Diverse
verschijningen van de “uit de dood opgestane” Jezus zijn in de
evangeliën en Handelingen vermeld – sommige aan individuen en
andere aan groepen, sommige binnenshuis en andere buitenshuis, sommige
aan snel overtuigde mensen en andere aan sceptische twijfelaars.
Sommigen raakten Jezus aan of aten met Hem en er was dus geen twijfel
dat Hij lichamelijk aanwezig was. De verschijningen gebeurden over een
periode van veertig dagen die tussen de opstanding en onze huidige
viering van Hemelvaartsdag lagen. Er zijn goede redenen om deze
teksten te vertrouwen omdat ze niet alleen – zoals we dat al hebben
besproken – van betrouwbare getuigen kwamen, maar ze zijn ook
behoorlijk feitelijk. Ze missen verzonnen passages om de lezer te
imponeren, wat men vaak aantreft in later geschreven “evangeliën”.
De onderstaande
tabel (21-2) is een overzicht van alle verschijningen zoals deze in de
Bijbel zijn beschreven:[1]
Tabel 21- 2 : Verschijningen van Jezus na de opstanding
Locaties
van de Bijbelse verschijningen van Jezus Deze tien
verschillende verslagen over de verschijningen van Jezus door vijf
verschillende getuigen zijn sterk overtuigende bewijzen. Zeker als we
ons realiseren - en dit kan niet genoeg worden benadrukt - dat: ·
We
vijf (inclusief Paulus) onafhankelijke en betrouwbare ooggetuigen
hebben. ·
Zelfs met
een liberale benadering tot het dateren van de evangeliën, alle
documenten voor het einde van de eerste eeuw (en hoogstwaarschijnlijk
veel vroeger) geschreven waren.[2] ·
De
geschriften consistent in tijd en ervaring zijn en dat ze elkaar in de
hoofdzaken bevestigen. Er zijn variaties in de details en/of in de
volgorde van de verschijningen. Deze verschillen bevestigen de
geloofwaardigheid en eerlijkheid van de individuele, onafhankelijke
getuigenissen en kunnen met elkaar in overeenstemming worden gebracht.[3] ·
De
verschijningen waren aan diverse individuen of aan meerdere mensen,
inclusief diverse niet-gelovigen. Ook de
correspondentie van de leiders van de vroege kerk bevatten verslagen
over de opstanding. Van groot belang zijn de brieven die door de
discipelen van de apostelen zijn geschreven. Deze mannen waren
persoonlijk onderwezen en hadden een nauwe relatie met de apostelen.
Hun geschriften zijn geen ooggetuigenverklaringen, maar deze
persoonlijke verklaringen onthullen wat de apostelen met hun deelden
met betrekking tot de opstanding en welke uitwerking dit op hun leven
had.[4]
Tabel
21-
3
: Bevestigingen van de
opstanding van de vroege kerk Lees meer over: (7) Het credo in 1 Korintiërs 15:3-8
[1]
De verschijning van Jezus zoals vermeld in Marcus
16:9-20 zijn hierin niet opgenomen omdat deze verzen niet in de
oudst nog bestaande manuscripten aangetroffen worden. Zie ook
Bewijsstuk #7: Het manuscript
bewijs in hoofdstuk 11. [2]
Zie de discussie over het datering van de
evangeliën in hoofdstuk 12. [3] John Wenham, Easter Enigma: Are the Resurrection Accounts in Conflict? (1992). [4]
Voor meer informatie zie hoofdstuk 11, Bewijsstuk
#8: De brieven van de vroege
kerk. [5] The Ante-Nicene Fathers Volume I through X: Translations of the Writings of the Fathers Down to AD 325 (1997), Volume 1, pagina 11. [6] Idem, pagina16. [7] Idem, pagina 35. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |