Een
verslag kan alleen vertrouwenswaardig zijn als de auteur ook in staat
is om accurate getuigenis te geven. De schrijver moet of zelf een
ooggetuige zijn of iemand die toegang had tot de bronnen die
ooggetuigen waren. Zoals
we eerder hebben besproken zijn de evangeliën technisch gezien
anoniem maar, zijn er overtuigende argumenten dat de hieraan verbonden
namen ook daadwerkelijk de schrijvers zijn. Het Evangelie van Matthëus
en Johannes zijn geschreven door discipelen van Jezus die persoonlijke
ooggetuigen waren en daarom zijn deze schrijvers zeker in de juiste
omstandigheden om een getuigenis te geven. Johannes Marcus was geen
discipel maar het is hoogst waarschijnlijk dat hij, als een jonge man,
aanwezig was bij een aantal gebeurtenissen gedurende Jezus zijn
onderwijzingen. Na de opstanding van Jezus brengt Marcus een
aanzienlijke hoeveelheid tijd met de andere discipelen door, reist hij
met Paulus en Barnabas en verkeert, waarschijnlijk tijdens het
schrijven van zijn evangelie, langere tijd in het gezelschap van
Petrus. Velen beweren zelfs dat Marcus zijn evangelie namens Petrus
heeft geschreven. Dientengevolge is ook het evangelie van Marcus,
zonder enige twijfel, geschreven door een welbekwame getuige. Het
evangelie van Lucas en het boek van Handelingen zijn beide geschreven
door Lucas, de niet-joodse reisgenoot van Paulus. Lucas was geen
persoonlijke getuige van enige gebeurtenis uit het leven van Jezus en
ook niet van de opstanding. Het is mogelijk dat hij een bekeerde van
Paulus uit Antiochie was. Zijn evangelie onthuld echter dat hij
gebruik maakte van gedetailleerde en gekwalificeerde bronnen. Aan het
begin van zijn verhaal geeft hij zelf deze verklaring: “Nademaal
velen ter hand genomen hebben, om in orde te stellen een verhaal van
de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben; Gelijk ons
overgeleverd hebben, die van den beginne zelven aanschouwers en
dienaars des Woords geweest zijn; Zo heeft het ook mij goed gedacht,
hebbende alles van voren aan naarstiglijk onderzocht, vervolgens aan u
te schrijven, voortreffelijke Theofilus” (Lucas 1:1-3)! Zijn
aanspraak op “naarstiglijk
onderzocht” wordt
gesteund door de vele details over mensen, hun titels en posities,
gebeurtenissen en locaties waarvan vele zijn bevestigd door
historische, niet-bijbelse referenties en archeologie. Lucas is zonder
enige twijfel een zeer bekwame onderzoeker en auteur. Hoe
zit het met Paulus zijn epistels? Zoals we al eerder hebben besproken[1]
schrijft Paulus in de eerste verzen van al zijn brieven dat hij de
schrijver is. Daarnaast zijn al deze epistels uit de periode 49-55 AD
en zijn ze onbetwist. Lees meer over: (2) Is er specifiek, irrelevant materiaal?
[1] Zie hoofdstuk 12, Bewijsstuk #13: Auteurschap en datering van de brieven van Paulus |
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |