De apostel Paulus
die kerken door heel Azië en Europa stichtte, wiens missiereizen
vele pagina’s in het boek van Handelingen vullen en die grote
delen van het Nieuwe Testament schreef, was in eerste instantie
een fanatieke Christen moordenaar. Paulus, die eerst
bekend was als Saulus van Tarsus, wordt in het Nieuwe Testament geïntroduceerd
tijdens het stenigen van Stefanus (Handelingen 8:1), een van de
zeven Hellenistische diakenen, rond het jaar 34 AD, slechts
ongeveer twaalf maanden na de opstanding. “En
Saulus verwoestte de Gemeente, gaande in de huizen; en trekkende
mannen en vrouwen, leverde hen over in de gevangenis” (Handelingen
8:3). In een poging om de agressieve Joodse vervolging van de
jonge Christelijke beweging uit te breiden reisde Saulus naar
Damascus. Hij had zelfs aanbevelingsbrieven van de hogepriester
bij zich, die hem moesten helpen om meer Christenen op te pakken.
Echter, op weg naar de stad ontmoette hij de opgestane Jezus. Een
paar dagen later werd hij gedoopt en gevuld met de Heilige Geest (Handelingen
9). Paulus omschrijft zijn dramatische bekering in zijn eigen
woorden in de brieven aan de kerken in Korinte (1 Korinthiërs
15:9-10, Galatië (Galaten 1:12-23) en Filippi (Filippenzen
3:6-7). In het begin was
de jonge kerk begrijpelijkerwijze zeer achterdochtig over de
bekering van Paulus. Zelfs de apostelen waren terughoudend om hem
te ontmoeten toen hij, voor de eerste keer na zijn bekering, naar
Jeruzalem terugkeerde: “Daarna kwam ik na drie jaren weder te Jeruzalem om Petrus te bezoeken,
en ik bleef bij hem vijftien dagen. En zag geen ander van de
apostelen, dan Jakobus, den broeder des Heeren.”
(Galaten 1:18-19 nadruk toegevoegd). In deze dagen, nog kort na de
opstanding, verbleven de apostelen nog in het gebied rondom
Jeruzalem en waren ze er blijkbaar nog niet van overtuigd dat
Paulus’ bekering ook echt was. Pas jaren later voelden alle
apostelen zich comfortabel met Paulus als een Christelijke
kameraad en apostel. Dit is misschien ook wel de voornaamste reden
dat Paulus zijn bediening voornamelijk op niet-joodse gebieden
concentreerde, zo ver weg als maar enigszins mogelijk was van zijn
oorspronkelijke antichristelijke, Farizeese achtergrond. Zoals we eerder
hebben besproken bracht Saulus/Paulus de rest van zijn leven door
met het aanmoedigen van jonge Christenen en het stichtten van
kerken, tot zijn martelaarsdood in Rome rond het jaar 66/67 AD. [1] Een dramatische
bekering zoals die van Paulus is niet noodzakelijkerwijs uniek.
Critici en sceptici zullen beweren dat in de geschiedenis
verschillende gevallen van mensen die van het ene naar het andere
geloofssysteem bekeren gedocumenteerd zijn. Hetgeen wat Paulus
zijn bekering zo’n sterk bewijs laat zijn, is de oorzaak. Mensen
bekeren over het algemeen tot een bepaald geloof omdat ze door
anderen worden overtuigd. Het is op deze wijze dat Christenen
vandaag proberen niet-christenen te bereiken en vervolgens het
evangelie van Jezus te verkondigen. In de bekering van Paulus tot
het Christendom echter speelden andere Christenen geen rol. Het
was volledig gebaseerd op zijn persoonlijke ontmoeting met Jezus.
Vandaag kunnen we misschien geloven dat Jezus uit de dood is
opgestaan gebaseerd op secundair bewijs, vertrouwend op de
getuigenis van de discipelen en Paulus die de opgestane Jezus
zagen, maar voor Paulus kwam zijn ervaring van een vrij
onverwachte primaire bron: Jezus verscheen persoonlijk aan hem.
Zijn bekering was niet op de getuigenis van iemand anders
gebaseerd.[2] Lees meer over:(10) Bewijsstuk #11: De bekering van Jacobus [1]
Voor een meer uitgebreid overzicht van de reizen van Paulus en zijn
brievenm zie hoofdstuk 16. [2] Gary R. Habermas , Michael R. Licona, The Case for the Resurrection of Jesus (2004), pagina’s 64-65.
|
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |