Geboren uit een maagd
Sommigen geloven
dat Jesaja slechts refereerde aan een locale situatie van een jonge
vrouw, die nog maagd was, die spoedig zou trouwen en dan daarna een
kind zou baren. Dit zou de profetie vervullen. Anderen geloven dat
de profetie exclusief Messiaans is en dat het voorspelt dat Maria,
terwijl ze nog maagd was, de moeder van Christus zou worden zoals
dit expliciet door Mattheus is beschreven. Weer anderen geloven in
een dubbele vervulling, dat wil zeggen, zowel de voorspelling over
het kind zoals beschreven in Jesaja hoofdstuk 8 als over de geboorte
van Christus. [1]
Veel van
de profetieën hadden twee vervullingen: een zeer spoedig en een
veel later. Aanvullend bewijs
voor de Messiaanse interpretatie van deze welbekende profetie is de
vroegchristelijke traditie, de opbouw naar de profetie in de
voorafgaande verzen en de parallellen tussen Jesaja hoofdstuk 7 en
9. [2]
Verdere ondersteuning van deze conclusie is de naam “Immanuel”,
hetgeen “God met ons”
betekent. Omdat Jezus God is, is dat gedeelte van Jesaja’s
profetie zeer letterlijk vervuld. Tenslotte moet het
worden opgemerkt dat dit vers niet als Messiaans door de Joodse
schriftgeleerden uit de tijd van Jezus was geïdentificeerd. De voorvaderen van Jezus
De afstamming van
de Messias wordt door de elkaar opvolgende profetieën steeds
specifieker. Doordat Abraham zijn voorvader is, is de Messias een
Jood. Maar Hij is ook de zoon van Izak, de zoon van Jakob, van de
stam van Juda (een van de twaalf zonen van Jakob), van de lijn van
Jesse (ook Isai genoemd en de vader van David) en van het huis van
David (de jongste van de acht zonen van Jesse). Alle hierboven
genoemde passages zijn alom geaccepteerd als referenties naar de
voorvaders van de Messias. Zelfs de vroege Joodse rabbijnse teksten
bevestigen dit. Zo vermelden de Joodse teksten bijvoorbeeld met
betrekking tot Jeremia 23:5 “spreekt
de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit
zal verwekken”, dat hiervan een van de namen van de Messias is
afgeleid: “Jehovah onze Rechtvaardige”.
[4]
Door de gehele Joodse Talmoed heen vinden we verwijzingen naar de
“Zoon van David” als
de Messias. Tenslotte lezen we
in het Nieuwe Testament ook dat de Joden Jezus als de Messias
afwijzen omdat: “En anderen
zeiden: Zal dan de Christus uit Galilea komen? Zegt de Schrift niet,
dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek
Bethlehem, waar David was” (Johannes 7:41-42)? Dit bevestigt
dat de Joden de voorspellingen over de afkomst van de Messias en
Zijn geboorteplaats (zie hieronder) kenden. Geboren in
Micha, een profeet
uit de zevende eeuw BC, voorspelde dat de Messias in het dorpje
Bethlehem geboren zou worden. Dit kleine dorpje was op een unieke
manier met David verbonden omdat het zowel zijn geboorteplaats als
het huis van Jesse (of Isai) zijn
vader was (1 Samuel 15:1: “Toen
zeide de HEERE tot Samuel,… Ik zal u zenden tot Isai, den
Bethlehemiet; want Ik heb Mij een koning onder zijn zonen uitgezien.”).
De geboorteplaats van de Messias zou een nederige plek zijn, een
dorpje vergeten door de rijken en de machtigen. Bethlehem was, en is
nog steeds, een onbelangrijk dorp wat zelfs moeilijk op de kaart te
vinden is. Er kan echter geen twijfel over bestaan dat de rabbijnse autoriteiten in de tijd van Jezus begrepen hadden dat Bethlehem de plaats was waar de Messias zou worden geboren. Dit werd ook bevestigd toen de “wijzen van het Oosten” koning Herodes bezochten terwijl ze op weg waren om Jezus te vinden. Matthëus 2:4-5: “En bijeenvergaderd hebbende al de overpriesters en Schriftgeleerden des volks, vraagde van hen, waar de Christus zou geboren worden. En zij zeiden tot hem [Herodes]: Te Bethlehem, in Judea gelegen; want alzo is geschreven door den profeet.” Kijk ook nog eens naar Johannes 7:41-42. De rabbijnse tradities, zowel mondeling overgedragen als geschreven, bevestigen het Messiaanse karakter van Micha’s profetie. [5] Lees meer over: (3) Profetieën over Jezus' bediening en dood [1] John F. Walvoord in The Prophecy Knowledge Handbook (1990), pagina 94. [2]
John F. A Sawyer, Jesaja:
Volume 1 (2001), pagina 83. [4] Alfred Edersheim, The Life and Times of Jesus the Messiah (1896, edition 2003), Volume 2, pagina 731. [5] Barry R. Leventhal in Why I Am a Christian: Leading Thinkers Explain Why They Believe (2001), pagina 209. |
||||||||||||||||||||||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |