Wat
is God's plan van verlossing?
[1]
Een progressieve openbaring
De Bijbel is een progressieve openbaring. Als je de eerste
helft van een goed boek overslaat is het moeilijk om de karakters, het
plot en het einde goed te begrijpen. Zo kan ook het Nieuwe Testament
alleen volledig worden begrepen als het wordt gelezen met kennis van
de gebeurtenissen, personen, wetten, profetieën, convenanten en
beloftes van het Oude Testament. Het zou ons niet moeten verbazen dat
het Nieuwe Testament ons ook aanwijzingen geeft over de belangrijke
rol van het Oude Testament. Passages zoals Galaten 3:24 vermeldt: “Zo
dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit
het geloof zouden gerechtvaardigd worden” (zie
ook Romeinen 15:4; 1 Korintiërs 10:11 en 2 Timothëus 3:15). Het
Nieuwe Testament verwijst ons naar het Oude Testament. Op deze wijze
is de hele Oude Testament periode een onderwijzings- en
trainingsperiode om de mensheid op de komst van Jezus Christus en Zijn
rol in het plan van verlossing voor te bereiden. Daarom is het
noodzakelijk om een goed begrip van het Oude Testament te hebben om
het aloverheersende thema van de Bijbel te bevatten.
Wat zijn zoal de
dingen die we uit de periode van het Oude Testament moeten leren? Het eeuwige plan
De Bijbel begint
met de God van de Bijbel, die al bestond voor de schepping van ons
fysieke universum. De Bijbel vertelt
ons dat God dit plan voor verlossing al had voordat Hij de mensheid
schiep (Efeziers 1:4 en 3:11). Waarom zou dat zo zijn? Het heeft alles
te maken met het concept van “eigen wil”. Eigen, vrije, wil
betekent simpelweg de mogelijkheid om zelf te kiezen wat te doen en/of
wat niet te doen zonder beinvloeding of overreding van buiten af. Het
is alleen maar logisch, dat indien God een wezen zou schapen met een
eigen keuze over moraliteit (ofwel dat dit wezen zelf zou kunnen
kiezen tussen goede en slechte daden) dat God ook een plan zou hebben
over hoe Hij zou reageren op het resultaat van deze keuze. Het plan
van verlossing: is God’s plan of reactie op de vrije morele keuze
van de mens om te zondigen (om God’s wetten te breken). Maar waarom heeft
God de mens dan überhaupt geschapen? Wij kunnen niet weten wat God
denkt, want we zijn gelimiteerd tot het weinige wat Hij ons over
Zichzelf heeft onthuld. Datgene wat Hij heeft onthuld toont dat Hij
spirituele wezens in de hemel wil hebben die zelf de keuze hebben
gemaakt om Hem lief te hebben en te aanbidden. Voordat God onze
fysieke wereld schiep had Hij reeds andere spirituele wezens (engelen)
in een andere dimensie (de hemel genaamd) geschapen die hadden gekozen
(vrije wil) om op een bepaald moment te zondigen. Als een gevolg
daarvan verbande God ze uit de hemel (2 Petrus 2:4: “Want
indien God de engelen, die gezondigd hebben, niet gespaard heeft, maar,
die in de hel geworpen hebbende, overgegeven heeft aan de ketenen der
duisternis, om tot het oordeel bewaard te worden”). Pas hierna
schiep Hij onze dimensies (een fysiek universum) en spirituele wezens
(ons) en plaatste ons in een fysieke houder (onze lichamen). Net zoals
computers vaak een label “Intel inside” hebben, zo zouden wij een
label “spirit inside” moeten hebben. Het is deze ziel, geschapen
in het evenbeeld van God, dat ons anders maakt dan een dier (Genesis
1:27: “En God schiep den mens
naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw
schiep Hij ze”). Wij zijn in onze tijdelijke fysieke houders
geplaatst om onze ziel te leren om Hem lief te hebben, Hem te dienen
en om Hem te aanbidden voor Zijn glorie. Onze tijdelijke
lichamen beperken onze vrijr morele daden volledig tot deze dimensie,
de fysieke wereld. God wenst dat wij zelf zullen kiezen om Hem lief te
hebben, te aanbidden en te dienen, terwijl wij in deze fysieke
“houders” hier op aarde zijn (Deuteronium 8:2, 13:3: “…want
de HEERE, uw God, verzoekt ulieden, om te weten, of gij den HEERE, uw
God, liefhebt met uw ganse hart en met uw ganse ziel”). Als onze
houders (lichamen) uiteindelijk sterven, het onafwendbare lot van alle
mensen, dan zal onze ziel naar God terugkeren in afwachting van zijn
laatste oordeel (Prediker 12:7: “En
dat het stof wederom tot aarde keert, als het geweest is; en de geest
weder tot God keert, Die hem gegeven heeft”; Openbaring 20:13:
“…en zij werden geoordeeld,
een iegelijk naar hun werken”). Dit zal het eeuwige lot van jou
en mij bepalen: we zullen ons bij God in Zijn dimensie (hemel) voegen
of we worden verbannen uit Zijn aanwezigheid (hel). Het hangt helemaal
af van het soort leven wat we hier op aarde kiezen te leven en wat
onze bereidwilligheid toont om Hem als onze schepper te erkennen en om
Hem lief te hebben en te dienen (1 Petrus 1:17: “En
indien gij tot een Vader aanroept Dengene, Die zonder aanneming des
persoons oordeelt naar eens iegelijks werk, zo wandelt in vreze den
tijd uwer inwoning”; Handelingen 7:27: “Opdat
zij den Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden
mochten; hoewel Hij niet verre is van een iegelijk van ons”). We zien ook dat
God de analogie van een vader gebruikt om onze relatie met Hem te
beschrijven. Hij is onze Vader en wij zijn Zijn kinderen (1 Johannes
3:1: “Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk
dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld
niet, omdat zij Hem niet kent”). Want wensen ouders? – zij
wensen dat hun kinderen hun liefde voor hen demonstreren omdat ze dat
echt willen doen (uit hun eigen keuze), niet omdat ze het moeten doen
(omdat ze gedwongen worden). God heeft ons in Zijn evenbeeld geschapen
en dit wordt gedemonstreerd in de liefde van een ouder voor een kind.
Het is God’s wil en wens om een liefhebbende spirituele relatie te
hebben met elk spiritueel wezen dat Hij heeft geschapen (2 Petrus 3:9:
“De Heere vertraagt de belofte
niet (gelijk enigen dat
traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat
enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen”),
maar die relatie moet in overeenstemming zijn met Zijn karakter en
natuur. Twee Goden?
Sommige mensen
hebben de onjuiste conclusie getrokken dat er twee Goden in de Bijbel
moeten zijn. Er is de God van het Nieuwe Testament, vol met liefde,
vreugde, vergeving, vrede en geluk, terwijl de God van het Oude
Testament een wrede, harde God, vol van rechtvaardigheid, straf en
wraak is.[2] Inderdaad, voor de
oppervlakkige lezer lijkt het alsof God zich in het Oude Testament
anders tegenover Zijn schepping gedraagt dan in het Nieuwe Testament.
Maar is Hij echt een andere God? Nee.
Bedenk eens hoe een ouder een klein kind liefdevol disciplineert zodat
het die dingen kan leren die een verantwoordelijke volwassene dient te
weten. Toen mijn kinderen klein waren moest ik ze als vader soms ook
straffen als ik dacht dat ze dat nodig hadden. Ze vonden dat zelden
leuk! Op dat moment van hun leven moet ik op de God van het Oude
Testament geleken hebben die hard ten opzicht van Zijn schepping
overkwam. Maar nu mijn kinderen zijn opgegroeid hebben ze een heel
ander houding ten opzichte van deze “trainingsperiode”. Wij hebben
een goede relatie met onze opgegroeide kinderen op een heel ander
niveau dan de relatie gedurende de opgroeingsperiode. Dat is precies
hetgeen wat het Nieuwe Testament ons over het Oude Testament probeert
te vertellen. Zoals gezegd, was het Oude Testament een leer- en
trainingsperiode om ons op Christus voor te bereiden. God gedraagt
zich in het Nieuwe Testament, en ook vandaag, anders ten opzichte van
Zijn schepping op de basis van spirituele volwassenheid die is
ontwikkeld door de lessen uit de Oude Testament periode. De God van
het Oude Testament en het Nieuwe Testament is dezelfde God. “Want
Ik, de HEERE, word niet veranderd” (Malachi 3:6). De natuur van God
Het karakter of de
natuur van God is gedefinieerd door de eigenschap van heiligheid –
de complete afwezigheid van kwaadaardigheid en slechtheid – “Want Gij zijt geen God, Die lust heeft aan goddeloosheid; de boze zal
bij U niet verkeren” (Psalm 5:5). Johannes zegt, “dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is” (1
Johannes 1:5). Johannes vertelt ons dat God compleet vrij is van enige
morele slechtheid – Hij is de kern van morele puurheid en goedheid.
De heiligheid van God is de fundering voor Zijn plan van verlossing. Het is de
heiligheid van God die Zijn eigenschappen van almachtigheid (onbegrensde
macht), alwetendheid (volledige kennis) en alomvertegenwoordigheid (overal
aanwezig) perfect maken. Stel je voor dat jij (of iemand die je kent)
de eigenschappen van almachtigheid, alwetendheid en
alomvertegenwoordigheid zou bezitten. Zou je dan van hem houden? Of
hem aanbidden? Niet noodzakelijkerwijs. Want wat als hij of zij een
slecht persoon zou zijn, een Hitler of een Darth Vader? Het is juist
God’s natuur van heiligheid die Hem onze aanbidding, liefde en
toewijding waardig maken. Ik kan dit over God door Zijn heiligheid
weten door Zijn interactie met Zijn schepping te observeren.
Vervolgens geeft mij dit een liefde voor God en een verlangen om Hem
te dienen en bij Hem te zijn als mijn spirituele Vader. “Want
des HEEREN woord is recht, en al Zijn werk getrouw. Hij heeft gerechtigheid
en gericht lief; de aarde is vol van de goedertierenheid
des HEEREN” (Psalm 33:4-5, nadruk toegevoegd). We ontdekken God’s heiligheid ook in
twee andere aspecten: Zijn gerechtigheid en Zijn liefde. “Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons; goedertierenheid
en waarheid gaan voor Uw aanschijn henen” (Psalm 89:15, nadruk
toegevoegd). In onze interactie met God spelen deze twee aspecten een
heel belangrijke rol. God’s gerechtigheid impliceert dat God de mens nooit oneerlijk of
onbillijk zal behandelen. We kunnen op Zijn beloftes en Zijn oordelen
vertrouwen (Deuteronium 32:4; Job 8:3). We kunnen erop rekenen dat wat
Hij zegt te doen, Hij dat ook zal doen (Jesaja 46:8-11). Dat
betekent ook dat als God een straf of een oordeel uitspreekt dat het
niet alleen rechtvaardig en in het belang van de mensheid zal zijn,
maar dat we er ook zeker van kunnen zijn dat Hij de uitgesproken straf
zal uitvoeren. Zonde, bijvoorbeeld, is gedefinieerd als het breken van
God’s wetten (1 Johannes 3:4) en God’s gerechtigheid zal niet
toestaan om zonde ongestraft te laten passeren. Een complementair
aspect van God’s heiligheid is Zijn liefde voor Zijn schepping.
Terwijl Zijn gerechtigheid eerlijk en zeker is, wordt het binnen het
kader van Zijn liefde toegepast. Zijn liefde voor Zijn schepping
probeert datgene wat de onverschilligheid en onzorgvuldigheid door het
zondigen van de mens verwoest, te repareren. God zegt
herhaaldelijk dat wij heilig moeten zijn omdat Hij heilig is. “En
gij zult Mij heilig zijn, want Ik, de HEERE, ben heilig; en Ik heb u
van de volken afgezonderd, opdat gij Mijns zoudt zijn”
(Leviticus 20:26, nadruk toegevoegd). God schiep ons als spirituele
wezens (Genesis 1:26: “God
zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis”)
en wenst een spirituele relatie met Zijn schepping te hebben. Alleen
als wij heilig zijn dan is deze spirituele samenkomst, die God wenst,
mogelijk. Dit vormt de basis voor het plan van verlossing, God’s
ongelooflijke plan van rechtvaardigheid en genade wat als eerste in
het Oude Testament wordt getoond. Maar waarom is een plan om de mens
“terug te kopen” (te verlossen) nodig?
[1]
Dit bewijsstuk is geschreven door Kenneth W. Craig
en
is een samenvatting van zijn werk van The
Plan of Redemption
(2007).
[2] Het is interessant om op te merken dat dit ook werd geloofd door de gnostische beweging die door de vroege kerk werd bestreden. Zie de bespreking in hoofdstuk 13. |
||||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |