Wonderen zijn
bovennatuurlijke daden van God
Wat is een wonder?
Een wonder wat als bewijs voor de Godheid Jezus dient is simpelweg een
bovennatuurlijke daad van God. Om verwarring en een niet-constructief
debat of sommige gebeurtenissen werkelijk wonderen zijn, te voorkomen,
zullen we onze bespreking beperking tot gebeurtenissen die aan de
volgende karakteristieken voldoen: ·
Veelbetekenend:
Een gebeurtenis moet betekenisvol zijn om als een wonder in aanmerking
te komen. Er moet een dramatisch resultaat zijn wat niet door “een
merkwaardige toevalligheid” verklaard kan worden. ·
Onmiddellijk:
Het effect moet onmiddellijk waarneembaar zijn. Als het uren, dagen,
weken, of zelfs langer duurt kan de verandering ook door andere
factoren
Iedereen die niet
in God geloofd vind het concept van een wonder, elke gebeurtenis die
tegen de wetten van de natuur plaats vind, onmogelijk om te accepteren.
Ofwel, indien God niet bestaat dan geschiedt alles onder invloed van
de natuurlijke wetten. Daarom kan een wonder niet mogelijk zijn en elk
verslag over een wonder is daarom – per definitie - niet waar. Dit
logische argument tegen wonderen werd door Benedict Spinoza
(1632-1677) geformuleerd. Spinoza’s redenatie kan als volgt worden
samengevat:[1]
Wanneer God echter
bestaat, creëerde Hij de natuurlijke wetten en zal het daarom voor
Hem geen probleem zijn om deze wetten te breken, Hij kan immers niet
door deze wetten worden gelimiteerd. Waarom en wanneer
deed Jezus wonderen?
Jezus gebruikte
wonderen als tekenen dat Hij inderdaad de Zoon van God was. Zonder
wonderen zou dit buitengewoon moeilijk zijn om te geloven. Zoals
Johannes schreef in Johannes 20:30-31: “Jezus dan heeft nog wel
vele andere tekenen in de tegenwoordigheid Zijner discipelen gedaan,
die niet zijn geschreven in dit boek; Maar deze zijn geschreven, opdat
gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods; en opdat gij,
gelovende, het leven hebt in Zijn Naam.” Observeer ook dat
de wonderen van Jezus niet alleen Zijn beheersing over de natuur
lieten zien, maar ook de wijze waarop Hij te werk ging tijdens Zijn
bediening: het helpen van anderen, het met autoriteit spreken en het
contact leggen met mensen. Het sleutelwoord is bewogenheid.
Bijna al zijn wonderen kwamen uit bewogenheid voort. Hij genas
mensen die Zijn hulp zochten. Hij liet mensen uit de dood opstaan om
hun verdrietige families te troosten. Hij kalmeerde de storm om de
angst van Zijn vrienden weg te nemen. Hij gaf de menigte te eten om
hun honger te stillen. Merk ook op dat Jezus nooit een wonder voor
zijn eigen profijt of voordeel heeft uitgevoerd. De wonderen hielpen
anderen en niet Hem. Er waren vijf gevallen waarin Jezus een wonder
deed uitsluitend als teken voor de discipelen: lopen op water; het
vervloeken van de vijgenboom; de twee wonderlijke visvangsten door de
discipelen; en de munt voor de tempelbelasting. Alle andere wonderen
kwamen voort uit bewogenheid voor de mensen om hem heen. Zoals F.F. Bruce
opmerkt:[2] “In de literatuur zijn
vele soorten wonderlijke verhalen; maar de evangeliën vragen ons niet
te geloven dat Jezus de zon op een dag van het westen naar het oosten
liet reizen…ze schrijven Hem ook geen monsterachtigheden toe zoals
we die in de apocriefe geschriften van de tweede eeuw kunnen vinden.
Over het algemeen zijn de wonderen “in karakter” – wat betekent
dat deze het werk zijn dat men kan verwachten van een persoon zoals de
evangeliën omschrijven dat Jezus is. Lees meer over:(2) Bewijsstuk #2: Jezus' wonderen tonen Zijn Godheid [1] Norman L. Geisler , Miracles and the Modern Mind: A Defense of Biblical Miracles (1992) pagina 15. [2] F.F. Bruce : The New Testament Documents- Are They Reliable? (1943), pagina 61.
|
|||||||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |