Wat gebeurde er met de apostelen?In het begin van
Zijn bediening koos Jezus twaalf discipelen die later als Zijn
apostelen dienden. Zoals zowel geschiedenis als traditie ons leren
zijn allen, behalve Johannes, voor hun geloof gemarteld en een
gewelddadige dood gestorven. Hun dood is de ultieme getuigenis.
Dat is eigenlijk waar ons woord martelaar
zijn oorsprong vindt. Het komt van het Griekse werkwoord μαρτυρέω (“martureo”) wat
“een getuige zijn” of “getuigen
van” betekent. Sceptici zullen
echter onmiddellijk beweren dat mensen dagelijks sterven voor wat
ze geloven, als onschuldige slachtoffers, als het resultaat van
onderdrukking of zelfs opzettelijk zoals een fanatieke Moslim die
zichzelf (en anderen) met een bom opblaast. Sterven voor je geloof
bewijst niets over de waarheid van een opstanding. Wacht even. Is
dat waar? Wat is het verschil tussen een apostel van Christus die
voor zijn geloof werd doodgemarteld en een hedendaagse fanatieke
Moslim die zichzelf en anderen met een bom opblaast? Inderdaad,
beiden stierven voor hun geloof. Een heel duidelijk verschil
echter is dat de apostelen door anderen werden gedood terwijl de
zelfmoordenaar met de bom zichzelf (en anderen) van het leven
beroofd. Bovendien handelden de apostelen uit liefde terwijl de
zelfmoordenaar door haat wordt gemotiveerd. Er is echter nog een
belangrijk verschil. Beiden stierven voor waar ze in geloofden; de
zelfmoordenaar met de bom echter baseerde zijn overtuiging op wat
anderen hem vertelde waar te zijn, maar de apostelen baseerde hun
geloof op wat ze zelf hadden ervaren, de opstanding van Jezus!
Zijn geloofden niet alleen dat opstanding waar was, ze wisten
dat het waar was. Herinner je je nog
wat er gebeurde toen Jezus in de Hof van Gethsemane gevangen
genomen werd?: “Toen
vluchtten al de discipelen, Hem verlatende” (Matthëus
26:56). Ze waren overmand door angst en bang dat ze ook gevangenen
genomen zouden worden. Waarschijnlijk renden ze allemaal een
andere kant op, wegvluchtend van Jeruzalem in de richting van
Bethanie. Na deze (in eerste instantie) laffe reactie konden
alleen Petrus en Johannes blijkbaar genoeg moed verzamelen om naar
Jeruzalem terug te keren om uit te vinden wat er was gebeurd.
Petrus ontkende drie keer (zoals volgens alle vier de evangeliën
door Jezus was voorspeld) iets van Jezus af te weten. Alleen
Johannes was op de plaats van de kruisiging aanwezig (Johannes
19:25-27). Toen Jezus werd
gevangen genomen, voor het gerecht werd gesleept en werd
gekruisigd waren zijn volgelingen ontmoedigd en teneergeslagen. Ze
hadden niet meer het vertrouwen dat Jezus door God was gezonden
(hoe kon God toestaan dat zijn Zoon werd gekruisigd?). Ze
anticipeerden zeker geen opstanding. Ze verspreidden en verstopten
zichzelf. Precies zoals de Joden dit hadden gepland stierf
de originele Jezus beweging aan het kruis. Wat
is het verschil tussen een apostel en een discipel? De Bijbel maakt een duidelijk onderscheid tussen een apostel (van het
Griekse woord aπόστολος,
“apostolos” wat
letterlijk “degene die is gezonden” betekent) en een
discipel (een vertaling van het Griekse woord μαθητής,
“mathutus”, wat “een leerling” of “volgeling”
betekent). Iedereen die Jezus volgt is een discipel; wat inhoudt
dat alle Christenen discipelen van Jezus zijn.
Alleen de twaalf en Paulus werden echter als apostelen
beschouwd. De apostelen waren elk door Jezus zelf geselecteerd. De twaalf kregen
persoonlijk onderwijs van Jezus. Aan hen werd een speciale
relatie met de Heilige Geest die hun speciale spirituele gaven
zou geven, beloofd (Johannes 14:26) en gegeven (Handelingen
2:3). Net zoals de twaalf werd ook Paulus met de Heilige Geest
vervuld (Handelingen 9:7) en kreeg hij dezelfde gaven. Wanneer we de Bijbel bestuderen wordt het duidelijk dat alle Christenen de
Heilige Geest ontvangen, maar dat alleen de apostelen
rechtstreeks uit de hemel de wonderlijke gaven van spreken in
tongen (spreken in verschillende talen), genezing, profetie,
kennis enzovoort ontvingen. De apostelen werden ook in staat
gesteld om anderen met zulke spirituele gaven te begiftigen. De
apostelen waren de spirituele leiders van de vroege kerk en men
nam hun onderwijzingen als “apostolische autoriteit” aan.
Alleen zij hadden de autoriteit om het geďnspireerde woord van
God te spreken en te schrijven. Daarom werden alleen de
geschriften van de apostelen zelf of boeken die waren geschreven
in opdracht van de apostelen in de canon van het Nieuwe
Testament toegelaten. Na slechts een
korte tijd was er een totale ommekeer in hun gedrag. Iets
wonderbaarlijks transformeerde deze bange en onzekere mannen in
kordate en dappere apostelen. We zien dat ze hun beroepen opgeven
en zichzelf volledig toeleggen op het verspreiden van een heel
speciaal bericht: Jezus was de Christus, de Messias van God die
aan het kruis stierf, uit de dood opstond en door hen werd gezien.
Ze gaven de rest van hun leven om dit te verkondigen zonder
hiervoor (vanuit een menselijk oogpunt bekeken) een enkele
beloning te ontvangen. Ze leidden een leven vol ontberingen; waren
vaak zonder eten, moesten slapen terwijl ze waren blootgesteld aan
de elementen, ze werden bespot en leefden onder de constante
bedreiging om in elkaar geslagen te worden of om te worden
gemarteld. Deze verandering in gedrag kan alleen maar worden
verklaard door het feit dat ze overtuigd waren– zonder enige
vorm van twijfel – van het feit dat ze Jezus uit de dood hadden
zien opstaan. Er is geen enkele andere verklaring mogelijk.
Tabel
21-
4
: De ultieme
getuigenis van de apostelen Zij waren degenen
die de levende Jezus persoonlijk hadden ontmoet. Ze waren uniek.
Deze mannen wisten dat de opstanding een feit was – en
niet louter iets wat ze op geloof van anderen hadden aangenomen.
Ze waren niet door iemand anders bekeerd, maar ze hadden
persoonlijk tijd met de opgestane Jezus doorgebracht. Ze wisten de
waarheid en waren bereid om ervoor te sterven. Wanneer ze hadden
geweten dat dit niet waar was, zou het bijzonder onwaarschijnlijk
zijn dat ze dit hun leven lang zouden volhouden en uiteindelijk
zelfs bereid waren om voor een leugen te sterven. Zou jij voor een
leugen willen sterven? Het bewijs van de
dramatisch veranderende levens van de apostelen na hun ontmoeting
met de opgestane Jezus
is een solide historisch gegeven. Hun getuigenis is zo solide en
overtuigend dat zelfs kritische en niet-gelovige sceptici dit
accepteren: “Het enige
waarvan we absoluut historisch zeker kunnen zijn is dat er
opstandingverschijningen in Galilea (en in Jeruzalem) kort na
Jezus zijn overlijden waren. Deze verschijnen kunnen niet worden
ontkend”. [10] Lees meer over:(9) Bewijsstuk #10: De bekering van Paulus [1] Clemens’ brief aan de Korintiërs in ca. 95 AD. The Ante-Nicene Fathers Volume I through X: Translations of the Writings of the Fathers Down to AD 325 (1997), Volume 1, pagina 6. [2] Diverse bronnen in Dr. William Steuart McBirnie , The Search for the Twelve Apostles (1973) pagina’s 110-121 en Morris A. Inch, 12 Who Changed the World : The Lives and Legends of the Disciples. (2003), pagina’s 48-58. [3] Bronnen in Dr. William Steuart McBirnie , The Search for the Twelve Apostles (1973) pagina’s 80-86. [4] Idem pagina’s 124-129. [5] Idem pagina’s 131-138. Ook 12 Who Changed the World (2003), pagina’s 77-81. [6] Idem pagina’s 176-177. Ook Morris A. Inch, 12 Who Changed the World (2003), pagina 84. [7] Idem pagina’s 142-173. Ook Morris A. Inch, 12 Who Changed the World (2003), pagina 104. [8] Idem pagina’s 192-194. [9] Idem pagina’s 210-231. Ook Morris A. Inch, 12 Who Changed the World (2003), pagina’s 122-126. [10] Atheist Gerd Ludemann in What Really Happened to Jesus? (1995), pagina 81.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |