Het offeren van dieren in het Oude TestamentDankzij God’s
liefde kan de prijs door een vervanger worden betaald
Gelukkig houdt God
van Zijn schepping en besloot hij, alhoewel dit niet was verdiend, te
helpen met het betalen van deze prijs. Dit wordt ook gratie genoemd
(God geeft ons iets wat we niet verdienen). Hij toonde Zijn genade
(God geeft ons niet wat we wel verdienen – dood). Wij verdienen
God’s gerechtigheid maar we ontvangen God’s genade/ Hoe werd Zijn
genade getoond? – door bloed. Je zou kunnen
zeggen dat als je in de Bijbel knijpt dat het bloed eruit komt druipen.
De Bijbel is bloedig vanwege het probleem en de prijs van zonde. God,
door Zijn liefde en Zijn genade, staat toe dat de prijs van het leven
door een onschuldige vervanger betaald kan worden. Dit was het doel
van het offeren van dieren zoals dat werd ingesteld in het Oude
Testament. God toonde Zijn genade door toe te staan dat een dier de
prijs van de dood verschuldigd door de zondaar kon betalen. God maakte een
bepaling (of verzoening) dat de gerechtelijke prijs voor zonde door
een dier betaald kon worden. Dit is beschreven in Leviticus 17:11 (nadruk
toegevoegd): “Want de ziel van
het vlees is in het bloed; daarom heb Ik het u op het altaar gegeven,
om over uw zielen verzoening te doen; want het is het bloed, dat
voor de ziel verzoening zal doen.” Het leven van het dier
verzoent voor (letterlijk “bedekt”) of wast schoon de zonden van
de zondaar. Op deze wijze sterft de zondaar, gerepresenteerd door het
dier als zijn vervanger. Wat was het gevolg? Het verwijderen van zonde.
In Leviticus 16:30 bijvoorbeeld wordt dit gevolg beschreven zoals het
plaats vond op de “Dag van Verzoening” (het jaarlijks offeren van
dieren): “Want op dien dag zal
hij voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw
zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden”
(nadruk toegevoegd). Waarom een dier?
Het dier was zonder zonde, daardoor was het gekwalificeerd om een
vervanger voor de schuldige zondaar te zijn. Een dier was echter
onschuldig aan zonde omdat het amoreel is, het kan niet zondigen. Als
een dier zou kunnen zondigen zou het verantwoordelijk zijn geweest
voor zijn eigen zonde. Zondeloosheid was voor een representatieve of
vervangende dood van de zondaar. Zoals figuur 25-1
laat zien, was het alsof de zonde van de zondaar op een of andere
wijze werd getransporteerd naar het onschuldige lam. We noemen dit
figuurlijk omdat het lam zelf geen ziel heeft die kon zondigen en als
gevolg daarvan niet feitelijk of letterlijk zonde kon dragen. Dit
figuurlijk dragen van zonde door een lam wordt beschreven in de
instructies over de zondebok (zie Leviticus 16:21). Het lam werd dan
op het altaar geofferd. Als het lam stierf, stierf het representatief,
ofwel als een vervanger, voor de zondaar. Op deze wijze wordt de
zondaar beschouwd voor de zonde gestorven te zijn. En als een gevolg
zijn de zonden van de zondaar verwijderd. Het resultaat is
heiligmaking (heilig gemaakt worden – “schoon van zonde”). En
als gevolg van het heilig gemaakt worden, kan de relatie met een
heilige God nu hersteld worden.
Figuur 25-1: Dierenoffers in de Bijbel Nadat
Adam en Eva the eerste zonde begingen in Genesis 3:1-8, “werden hun beider ogen geopend.” Ze waren zich nu van hun zonde
bewust en realiseerden zich dat ze naakt waren en maakten kleren van
vijgenbladen. Vervolgens verborgen zijn zich voor God. Ze wisten dat
ze Zijn wetten hadden overtreden en wat de straf zou zijn! Dan lezen
we in Genesis 3:21 een intrigerende tekst: “En
de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog
ze hun aan.” Klaarblijkelijk werden er een of meerdere dieren
gedood om hun kleren te maken. De feitelijke dood van een paar dieren
vond plaats en Adam en Eva bleven in leven! Hoewel dit verslag niet
was geschreven om God’s plan van verlossing uit te leggen is het
consistent met het nemen van leven om voor zonde te betalen door een
vervangende dood van de dieren. De basis elementen van het plan van
verlossing zijn allemaal aanwezig bij het optreden van de eerste zonde
(de zondeval) in het Hof van Eden. Dit is de
doelstelling van God’s ongelooflijke plan van verlossing – het
verwijderen van zonde zodat de relatie met een heilige God hersteld
kan worden. Door zonde te verwijderen kan de zondaar heilig gemaakt
worden (heiligmaking). Als een gevolg van het heiligmaken is de boete of
prijs van de dood betaald en verwijderd (gerechtigheid), worden we rechtvaardig
verklaard en is onze spirituele relatie met een heilige God hersteld. Geen daden of
bijgeloof
God is geen God
van woede en lust voor bloed. Hij heeft geen bloed nodig om een
bijgelovige dorst voor bloed te stillen. In tegendeel, het proces van
bloed verzoening toont aan de mensheid het belang van Zijn heiligheid
en hoe ernstig zonde is. Bloed (dat het leven representeert) is het
enige dat de prijs voor zonde kan betalen (Hebreeën 9:22) – geen
goede daden, goede religie, goede morele waarden of goede bedoelingen! Een van de
belangrijkste observaties die we kunnen maken over het offeren van
dieren is, dat de waarde ervan bepaald wordt door het geloof van de
gelovigen. Het dier moest gedood worden – het was niet voldoende om
gewoon in het offeren van dieren te geloven of om het als bijgeloof te
behandelen (Hebreeën 9:22). Als het dier was geofferd hoefde er
verder niets meer gedaan te worden om het verwijderen van de zonde te
verdienen. Het doden van het dier was de methode waarmee de gift van
het verwijderen van de zonde werd geaccepteerd, door de belofte van
God dat zonde zou worden verwijderd door deze daad van geloof. Door
het doden van het dier werd God’s gift van het herstellen van de
spirituele relatie geaccepteerd. Het offeren van
dieren in het Oude Testament
Zodra het belang
van de rol van het offeren van dieren (bloedverzoening) goed wordt
begrepen, zien we onmiddellijk hoe dit door de gehele Oude Testament
periode werd uitgevoerd – van het Hof van Eden, gedurende de periode
van de aartsvaderen (Abraham – Isaac – Jacob) tot aan de Wet van
Mozes. Kort
na de zonde van Adam en Eva in het Hof en vervolgens de dood van de
dieren volgt onmiddellijk het verhaal van Kaďn en Abel. Het gehele
verhaal van Kaďn en Abel voltrekt zich rondom de offergewoontes. In
Genesis 4:1-5 lezen we hoe zowel Abel and Kaďn een offer aan God
aanboden, maar het offer van Kaďn werd afgewezen. Heb je je ooit
afgevraagd waarom? Hebreeën 11:4 vertelt ons waarom: “Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kain.”
Eenvoudig gezegd, Abel deed wat God hem had opgedragen en Kaďn deed
dit niet. Iets “door het
geloof” doen, betekent dat dit gebeurt op basis van de
instructies van God (Romeinen 10:17: “ Zo
is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods”).
Kaďn offerde geen dier (zoals Abel) maar vruchten van het land. Dat
is niet wat God had geďnstrueerd. Dat is wederom consistent met het
plan van verlossing dat alleen een offerande van leven = bloed kan
voldoen. Merk op dat er in Genesis geen enkel woord is geschreven dat
specifiek de instelling of voorwaarden van het offersysteem beschrijft. De vroegste boeken
in het Oude Testament zijn voornamelijk geschiedenisboeken. Zij
behandelen het offeren van dieren vanuit het gezichtspunt dat dit een
systeem is dat reeds begrepen werd en het wordt slechts als historisch
feit vermeld. Met andere woorden, deze boeken vermelden de gewoonte
van het offeren van dieren als iets dat de lezer reeds geheel begreep.
Deze boeken waren niet geschreven om dit systeem uit te leggen. Gedurende de
periode van de aartsvaderen zien we dat ook Job dieren offerde voor de
zonden van zijn familie (zie Job 1:5). Later zien we ook de beroemde
test van Abraham, waar God hem vraag zijn zoon, Isaac, te offeren
(Genesis 22:1-13). Abraham wil doen wat hem wordt gevraagd, maar God
redt Isaac en vervangt hem door een ram.[1] De
Wet van Mozes geeft ons echter een gedetailleerde beschrijving van de
voorwaarden voor het offeren van dieren, met de expliciete vermelding
dat het een perfect, ongeschonden (“volkomen”
on “onbevlekt”) dier zonder gebreken moet zijn (Leviticus 22:21-27).
Alleen mannelijke dieren zijn acceptabel (Leviticus 22:19). Merk ook
op dat de Heer de eerstgeborene uit elke baarmoeder opeist. Exodus
34:19-20: “Al wat de
baarmoeder opent, is Mijn; ja, al uw vee, dat mannelijk zal geboren
worden, openende de baarmoeder van het grote en kleine vee…Al de eerstgeborenen
uwer zonen zult gij lossen.” In Numeri 3:40-51 zien we zelfs een
beschrijving van hoe God de Levieten toestond om alle eerstgeboren
zonen van Israël te verlossen.
Lees
door over: [1]
Zie ook Illustratie #3: Isaac,
een symbolische profetie over Jezus
in hoofdstuk 27. |
||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |