg voor Aramese woorden (zoals in
Marcus 3:17; 5:41, 15:22) en gebruikt Latijnse in plaats van Griekse
termen (zoals in 4:21, 6:27, 6:42, 15:15-16 en 16:39). ·
De
gedetailleerde omschrijving van de “gastkamer”
in 14:12-16 (vergelijk Matthëus 26:17-19; Johannes 13:1-12)
suggereert dat Marcus over zijn eigen huis schreef. ·
De ietwat
vreemde details in Marcus 14:51-52 suggereren dat Johannes Marcus zelf
de jonge man was die in deze verzen wordt genoemd. ·
Het huis
van zijn moeder was waarschijnlijk een belangrijke ontmoetingsplaats
voor de vroege kerk (Handelingen 12:12-17). ·
De
aanwezigheid van een dienstbode (Handelingen 12:13) suggereert een
welbedeelde, misschien zelfs wel een rijke, familie. ·
Johannes
Marcus was de neef van Barnabas (Kolossenzen 4:10). ·
Hij was de
reisgenoot van Paulus gedurende zijn eerste missietrip, had daarna een
meningsverschil met Paulus (Handelingen 15:37-39), wat later werd
opgelost (Filemon 23 en 2 Timothëus 4:11). ·
Petrus
noemde Johannes Marcus “mijn
zoon” (1 Peter 5:13). ·
De
“zij” vorm zoals vaak in het evangelie gebruikt (zoals in Marcus
1:29-31, 8:22, 9:30, 11:15) en de beschrijving van Jezus zijn emoties,
ondersteunt de theorie dat Marcus de herinneringen van Petrus vastlegd.
De andere evangeliën gebruiken in deze situaties de “hij” en
“wij” vorm. ·
Ongeveer
90% van Mark zijn materiaal wordt ook in Matthëus en Lucas (synoptische
evangeliën) aangetroffen. ·
Jezus
verschijningen na Zijn herrijzenis (zoals ze worden genoemd in Marcus
16:9-20) ontbreken in de oudst bewaard gebleven codices (340 AD –
Codex Sinaiticus). Daarom betwijfelen de meeste bijbelkenners of deze
verzen onderdeel van het originele evangelie zijn geweest. Sommige
onderzoekers suggereren dat Marcus eindigde op de plaats waar de
vrouwen het lege graf ontdekten (Marcus 16:1-8); andere onderzoekers
geloven dat het originele einde op een vroegere datum verloren is
gegaan.
De synoptische relatie tussen de evangelien
Lees meer over: (3) Interne criteria voor eerlijke verslagen [1] Zie de discussies over auteurschap en datering in hoofdstuk 12. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |