Profetieën
over Jezus' bediening en dood
|
Voorafgegaan door een boodschapper
|
Profetie
|
Vervulling
|
|
Jesaja
40:3: “Een stem des
roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt
recht in de wildernis een baan voor onzen God!”
Maleachi
3:1: “Ziet, Ik zende
Mijn engel, die voor Mijn aangezicht den weg bereiden zal; en
snellijk zal tot Zijn tempel komen die Heere, Dien gijlieden
zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Denwelken gij lust
hebt; ziet, Hij komt, zegt de HEERE der heirscharen.”
|
Matthëus
3:1,2: “En in die
dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van
Judea, En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen
is nabij gekomen.”
Zie
ook Johannes 1:23 en Lucas 1:76-79 en Marcus 1:1-4.
|
Alle
vier de evangeliën identificeren deze passage van Jesaja als een
verwijzing naar Johannes de Doper en de boodschapper van Christus.
De rabbijnse Joodse bronnen vermelden deze Messiaanse profetieën
ook.
Jeruzalem binnenrijdend op een
ezel
|
Profetie
|
Vervulling
|
|
Zacharia
9:9: “Verheug u zeer,
gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw
Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm,
en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der
ezelinnen.”
|
Lucas
19:29-37: “dat Hij[Jezus] twee van Zijn discipelen uitzond, Zeggende: Gaat henen in dat vlek,
dat tegenover is; in hetwelk inkomende, zult gij een veulen
gebonden vinden, waarop geen mens ooit heeft gezeten; ontbindt
hetzelve, en brengt het….En zij brachten hetzelve tot Jezus.
En hun klederen op het veulen geworpen hebbende, zetten zij
Jezus daarop. En als Hij voort
reisde, spreidden zij hun klederen onder Hem op den weg.”
Ook
Matthëus 21:1-11, Marcus 11:1-11, Johannes 12:12-19.
|
Dit is de enige in de evangeliën vermelde Messiaanse profetie die
opzettelijk door Jezus is vervuld. Deze vervulling is verbonden met
de enige dag en de enige gebeurtenis waarbij Jezus zichzelf
opzettelijk in het middelpunt heeft geplaatst op (wat we nu kennen
als) Palmzondag.
Diverse
Joodse bronnen bevestigen de erkenning van deze tekst als Messiaans
in de tijd van Jezus.
Verraden voor dertig zilverstukken
|
Profetie
|
Vervulling
|
|
Zacharia
11:12: “Want ik had
tot henlieden gezegd: Indien het goed is in uw ogen, brengt
mijn loon, en zo niet, laat het na. En zij hebben mijn loon
gewogen, dertig zilverlingen.”
|
Matthëus
26:15: “Wat wilt gij
mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem
toegelegd dertig zilveren penningen.”
Ook
Marcus 14:10-11 en Lucas 22:3-6.
|
Dertig zilverlingen of zilverstukken was de prijs, die volgens de
Wet van Mozes, als compensatie betaald moest indien een slaaf door
een os verwond zou worden (Exodus 21:32). Een Joods rabbijns
geschrift erkent dit als Messiaans,
velen betwijfelen echter of dit inderdaad refereert aan Judas of dat
het wellicht uit verband is getrokken. Alle synoptische evangeliën
vermelden dat Judas geld ontving, maar alleen Matthëus verteld dat
dit dertig zilverstukken was.
Kleren verdeeld en gewaad vergokt
|
Profetie
|
Vervulling
|
|
Psalm
22:19: “Zij delen mijn
klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.”
|
Johannnes
19:23-24: “De
krijgsknechten dan, als zij Jezus gekruist hadden, namen Zijn
klederen, (en maakten vier delen, voor elken krijgsknecht een
deel) en den rok. De rok nu was zonder naad, van boven af
geheel geweven. Zij dan zeiden tot elkander: Laat ons dien
niet scheuren, maar laat ons daarover loten, wiens die
zijn zal.”
|
Psalm 22 wordt beschouwd als een verbazingwekkend accurate
beschrijving van de kruisiging en we zullen dit later in dit
hoofdstuk in detail bespreken. In
eerst instantie lijkt het alsof de voorspelling zichzelf
tegenspreekt, het verslag van Johannes echter, over wat zich
afspeelde aan de voet van het kruis, verklaart hoe de kleren van
Jezus werden verdeeld, maar dat Zijn, als een geheel geweven, gewaad
(rok) aan de winnaar van het loten wordt toegekend.
Dorst hebben, gal en azijn
worden aangeboden
|
Profetie
|
Vervulling
|
|
Psalm
69:22: “zij hebben mij
gal tot mijn spijs gegeven; en in mijn dorst hebben zij mij
edik te drinken gegeven.”
|
Johannes
19:28: “Hierna Jezus…
zeide: Mij dorst.”
Matthëus
27:34: “Gaven zij Hem
te drinken edik met gal gemengd; en als Hij dien
gesmaakt had, wilde Hij niet drinken.”
Ook Johannes 19:28-29, Marcus 15:23,
Lucas 23:36.
|
De details van de gal
en de azijn (edik) die Jezus aan het kruis worden aangeboden zijn in
alle vier de evangeliën vermeld. Dit is precies zo beschreven in de
passage van de psalm. De vroege Joodse bronnen echter herkenden,
begrijpelijkerwijze, niet dat dit vers over de Messias sprak.
Beenderen niet gebroken
|
Profetie
|
Vervulling
|
|
Psalm
34:20-21: “Vele zijn
de tegenspoeden des rechtvaardigen; maar uit alle die redt hem
de HEERE. Hij bewaart al zijn beenderen; niet een van die
wordt gebroken.”
|
Johannes
19:33: “Maar komende
tot Jezus, als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken
zij Zijn benen niet.”
|
Net als de
voorgaande profetie was deze passage niet als Messiaanse door de
Joodse commentatoren in de generatie van Jezus herkend. De exact
details echter zijn indrukwekkend. Jezus beenderen (benen),
bijvoorbeeld, werden niet gebroken, hoewel de benen van de
criminelen die naast Hem gekruisigd werden, wel door de Romeinen
gebroken werden (verbrijzeld met een stomp, zwaar voorwerp) om hun
dood te versnellen. Tevens moest Jezus, als het perfecte Paaslam
voldoen aan alle voorwaarden voor een offerlam zoals omschreven in
de Wet van Mozes. Daarom moest hij lichamelijk ongeschonden zijn.
Zijn zijde doorstoken
|
Profetie
|
Vervulling
|
|
Zacharia
12:10: “…en zij
zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben...”
|
Johannes
19:34: “Maar een der
krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer.”
|
De Romeinse soldaat stak een speer in de zijde van Jezus om zeker te
stellen dat Hij inderdaad dood was.
Lees meer over:
(4)
Psalm 22 als Messiaanse profetie
|