(1) Bewijsstuk 19: De getuigen zijn te vertrouwen (2) Meer over de evangelien, Handelingen, Paulus
(3) Interne criteria voor eerlijke verslagen  (4) Externe criteria voor eerlijke verslagen 
   

8. Zijn de getuigen te vertrouwen? (3)

Interne criteria Externe criteria
(1) Wist hij waar hij het over had? (1) Is er een motief voor fraude?
(2) Is er specifiek, irrelevant materiaal? (2) Zijn er externe bevestigingen?
(3) Is er zelfbelastende informatie? (3) Is er bewijs van archeologie en geschiedenis?
(4) Zijn de documenten consistent? (4) Kunnen tijdgenoten de verklaringen bevestigen?
(5) Zijn de verslagen overdreven?

 

Intern #2: Is er specifiek en met name irrelevant materiaal?

Is het je ooit opgevallen dat wanneer je aan iemand vraagt “wat er is gebeurd”, je vaak veel informatie krijgt dat totaal niets met het eigenlijke verhaal te maken heeft? Het herinneren van specifieke en vaak (met betrekking tot de gebeurtenis zelf) onbelangrijke details is een krachtige indicatie voor een actuele ooggetuigenis. Als mensen verhalen fabriceren verzinnen ze alleen de hoofdlijnen van het verhaal en dat is alles wat verteld wordt. Wanneer iemand echter spreekt of schrijft over gebeurtenissen die werkelijk zijn gebeurd, is het uitwijden over de details en het geven van extra, vaak onnodige en onbelangrijke informatie heel natuurlijk. Wat lezen we in de evangeliën en brieven van Paulus met betrekking tot dit criterium?

Ondanks dat dit het kortste en meest elementaire verslag over Jezus is, geeft het Evangelie van Marcus hiervan een markante illustratie. Marcus 14:32-52 omschrijft hoe Jezus en de discipelen na het Laatste Avondmaal naar het Hof van Gethsemane gingen. In de verzen 32-42 lezen we hoe Jezus,  Petrus, Jacobus en Johannes met zich meeneemt en vervolgens aan ze vraagt om de wacht te houden. Drie keer is Jezus alleen om te bidden en treft bij Zijn terugkeer zijn discipelen slapend aan. Na de derde keer arriveert Judas met een, door de hogepriesters (“overpriesters”) gestuurde, menigte om Jezus te arresteren (Marcus 14:43-50). Dit verhaal wordt ook in de andere synoptische evangeliën gevonden (Mattheus 26:36-56 en Lucas 22:39-53). Aan het einde van dit verslag voegt Marcus echter het volgende toe: “En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem. En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden  (Marcus 14:51-52). Deze “jonge man” (Johannes Marcus zelf?) maakte geen deel uit van de voorgaande gebeurtenissen en ook wordt deze jonge man later niet meer in het evangelie genoemd. Deze twee verzen zijn derhalve niet ter zake dienend. Daar komt nog bij dat de details over “hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf” (alsof iemand daar om geeft) “en hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden”  (wie zou dat nu willen weten?) laten zien dat deze irrelevante details overeenkomen met een eerlijke herinnering van een ooggetuige.

In het Evangelie van Mattheus vinden we, in de diverse verhalende passages, voorbeelden van specifieke en onbelangrijke details. Ter illustratie zullen we eens kijken naar de omschrijving die Mattheus over Johannes de Doper geeft:  En dezelve Johannes had zijn kleding van kemelshaar, en een lederen gordel om zijn lenden; en zijn voedsel was sprinkhanen en wilde honig  (Mattheus 3:4). Heel specifieke informatie en niet echt belangrijk voor het verhaal van Mattheus. Mattheus probeert hiermee duidelijk te maken dat Johannes de Doper de profetie uit het Oude Testament (Jesaja 40:3) vervulde en aan de mensen vertelde om berouw van hun zonden te tonen en om zich te laten dopen als een teken van hun berouw. Hoe Johannes de Doper was gekleed en wat hij at is interessant om te weten, maar een onbelangrijk detail in Mattheus zijn verhaal.

Als een wetenschapper had Lucas oog voor (historische) details. Zijn evangelie is volgeladen met specifiek (en soms onbelangrijk) materiaal. Meteen in het allereerste hoofdstuk vinden we zijn introductie van Zacharias en zijn vrouw Elizabet, de ouders van Johannes de Doper: “In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; [niet van toepassing zijnde informatie] en zijn vrouw was uit de dochteren van Aaron, [Is dit belangrijk om te weten?] en haar naam Elizabet. En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk [heel erg specifiek, leuk om te weten, maar echt niet ter zake dienende informatie]. En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen gekomen waren” [Nog meer details] (Lucas 1:5-7). Laten we ook eens kijken naar de passage in Handelingen waar hij Paulus zijn gezelschap omschrijft toen ze, terwijl ze op weg waren naar Rome, op het eiland Malta schipbreuk leden: “En toen het dag werd, kenden zij het land niet; maar zij merkten een zekere inham, die een oever had, [is dit echt belangrijke informatie?] tegen denwelken zij geraden vonden, zo zij konden, het schip aan te zetten. En als zij de ankers opgehaald hadden, gaven zij het schip aan de zee over, meteen de roerbanden losmakende; en het razeil naar den wind opgehaald hebbende; hielden zij het naar den oever toe. Maar vervallende op een plaats, die de zee aan beide zijden had, zetten zij het schip daarop; en het voorschip, vastzittende, bleef onbewegelijk, maar het achterschip brak van het geweld der baren.” [details en nog meer details] (Handelingen 27:39-41).  Deze drie verzen klinken meer als regels uit een draaiboek voor een film dan een verslag van de reizen van Paulus en uiteindelijk kan alle informatie worden samengevat in een hele korte zin: het schip zonk.

Hoe zit het met het Evangelie van Johannes? Laten we het verslag van Johannes over de gebeurtenissen bij het graf op de ochtend van de opstanding eens lezen[1]. Johannes 20:1-8: “En op den eersten dag der week ging Maria Magdalena [geen logische keuze omdat dit een vrouw is en derhalve in de Joodse samenleving geen geloofwaardige getuige, meer hierover later] vroeg, als het nog duister was, naar het graf [details]; en zag den steen van het graf weggenomen. Zij liep dan, en kwam tot Simon Petrus en tot den anderen discipel, welken Jezus liefhad [Johannes noemt zichzelf niet bij naam], en zeide tot hen: Zij hebben den Heere weggenomen uit het graf, en wij weten niet, waar zij Hem gelegd hebben [Maria schijnt te geloven dat iemand het lichaam van Jezus heeft weggehaald in plaats van te begrijpen dat de opstanding heeft plaatsgevonden]. Petrus dan ging uit, en de andere discipel, en zij kwamen tot het graf. En deze twee liepen tegelijk; en de andere discipel liep vooruit, sneller dan Petrus, en kwam eerst tot het graf [we weten nu dat Johannes harder kan lopen dan Petrus]. En als hij nederbukte [historisch correct detail omdat de ingang tot graftombes inderdaad erg laag waren] , zag hij de doeken liggen; nochtans ging hij er niet in [waarom niet?]. Simon Petrus dan kwam en volgde hem, en ging in het graf [dat past bij de persoonlijkheid van Petrus, eerst doen dan denken…], en zag de doeken liggen. En den zweetdoek, die op Zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de doeken liggen, maar in het bijzonder in een andere plaats samengerold [meer en meer details]. Toen ging dan ook de andere discipel er in, die eerst tot het graf gekomen was, en zag het, en geloofde. [is het echt belangrijk om te weten in welke volgorde ze het graf ingingen]”

Als we de verslagen over gebeurtenissen in de evangeliën en Handelingen analyseren,  ontdekken we een veelvoud van specifieke informatie en onbelangrijke details die niets met de grote lijnen van het verhaal te maken hebben. Zelfs in de enkele passages van de brieven van Paulus, die meer beschrijvend dan onderwijzend zijn, vinden we gelijksoortige patronen. Dit materiaal voegt niets toe aan de hoofdlijnen van het verhaal, het is slechts een onderdeel van wat er gebeurde en is neergeschreven door de auteurs zoals ze  het zich herinnerden.

 

Lees meer over: (3) Is er zelfbelastende informatie?

Interne criteria Externe criteria
(1) Wist hij waar hij het over had? (1) Is er een motief voor fraude?
(2) Is er specifiek, irrelevant materiaal? (2) Zijn er externe bevestigingen?
(3) Is er zelfbelastende informatie? (3) Is er bewijs van archeologie en geschiedenis?
(4) Zijn de documenten consistent? (4) Kunnen tijdgenoten de verklaringen bevestigen?
(5) Zijn de verslagen overdreven?

[1] Voorbeeld aangepast uit Gregory A Boyd  and Edward K. Boyd , Letters from a Skeptic (1994), pagina’s 82-83.

 

Windmill Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging  voor het Christendom
Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs

Vertel een vriend over deze pagina: 

SIP's Top Christian Books Sites - Free Traffic Sharing Service! JCSM''s Top 1000 Christian Sites - Free Traffic Sharing Service! Top Christian Web Sites The Fundamental Top 500