Conclusies vanuit
een apologetisch perspectief
Het Hindoeïsme is
- in vergelijking met het Christendom – niet een in de
geschiedenis gewortelde religie. Haar geschriften en doctrines zijn
filosofisch en spiritueel van aard en geven geen basis voor
bevestigingen vanuit archeologie of andere bronnen. Hindoeïsme
heeft zich gedurende duizenden jaren als de manier van leven en de
cultuur in India ontwikkeld. Het is niet duidelijk of de
leerstellingen de ontwikkeling van de cultuur beheersten of dat dit
andersom het geval was. Hoe dan ook, er is geen grondlegger of een
geloofsbelijdenis die zich historisch kan laten verifiëren. Haar
allerbelangrijkste geschriften, de Veda’s, werden tussen 1500 en
800 BC geschreven. En alhoewel ze door een ontwikkelend
priesterschap, de Brahman kaste, werden geschreven, is er geen
auteurschap bekend. De Veda’s zijn zowel door mondelinge als door
schriftelijke overdracht bewaard gebleven, maar er zijn nagenoeg
geen oudheidkundige manuscripten. Omdat deze boeken geen historische
gebeurtenissen beschrijven of feiten vastleggen, is het
tegelijkertijd ook zo dat het voor de volgelingen weinig uitmaakt
hoe accuraat de teksten zelf zijn.
[1]
In deze pantheïstische
religie neemt men aan dat Brahman, het “allerhoogste wezen” in
alles om ons heen aanwezig is. Het is niet helemaal duidelijk of
alle Hindoes geloven in een eeuwig bestaand universum, alhoewel de
aanspraak die men maakt over een eeuwige ziel voor de mens, daarop
lijkt te wijzen. De wetenschap heeft onbetwistbaar bewezen dat het
heelal niet eeuwig heeft bestaan, maar is begonnen (wat
wetenschappelijk als de Oerknal – Big Bang bekend staat) en daarom
ook zal eindigen. Daarom zijn alle wetenschappelijke data in
tegenspraak met het geloof over een eeuwig bestaand heelal voor de
mens en het pantheïstische concept van Brahman. De Hindoe
doctrines over reïncarnatie zijn intrigerend en, voor velen, een
aantrekkelijk model voor het eeuwige leven. Er is echter geen enkel
overtuigend bewijs dat iemand die ooit heeft geleefd een reïncarnatie
van een vroeger leven heeft meegemaakt. Het brengt ook belangrijke
vragen naar voren zoals: Waar kwamen de zielen vandaan en hoe worden
meer zielen ‘geschapen’ nu de menselijke bevolking blijft
groeien? Een ander probleem
met reïncarnatie is een klaarblijkelijke ingebouwde
tegenstrijdigheid. Het idee achter de reïncarnatie is dat gedurende
een aantal cycli van dood- en wedergeboorte de ziel geleidelijk aan
verbeterd en wijzer en zuiverder wordt, wat uiteindelijk tot moksha,
de eenwording met Brahman zal leiden. In deze staat van eenheid is al
het slechte overwonnen en is alles “goed”. Het Hindoeïsme
onderwijst echter ook dat alle zielen oorspronkelijk bij Brahman vandaan zijn gekomen. Hoe kan het mogelijk zijn dat de ziel toen
deze Brahman verliet en zijn kringloop van verbeteringen startte, het
deze verbeteringen nodig had? Als een onderdeel van Brahman was deze
ziel immers zuiver en perfect, dus hoe kan deze dan imperfect zijn
toen Brahman werd verlaten? Dit kan immers alleen uitgelegd worden
doordat de ziel reeds kwaad had gedaan terwijl deze nog met Brahman verenigd was, maar dat zou in tegenstrijd met de natuur van
Brahman zijn. Op vele manieren
verbijstert het Hindoeïsme het logische denken met haar eigen
tegenspraken en haar klaarblijkelijke oorsprong in een heidens
bijgeloof.
Spring naar: 4. Boeddisme
[1] Dr. Winfried Corduan in Why I Am a Christian: Leading Thinkers Explain Why They Believe (2001), pagina 194. |
||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home Apologetiek - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |