Fundamentele
leerstellingen
Boeddhisme is
gedeeltelijk een verlenging en gedeeltelijk een hervorming van het
Hindoeïsme. In het Boeddhisme wordt elke persoon, die ontwaakt uit
de “slaap van onwetendheid” doordat men zich de ware natuur van
de realiteit realiseert, een Boeddha genoemd. Siddhartha Gautama, de
Boeddha, is dus slechts een van de vele Boeddha’s die voor of na
hem leefden. Fundamentele Boeddhistische leerstellingen zijn: Ø
Reincanatie
en wedergeboorte. Zoals
bij het Hindoeïsme, onderwijst ook het Boeddhisme reincarnatie; de
meeste personen ondergaan vele kringlopen van geboorte, leven, dood
en wedergeboorte. Een practiserende Boeddha maakt verschil tussen
wedergeboorte en reincarnatie. Door reincarnatie kan een persoon
meerdere keren tot het leven terugkeren. Door wedergeboorte keert
een persoon niet noodzakelijkerwijs als een menselijk wezen naar de
aarde terug. Het Boeddhisme vergelijkt dit met een blad wat aan de
boom groeit. Terwijl het afstervende blad van de boom valt, zal dit
uiteindelijk door een nieuw blad worden vervangen. Het niewe blad is
vergelijkbaar met het oude blad, maar het is niet identiek. Ø
Nirvana.
Na meerdere
van deze kringlopen, waarbij een persoon zich vrijmaakt van de
gehechtheid aan verlangens en aan zichzelf, kan hij Nirvana bereiken
wat een conditie van bevrijding en het vrij zijn van lijden is. Het
Boeddhisme onderwijst dat de mens is gevangen in een herhaaldelijke
kringloop van geboorte, leven, dood en wedergeboorte.
Het doel is om aan deze kringloop te ontsnappen en om Nirvana
te bereiken. De geest zal dan complete vrijheid, vrijmaking en
onafhankelijkheid ervaren. Het lijden zal stoppen omdat de
verlangens en drang (die de oorzaken van het lijden zijn)
eenvoudigweg eindigen. Ø
De
vier nobele waarheden.
De Vier Nobele Waarheden
van Boeddha onderzoeken het menselijke lijden. Ze kunnen (simplificerend)
worden omschreven als: ·
Dukkha:
Lijden bestaat; leven brengt lijden met zich mee. Lijden is echt en
bijna universeel. Lijden heeft vele oorzaken: verlies, ziekte, pijn,
mislukkingen, de onbestendigheid van plezier, enzovoort. ·
Samudaya:
Er
is een reden voor het lijden. Haar oorzaak is het verlangen om
dingen te willen en te controleren. Het kan vele vormen hebben: De
drang voor sensueel plezier, het verlangen om beroemd te zijn, de
wens om onplezierige sensaties zoals angst, kwaadheid en jaloezie te
mijden. ·
Nirodha:
Er is een
einde aan het lijden. Lijden zal verdwijnen met de laatste
vrijmaking in Nirvana. De geest ervaart complete vrijheid,
bevrijding en onafhankelijkheid. Het is het laten gaan van elk
verlangen of drang. ·
Magga:
Om het
lijden te laten stoppen moet men het achtvoudige
pad volgen. De vorm waarin men
wordt herboren, beest of mens, in de hemel of in de hel, hangt van
het karma (een onpersoonlijke ethische wet zoals dit ook met het
Hindoeïsme is) af. Men kan uit dit proces ontsnappen door Nirvana (ofwel
verheldering) te verkrijgen. Nirvana kan worden bereikt door het
volgen van het achtvoudige pad.
Tabel
31-
1
: Het achtvoudige pad
tot verlichting De grondlegger
De Boeddhistische
traditie is gebaseerd op, en geïnspireerd door, de leerstellingen
van Siddhartha Gautama die leefde van 566-486 BC. Hij werd als een
Hindoe aan de voet van het Himalaja gebergte in het hedendaagse
Nepal (in die dagen het Noorden van India) geboren. Siddhartha
Gautama was de zoon van een plaatselijke rajan
ofwel een stamhoofd. Siddhartha betekent “iemand
die zijn doel heeft bereikt”. Gautama was de naam van zijn
stam. Hij was lid van een bevoordeelde en rijke familie en groeide
op in een comfortabele omgeving. Nadat hij vier
visioenen over lijden en armoede had ontvangen (andere
tradities beweren dat hij vier reizen maakte) was hij ontgoocheld
met zijn rijke leven. Hij verliet zijn thuis en nam de levensstijl
van een ronddwalende asceet aan en ging op een spirituele speurtocht.
Gedurende een
nacht in 535 BC op de leeftijd van 30 jaar, zat hij aan de oever van
de Nairangana rivier in Noord-India onder een grote boom, die later
als de Bodhi boom bekend werd, te
mediteren. Daar had hij een levensveranderende ervaring en hij
geloofde dat hij een diep begrip over de geaardheid en de oorzaak
van lijden had ontvangen en ook een manier had gevonden waarop men
dit kon stoppen. Hij nam de titel van Heer Boeddha aan (iemand die
ontwaakt is en verlichting heeft bereikt). Heer Boeddha besteedde de
rest van zijn leven (ongeveer 45 jaar) met reizen en het onderwijzen
van hoe men de weg van lijden kan verlaten. Tegen de tijd van zijn
overlijden, op ongeveer 75 jarige leeftijd, had hij een aanzienlijke
aanhang en had een hij orde van monniken en een overeenkomstige orde
van nonnen gevestigd. De Boeddha koos
geen opvolger. Hij geloofde dat de Dharma, zijn leerstukken, plus de
Vinaya, zijn code van regels voor monniken en nonnen,
toereikend zouden zijn. Het duurde op zijn minst anderhalve
eeuw (sommigen beweren zelfs 250 jaar) voordat een raad van
Boeddhistische monniken zijn leerstukken en de mondeling doorgegeven
tradities over het geloof in een geschreven vorm bijeenbrachten. De geschriften
Boeddha zelf
schreef niets gedurende zijn leven. Er is een kloof van op zijn
minst 150 jaar tussen zijn gesproken woorden en de eerste geschreven
documenten. Met zo’n grote kloof (in vergelijking met de evangeliën
die binnen 25-70 jaar van de opstanding allemaal door persoonlijke
ooggetuigen werden geschreven) van meerdere generaties van mondeling
overgedragen tradities is het vanzelfsprekend dat er serieuze vragen
over de betrouwbaarheid van deze teksten kunnen worden gesteld. Een daar nog
bijkomende complicatie is dat Boeddha gedurende 45 jaar heeft
onderwezen en dat er een duizelingwekkende hoeveelheid materiaal aan
hem wordt toegewezen. Dit rijst de voor de hand liggende vraag over
hoe we kunnen onderscheiden wat door Boeddha zelf was onderwezen en
wat er later door zijn volgelingen aan toe is gevoegd. Boeddhistische
geschriften en andere teksten bestaan er in grote variaties.
Verschillende scholen over het Boeddhisme hechten hier verschillende
waarden aan toe. Sommige scholen vereren bepaalde teksten als op
zichzelf staande objecten, terwijl anderen een meer
wetenschappelijke aanpak hebben. De Boeddhistische canon van
geschriften staat bekend als de Tripitaka.
Deze omvatten een grote verzameling van uitleg en tradities,
waarvan de meesten Sutras (verhandelingen)
worden genoemd. Tripitaka betekent letterlijk “drie manden” en
verwijst naar de drie belangrijkste onderdelen van de canon: ·
De Vinaya
Pitaka, wat de disciplinaire regels voor de Boeddhistische
monniken en nonnen omvatten, alsmede een scala van andere teksten
waaronder uiteenzettingen over het waarom en hoe de regels werden
opgesteld, ondersteunend materiaal en toelichtingen op de
leerstellingen. ·
De Sutra
Pitaka welke de actuele verhandelingen van Boeddha omvatten. ·
De Abhidharma
Pitaka welke bestaan uit verklaringen en/of systematische
uiteenzettingen van Boeddha’s onderwijs. Het Boeddhisme
heeft geen enkelvoudige tekst waar universeel door alle tradities
naar wordt verwezen. Lees meer over: |
||||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home Apologetiek - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |