Is
het je ooit opgevallen dat wanneer je aan iemand vraagt “wat er is
gebeurd”, je vaak veel informatie krijgt dat totaal niets met het
eigenlijke verhaal te maken heeft? Het herinneren van specifieke en
vaak (met betrekking tot de gebeurtenis zelf) onbelangrijke details is
een krachtige indicatie voor een actuele ooggetuigenis. Als mensen
verhalen fabriceren verzinnen ze alleen de hoofdlijnen van het verhaal
en dat is alles wat verteld wordt. Wanneer iemand echter spreekt of
schrijft over gebeurtenissen die werkelijk zijn gebeurd, is het
uitwijden over de details en het geven van extra, vaak onnodige en
onbelangrijke informatie heel natuurlijk. Wat lezen we in de evangeliën
en brieven van Paulus met betrekking tot dit criterium? Ondanks dat dit
het kortste en meest elementaire verslag over Jezus is, geeft het
Evangelie van Marcus hiervan een markante illustratie. Marcus 14:32-52
omschrijft hoe Jezus en de discipelen na het Laatste Avondmaal naar
het Hof van Gethsemane gingen. In de verzen 32-42 lezen we hoe Jezus,
Petrus, Jacobus en Johannes met zich meeneemt en vervolgens aan
ze vraagt om de wacht te houden. Drie keer is Jezus alleen om te
bidden en treft bij Zijn terugkeer zijn discipelen slapend aan. Na de
derde keer arriveert Judas met een, door de hogepriesters (“overpriesters”)
gestuurde, menigte om Jezus te arresteren (Marcus 14:43-50). Dit
verhaal wordt ook in de andere synoptische evangeliën gevonden (Mattheus
26:36-56 en Lucas 22:39-53). Aan het einde van dit verslag voegt
Marcus echter het volgende toe: “En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over
het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem. En hij, het lijnwaad
verlatende, is naakt van hen gevloden”
(Marcus 14:51-52). Deze “jonge man” (Johannes Marcus zelf?)
maakte geen deel uit van de voorgaande gebeurtenissen en ook wordt
deze jonge man later niet meer in het evangelie genoemd. Deze twee
verzen zijn derhalve niet ter zake dienend. Daar komt nog bij dat de
details over “hebbende een
lijnwaad omgedaan over het naakte lijf” (alsof iemand daar om
geeft) “en hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden”
(wie zou dat nu willen weten?) laten zien dat deze irrelevante
details overeenkomen met een eerlijke herinnering van een ooggetuige. In het Evangelie
van Mattheus vinden we, in de diverse verhalende passages, voorbeelden
van specifieke en onbelangrijke details. Ter illustratie zullen we
eens kijken naar de omschrijving die Mattheus over Johannes de Doper
geeft: “En
dezelve Johannes had zijn kleding van kemelshaar, en een lederen
gordel om zijn lenden; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig”
(Mattheus 3:4). Heel specifieke informatie en niet echt
belangrijk voor het verhaal van Mattheus. Mattheus probeert hiermee
duidelijk te maken dat Johannes de Doper de profetie uit het Oude
Testament (Jesaja 40:3) vervulde en aan de mensen vertelde om berouw
van hun zonden te tonen en om zich te laten dopen als een teken van
hun berouw. Hoe Johannes de Doper was gekleed en wat hij at is
interessant om te weten, maar een onbelangrijk detail in Mattheus zijn
verhaal. Als
een wetenschapper had Lucas oog voor (historische) details. Zijn
evangelie is volgeladen met specifiek (en soms onbelangrijk) materiaal.
Meteen in het allereerste hoofdstuk vinden we zijn introductie van
Zacharias en zijn vrouw Elizabet, de ouders van Johannes de Doper: “In
de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester,
met name Zacharias, van de dagorde van Abia; [niet van toepassing
zijnde informatie] en zijn vrouw
was uit de dochteren van Aaron, [Is dit belangrijk om te weten?]
en haar naam Elizabet. En zij waren beiden rechtvaardig voor God,
wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk [heel
erg specifiek, leuk om te weten, maar echt niet ter zake dienende
informatie]. En zij hadden geen
kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun
dagen gekomen waren” [Nog meer details] (Lucas 1:5-7). Laten we
ook eens kijken naar de passage in Handelingen waar hij Paulus zijn
gezelschap omschrijft toen ze, terwijl ze op weg waren naar Rome, op
het eiland Malta schipbreuk leden: “En toen het dag werd, kenden zij het land niet; maar zij merkten een
zekere inham, die een oever had, [is dit echt belangrijke
informatie?] tegen denwelken zij
geraden vonden, zo zij konden, het schip aan te zetten. En als zij de
ankers opgehaald hadden, gaven zij het schip aan de zee over, meteen
de roerbanden losmakende; en het razeil naar den wind opgehaald
hebbende; hielden zij het naar den oever toe. Maar vervallende op een
plaats, die de zee aan beide zijden had, zetten zij het schip daarop;
en het voorschip, vastzittende, bleef onbewegelijk, maar het
achterschip brak van het geweld der baren.” [details en nog meer
details] (Handelingen 27:39-41). Deze
drie verzen klinken meer als regels uit een draaiboek voor een film
dan een verslag van de reizen van Paulus en uiteindelijk kan alle
informatie worden samengevat in een hele korte zin: het schip zonk. Hoe
zit het met het Evangelie van Johannes? Laten we het verslag van
Johannes over de gebeurtenissen bij het graf op de ochtend van de
opstanding eens lezen[1].
Johannes 20:1-8: “En op den
eersten dag der week
ging Maria Magdalena [geen logische keuze omdat dit een vrouw is
en derhalve in de Joodse samenleving geen geloofwaardige getuige, meer
hierover later] vroeg, als het nog duister was, naar het graf [details];
en zag den steen van het graf weggenomen. Zij liep dan, en kwam tot
Simon Petrus en tot den anderen discipel, welken Jezus liefhad
[Johannes noemt zichzelf niet bij naam], en zeide tot hen: Zij hebben den Heere weggenomen uit het graf, en wij
weten niet, waar zij Hem gelegd hebben [Maria schijnt te geloven
dat iemand het lichaam van Jezus heeft weggehaald in plaats van te
begrijpen dat de opstanding heeft plaatsgevonden].
Petrus dan ging uit, en de andere discipel, en zij kwamen tot het graf.
En deze twee liepen tegelijk; en de andere discipel liep vooruit,
sneller dan Petrus, en kwam eerst tot het graf [we weten nu dat
Johannes harder kan lopen dan Petrus].
En als hij nederbukte [historisch correct detail omdat de ingang
tot graftombes inderdaad erg laag waren] ,
zag hij de doeken liggen; nochtans ging hij er
niet in [waarom niet?].
Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging in het graf [dat past
bij de persoonlijkheid van Petrus, eerst doen dan denken…],
en zag de doeken liggen. En den zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest
was, zag hij niet bij
de doeken liggen, maar in het bijzonder in een andere
plaats samengerold [meer en meer details]. Toen ging dan ook de andere discipel er in, die eerst tot het graf gekomen was, en zag het, en
geloofde. [is het echt belangrijk om te weten in welke volgorde ze
het graf ingingen]” Als
we de verslagen over gebeurtenissen in de evangeliën en Handelingen
analyseren, ontdekken we
een veelvoud van specifieke informatie en onbelangrijke details die
niets met de grote lijnen van het verhaal te maken hebben. Zelfs in de
enkele passages van de brieven van Paulus, die meer beschrijvend dan
onderwijzend zijn, vinden we gelijksoortige patronen. Dit materiaal
voegt niets toe aan de hoofdlijnen van het verhaal, het is slechts een
onderdeel van wat er gebeurde en is neergeschreven door de auteurs
zoals ze het zich
herinnerden. Lees meer over: (3) Is er zelfbelastende informatie?
[1] Voorbeeld aangepast uit Gregory A Boyd and Edward K. Boyd , Letters from a Skeptic (1994), pagina’s 82-83.
|
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |