Tot
nu toe hebben we de verschillen tussen de drie belangrijkste
stromingen binnen het Christendom en de grondbeginselen van de
andere drie grootste wereldreligies (Islam, Hindoeďsme en
Boeddhisme) onderzocht. Het is duidelijk dat ons onderzoek beknopt
en ver van compleet is, maar dat zelfs deze beperkte analyse een
aantal gebieden heeft geďdentificeerd wat het Christendom uniek
maakt ten opzichte van de andere wereldbeschouwingen. Deze unieke
gebieden maken, naar mijn persoonlijke mening, het Christendom niet
zo maar een andere keus, maar de enige keus.
Het bestuderen van
de Christelijke Bijbel is alsof men geschiedenis bestudeert. Het
strekt zich uit vanaf het ontstaan van het heelal naar de
oudheidkundige tijden zoals deze in Genesis worden omschreven.
Andere boeken van het Oude Testament beschrijven de geboorte, de
opkomst en de glorietijd van het Joodse volk tot aan het verval van
de koninkrijken van Israël en Juda. De evangeliën in het Nieuwe
Testament geven de geboorte en de evangeliebediening van Jezus van
Nazaret en Zijn dood en opstanding weer. Zoals we dit in het boek
van Handelingen kunnen lezen, groeide het Christelijke geloof vanaf
de geboorte van de kerk naar een wereldreligie die zich uitbreidde
tot de uithoeken van het machtige Romeinse Rijk. Als we Genesis
overslaan en bij Mozes beginnen te tellen, dan beslaat de Bijbel een
periode van 1500 jaren die kunnen worden geverifieerd en vergeleken
met niet-Bijbelse historische geschriften. Dit was ook de periode
waarin de schrijvers van deze boeken leefden. Ze schreven hun eigen
geschiedenis op terwijl het gebeurde. Alleen het Christelijke geloof
kan aanspraak maken op zo’n uitgebreide historische fundatie. Het Hindoeďsme
maakt geen historische aanspraken.
Het schijnt zich te hebben ontwikkeld op de golven van de
diverse culturen van de mensen in India, waarbij het regelmatig werd
beďnvloed door invasies van andere volkeren. Siddhartha Gautama
(Heer Boeddha) was zonder enige twijfel een historisch persoon. Noch
hij, noch zijn volgelingen lijken echter om hun wereld te geven.
Boeddha’s onderwijzingen over lijden en de hulpmiddelen hiertegen
zijn in een zekere zin tijdloos maar laten ook een complete
ontkoppeling van de wereld zien. De profeet
Mohammed leefde van 570 tot 632 AD. Zijn leven had een grote
geschiedkundige invloed. De Koran geeft echter alleen Mohammed’s
openbaringen weer en vertelt weinig over zijn leven. Deze
openbaringen lijken niet op de verhalen zoals we die in de Bijbel
vinden. De teksten in de Koran zijn meer spiritueel en filosofisch
dan geschiedkundig. Gedurende sommige situaties is de achtergrond
duidelijk, speciaal wanneer het personen betreft die vanuit de
Bijbel bekend zijn. Er worden echter geen plaatsen, datums, namen
van heersers, gewoontes, handelsroutes enz. genoemd zoals de Bijbel
dit doet. Daar komt nog bij dat de openbaringen van Mohammed in 610
AD begonnen. Hij ontving de overgrote meerderheid van de tekst voor
de Koran voordat de Hegira in 622 AD plaatsvond. Mohammed stierf 10
jaar later daardan kan de Koran (op zijn hoogst) slechts een periode
van 22 jaar beslaan. Dit is slechts een zeer beperkte period als we
dit met de schrijvers van de Bijbel vergelijken, die een periode van
1500 jaar bestrijken.
Toen Hij door
Pilatus werd gevraagd of Hij de koning van de Joden was, antwoordde
Jezus: “Mijn Koninkrijk is
niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware,
zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat ik den Joden niet
ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier”
(Johannes 18:36). Door heel het evangelie heen kunnen we lezen hoe
Jezus de wereld op zijn kop zette door wat hij deed en zei. De
‘zaligsprekingen’ (Matthëus 5:3-10) vertellen ons wie Zijn
mensen zijn: de armen van geest, degenen die rouwen, de
zachtmoedigen, degenen die honger en dorst naar rechtvaardigheid
hebben, de barmhartigen, degenen die zuiver van hart zijn, de
vredestichters en degenen die worden vervolgd. Zij worden gezegend
in het koninkrijk van Christus, het koninkrijk van God. Niet in onze
wereld. In onze wereld worden deze mensen als de verliezers gezien.
Zij zijn degenen die aan het kortste einde trekken. Zij krijgen de
slechte zaken. In de ogen van Jezus, in de economie van God, zijn
zij de winnaars, want dit zijn de mensen die Jezus wil bereiken. Het is hierdoor
dat de Joden de Messias misten. Zoals we hebben gezien verwachtten
de Joden de Messias. Zij waren er klaar voor. Zij kenden de profetieën
van het Oude Testament en verwachtten hun Verlosser, maar ze waren
op de wereld ingesteld. Ze wilden van de Romeinse onderdrukking
worden verlost en weer opnieuw Israël en Judea als onafhankelijke
machtige staten oprichten. Daarom verwierpen zij de onderwijzingen
van Jezus en ook Zijn Koninkrijk en wezen ze Hem af. In de Oosterse
religies zien we overeenkomstig onderricht door de Boeddha en
bijvoorbeeld door de welbekende Hindoe, Mohandas K. Ghandi. Net
zoals Jezus waren ze niet geďnteresseerd wat de wereld hen aan
macht en rijkdom had te bieden. Echter, zij preekten niet over het
Koninkrijk van God; ze geloofden eigenlijk niet in God, maar zochten
eerder naar een diepere betekenis in hun spirituele dan in hun
materialistische wereld. Islam’s Mohammed
onderwees over spirituele en morele waarden omdat hij het immorele
gedrag van zijn tijdgenoten probeerde aan de kaak te stellen en te
corrigeren. Maar op de eerste plaats was hij een succesvolle
zakenman en een genadeloze krijgsheer. Zijn economische rijkdom en
positie (door zijn huwelijk met een rijke weduwe) hielpen hem om
volgelingen te krijgen. Zijn leger werd in eerste instantie bijna
vernietigd, maar hij verkreeg uiteindelijk de bovenhand en versloeg
de legers van Mekka en nam de stad in beslag. Daarna breidde hij
zijn militaire controle over het merendeel van Arabie uit. Totaal
verschillend met Jezus stelde zijn wereldse succes Mohammed in staat
om zijn religie te stichten. Als Mohammed als militaire leider geen
succes had gehad zouden we nu zeer waarschijnlijk Islam niet hebben
besproken!
Jezus was niet
verward over zijn eigen identiteit; Hij verklaarde onbeschaamd God
te zijn.[1]
Maar Hij ondersteunde dit door feiten. Jezus verrichte vele wonderen;
35 staan in de evangeliën vermeldt waaronder diverse natuurwonderen.
Een van de meest indrukwekkende wonderen was de wonderbare
broodvermenigvuldiging en hiervan wordt door alle vier de evangeliën
betuigd.[2]
Ook vervulde Jezus met een opmerkelijke nauwkeurigheid elk van de
honderden profetieën die in het Oude Testament over de Messias
worden gevonden en die, op een paar na, allemaal buiten zijn
controle en zeker ver buiten de statische mogelijkheid dat dit per
ongeluk zou gebeuren, lagen.[3]
Toen het ernaar
uit zag dat Jezus was verslagen en dat het kwaad had gewonnen door
het kruisigen en het doden van de Messias onthulde God het grootste
wonder ooit: De opstanding van Jezus.[4]
Het grootste moment van overwinning voor ‘het kwaad’ bleek later
juist het moment van een totale nederlaag te zijn. Met Zijn bloed,
door middel van de kruisiging, kocht
Jezus de verlossing voor de mens. Door Zijn opstanding verklaarde
Hij op de meest glorieuze manier die we ooit hebben gezien en zonder
dat de dood daar houvast aan had, dat Hij de Zoon van God was. Het Hindoeďsme
heeft geen grondlegger en om die reden zijn er geen aanspraken over
goddelijkheid. Ghandi was een nederige man met integriteit en met
een grote zorg voor andere mensen. Hij heeft echter nooit beweerd
God te zijn. Siddhartha Gautama (Boeddha) maakte geen aanspraak om
God te zijn en ook waren er geen serieuze beweringen dat hij
gedurende zijn leven wonderen had verricht of dat er sprake van een
opstanding geweest zou zijn “De originele geschriften van Boeddha delen niet zoiets als een
opstanding aan hem toe, het is in feite zo dat in de vroegste
documenten over zijn dood, de zogenaamde Mahaparinibbana Sutta, we
kunnen lezen dat toen Boeddha overleed het was ‘met een volslagen
overlijden waarin helemaal niets achterblijft’”.[5] De profeet
Mohammed beweerde heel duidelijk enkel een profeet van Allah te zijn.
Mohammed vervulde ook geen profetieën en er is zelfs niet
geen enkel geloofwaardig verhaal dat hij een wonder verrichtte. Vele
Moslims protesteren dat de geschriften van de Koran het
allergrootste wonder is. Anderen redetwisten over sommige
wonderlijke verhalen van Mohammed welke diep in de traditie zijn
geworteld, maar die niet door geschiedenis of door betrouwbare
geschriften worden ondersteund. Maar wanneer dit bewijs voor
Mohammed’s goddelijke inspiratie zou zijn, zien deze beweringen er
in vergelijking met de wonderen en profetieën die door Jezus werden
vervuld, slechts schamel uit. Mohammed overleed op 8 Juni 632 AD op
de leeftijd van 61 jaar in Medina waar zijn graf jaarlijks door
duizenden getrouwe Moslims wordt bezocht.
[6]
Latere legenden beweren dat hij niet overleed, maar in Jeruzalem (op
de plaats van de hedendaagse Rotskoepel)
naar de hemel is opgestegen. Er is echter geen geloofwaardig
bewijs voor deze aanspraak gepresenteerd. Wat ook Mohammed zijn
uiteindelijke bestemming is geweest, niemand heeft ooit beweerd dat
hij uit de dood is opgestaan. Christus alleen
maakte er aanspraak op om God te zijn. Alleen Christus gaf ons
bewijs om Zijn aanspraak hierop te bewijzen!
We hebben gezien
dat het Christendom niet alleen is gegrondvest in geschiedenis, maar
dat de Bijbel ook een historisch betrouwbaar boek is. De geschriften
uit de Bijbel zijn geen algemene, niet specifieke verhalen. Ze zijn
rijk in details over tijd, plaatsen en mensen. Ze noemen steden en
landen, bergen en oceanen, rivieren en valleien, gewoonten en idolen,
heersers en families. We kunnen de historische documenten traceren.
Talrijke bevestigingen komen door middel van archeologische
ontdekkingen, het ontdekken van gebouwen, kunstwerken en opschriften.
[7]Vragen
die door twijfelaars en niet-gelovigen worden gesteld zijn niet over
de historische achtergrond van het Christendom en haar
oudheidkundige wortels in het Judaďsme. Deze vragen schijnen altijd
te gaan over details zoals een naam of een datum. Ze proberen om een
speciaal gedeelte van een verhaal te kunnen bevestigen of te
ontkennen. Zoals we hebben kunnen zien
(alhoewel we nooit door middel van archeologie kunnen
bewijzen dat alles precies zo is gebeurd als dit is omschreven) is
nog nooit een persoon in staat geweest om zelfs maar een verhaal uit
de Bijbel te weerleggen. Vergelijk dit eens
met de ‘heilige’ boeken van de andere religies. De Vedas en
Tripitaka zijn verzamelingen van onderwijzingen en wijsheden, totaal
generisch van aard en beiden staan geen historische bevestigingen
toe of hebben deze zelfs nodig. De Koran omvat enige historische
achtergrond, maar is niet eens als een historische document bij
Moslimse apologetische geleerden gepresenteerd.
Strikvraag:
Hoeveel boeken heeft Jezus geschreven? Het antwoord is geen. Jezus schreef geen enkel boek of brief van de Bijbel. Van alle
66 boeken van het Oude en het Nieuwe testament schreef Jezus er niet
een. Hij is het indirecte onderwerp van het hele Oude Testament,
omdat de profetieën Zijn komst voorbereiden, zo is Hij ook de
hoofdpersoon in het Nieuwe Testament omdat de evangeliën Zijn leven
en Zijn onderwijzingen weergeven. De resterende tekst van de Bijbel
dringt haar lezers erop aan om Zijn voorbeeld te volgen en Zijn
onderwijzingen te gehoorzamen. Toch heeft hij niet een van deze
boeken zelf geschreven. Is het niet verbazingwekkend dat het Nieuwe
Testament door negen verschillende schrijvers is geschreven? Deze
negen mannen, die op een enkeling na allemaal getuige van de
opstanding waren geweest, schreven hun boeken niet terwijl ze een
kamer deelden waardoor ze hun verhalen op elkaar konden afstemmen.
Sommige hebben misschien toegang tot het materiaal van de anderen
gehad, maar de meeste schreven hun verhalen onafhankelijk van de
anderen. Ze schreven vanaf verschillende locaties en gedurende
verschillende tijden, maar ze vertelden één verhaal, ze gaven een
consequente getuigenis aan de goddelijkheid van Christus en zij
preekten een plan van verlossing. Islam beweert dat
de Koran niet alleen God’s woord is, maar ook de laatste
openbaring aan de mensheid. Het komt van de “moeder
van alle boeken” (Surah 43:2-4). Moslims houden vol dat de
Koran de exacte woord voor woord gekopieerde laatste openbaring van
God is, die op de oorspronkelijke tabletten die altijd al in de
hemel hebben bestaan, is gegrondvest.
Ze geloven dat de Koran een identieke kopie van het eeuwige
hemelse boek is, zelfs voor wat betreft de schrijftekens, titels en
de verdelingen van de hoofdstukken. Ze beweren dat de profeet
Mohammed de Koran heeft “gesproken”.
Hij was de enige schrijver (of het medium waardoor Allah
communiceerde). Deze aanspraken kunnen noch worden bewezen, noch
worden ontkent en hun autoriteit wordt alleen aan de Koran zelf
ontleent. Het is niet bekend
wie de schrijvers van de Hindoeďstische Vedas waren. De
Boeddhistische Tripitaka wordt beweerd door Boeddha zelf geschreven
te zijn en/of later door Boeddhistische monniken is bijgewerkt.
De Bijbel maakt er
telkens weer aanspraak op dat dit “Het Woord van God” is. Dit is
niet noodzakelijkerwijs een unieke bewering; andere boeken maken
dezelfde aanspraken. Alleen de Bijbel ondersteunt deze aanspraken
met feitelijke en objectieve bewijzen. We hebben uitgebreid deze
bewijzen, inclusief wetenschappelijke ontdekkingen, vervulde
profetieën, eenheid, veranderde levens, enz.
in de voorafgaande hoofdstukken besproken.[8]
Noch het Hindoeďsme,
noch het Boeddhisme maken aanspraak op het feit dat hun geschriften
goddelijk zijn ingegeven. Hoe zit het met de
Koran? Deze beweerd ook duidelijk het “Woord van God” te zijn.
De Koran beweert dit zelfs in nog duidelijkere termen dan de Bijbel,
omdat men eraan vasthoudt dat dit de actuele woorden van Allah zijn
die door de engel Gabriel aan Mohammed zijn gegeven. Kan het deze
aanspraak ondersteunen? De Moslims zelf geloven dat het “zichzelf
bewijzende wonder” de eenheid en de schrijfstijl van de Koran zelf
is. De Iranese Islamitische geleerde Sayyid Hossein Nasr schreef: “Vele
mensen, speciaal niet-Moslimse mensen, die de Koran voor de eerste
keer lezen, worden geraakt door haar blijkbaar onsamenhangende
teksten……het zijn noch hoge mystieke teksten, noch een
handleiding voor de logica van Aristoteles, alhoewel het zowel
mystiek als logica bevat……. De Koran bevat een kwaliteit die
moeilijk in een moderne taal is uit te drukken. Men kan zelfs van
goddelijke toverkunst spreken.”
[9] Sommige Moslims
beweren ook dat de Koran een wonder is omdat Mohammed zelf
analfabetisch was. Iemand
die niet geschoold en analfabetisch was, maar toch de Koran kon
“spreken” kan alleen maar door goddelijke krachten overweldigd
geweest zijn. Het is echter heel erg onwaarschijnlijk dat Mohammed
inderdaad een analfabeet was. In zijn tijd was het niet moeilijk om
behendigheid in schrijven aan te leren en gezien zijn economische
positie en ervaring is het meer dan waarschijnlijk dat hij zowel kon
lezen als schrijven. Zelfs als hij een analfabeet geweest zou zijn
moet hij toegang tot schriftgeleerden hebben gehad om hem hierbij de
assisteren. Daarom is het
bewijs voor goddelijke ingeving voor de Koran gelimiteerd tot het
“wonder van de Koran” zelf, wat niet echt overtuigend en een
schrale vergelijking is met de bewijzen voor de autoriteit van de
Bijbel.
Het Christendom
heeft geen losse einden. Het plan van verlossing[10]
completeert een gehele cirkel. God is heilig en onze zonden
scheidden ons van Hem. God Zijn rechtvaardigheid eist dat er een
prijs moet worden betaald, de prijs van dood door het vloeien van
bloed. God Zijn genade staat een plaatsvervanger toe die de prijs
voor ons kan betalen. God’s liefde stuurde Jezus, Zijn Zoon, naar
de aarde om deze prijs met Zijn bloed voor ons te betalen. Door
Jezus’ betaling voor onze zonden te accepteren kunnen we gedurende
ons leven weer met God worden verzoend alsmede na onze dood wanneer
deze verzoening volledig wordt gerealiseerd. Het plan van
verlossing is waar het allemaal in de Bijbel over gaat. Het werd in
de vroege geschiedenis van de mens ontsluierd en ontvouwen. Het laat
geen open einden. Als we het geschenk van Jezus door geloof
accepteren kunnen we zeker van onze redding zijn. Als we dit niet
doen kunnen we van onze verdoemenis zeker zijn. Zo eenvoudig is het. Andere religies
bieden niet zo’n gelijkwaardig totaal plan. Het Hindoeďsme
beweert dat iemand alleen maar hoeft te “verbeteren” door middel
van een aantal kringlopen van reďncarnatie.
En toch zal de gelovige nooit met enige zekerheid weten hoe
succesvol hij of zij is geweest om dit doel te bereiken. Iemand op
zijn sterfbad kan nooit weten of de geest Moksha heeft bereikt of
dat er nog een andere kringloop van wedergeboorte, leven en dood is
gevraagd. De situatie met
het Boeddhisme is hetzelfde. Wanneer is iemand echt vrij van het
lijden? Hoe kan je dat meten en hoe kan je dat weten?
Je sterft en wat dan? Verdwijn je in Nirvana of wordt je
wedergeboren als een menselijk wezen of als een of ander organisme.
Zoals dit ook het geval met het Hindoeďsme is, lijkt het erop dat
vele vragen ontbeantwoord zullen blijven. De Moslims geloven
dat na de dood hij of zij de beoordeling van Allah zullen ondergaan.
De gelovige zal worden beoordeeld naar het feit of ze een gehoorzame
en onderworpen Moslim zijn geweest en naar hun goede en slechte
daden. “Dan zullen zij slagen, wier schalen zwaar zijn. Doch
zij, wier werken licht zijn - dit zijn degenen die hun ziel
benadeelden - zullen in de hel vertoeven” (Surah 23:102-3). [11]
Wanneer zijn er echter meer goede dan slechte werken? Hoe werkt deze
economie of weegschaal? Wanneer bereik je een punt in je leven dat
je kan sterven met de zekerheid dat je de hemel zal ingaan? De
Moslim zal het antwoord op deze vraag altijd met onzekerheid
tegemoet zien. De Koran laat doorschemeren dat de gelovige zeker kan
zijn van zijn of haar eeuwige bestemming, maar er is geen garantie.
Mohammed zelf was onzeker over zijn eigen redding. Daarom zullen
Moslims krachtig streven om het paradijs te bereiken, maar ze leven
constant met de angst dat Allah hun arrogantie zal beoordelen en ze
naar de hel zal sturen. [12]
Alleen
Moslims die in een Jihad worden gedood hebben de zekerheid om de
hemel in te gaan.[13]
Wat
moet een Christen doen om voor haar of zijn zonden te betalen en om
redding te verdienen? Het antwoord is dat we niets hoeven te doen.
Onze redding is een geschenk van God. In Johannes 3:16-18 leert
Jezus ons: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die
in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. Want
God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld
veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.
Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft,
is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des
eniggeboren Zoons van God.” Onze redding is zeker niet
op onze verdienstelijkheid gebaseerd, maar helemaal op de gratie van
God. “Want
de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof
tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het
geloof leven.” (Romeinen 1:17). De straf voor zonde;
dood door het vloeien van bloed,
is al door Jezus betaald voor alle zonden in het verleden,
het heden en in de toekomst. Dat is waarom Zijn laatste woorden aan
het kruis waren: “Het is
volbracht” (Johannes
19:30), het betekende dat de schuld was betaald, volledig betaald en
dat er geen uitstaande balans meer is. De enige actie die er voor
ons is overgebleven, is om Zijn geschenk van redding te accepteren. Het Christelijke
leerstelling over onze verlossing van zonde lijkt te mooi om waar te
zijn. Het lijkt heel erg onlogisch. Hoe kunnen we het meest
belangrijk ding in dit leven, een kaartje naar de hemel, voor niets
krijgen? Niets in dit leven is gratis en wanneer iets voor niets
wordt aangeboden is er meestal een valstrik. Dus wat is de valstrik?
Er is geen valstrik, het is gratis voor ons, maar het kwam met een
kostbare prijs voor God. Hijzelf heeft de prijs voor onze zonden
moeten betalen door zijn enige Zoon voor ons op te offeren. We
kunnen ons niet eens voorstellen hoe groot dit offer geweest moet
zijn. Misschien dat een ouder zich kan voorstellen hoe het moet
voelen om een van hun kinderen op te offeren. Dus, de redding was
verzekerd, niet door menselijke prestatie, maar door een goddelijke
volbrenging. Alle
wereldreligies beloven een of ander pad naar vrijheid of redding.
Interessant genoeg zijn al deze plannen gebaseerd op iets wat de
gelovige moet doen om dit te verdienen. In het Hindoeďsme kan je de
vrijheid verdienen door op een bepaalde manier volgens bepaalde
principes, plus meditatie te leven. Je kan je volgende leven
verbeteren en uiteindelijk totale vrijheid bereiken door Moksha te
behalen. Boeddhisten werken hard om het achtvoudige pad te lopen om
Nirvana te bereiken. Moslims geloven dat door hard te werken om
goede werken te doen en zich tot op de letter aan de vijf pilaren te
houden, ze een kans hebben om de balans in hun voordeel te laten
kantelen en daardoor door Allah waardig genoeg worden bevonden om de
hemel in te gaan. Maar merk wel op
dat ze er allemaal voor moeten ‘werken’ en dat ze er nooit zeker
van zullen zijn of ze wel genoeg werk hebben gedaan. Zelfs
Christenen worstelen met het geschenk. Daarom zien we zogenaamde
Christenen sekten zoals de Mormonen en de Jehova’s getuigen die
andere instructies en kwalificaties waaraan iemand moet voldoen om
te worden verlost, hieraan toevoegen. We zien hetzelfde bij de Rooms
Katholieke en Oosters
Orthodoxe kerken die het offer van Christus als een eerste stap
accepteren, maar daarna werken en sacramenten eisen om volledig te
hemel te verdienen en te behalen (en om iemand zijn tijd in het
vagevuur te verminderen). God deed dit allemaal voor jou! Hij heeft
het werk al gedaan; we hoeven alleen maar in Zijn gratie te geloven.
God houdt al van je; je hoeft alleen maar van Hem te gaan houden. [1]
Zie hoofdstuk 18. [2]
Zie hoofdstuk 19. [3]
Zie hoofdtsuk 20. [4]
Voor een overzicht van alle bewijzen van de opstanding, zie
hoofdstuk 21. [5] Wilbur M. Smith, Therefore Stand (1945) pagina 385 zoals geciteerd door Josh McDowell , The New Evidence That Demands a Verdict (1999) pagina 205. [6] Josh McDowell , The New Evidence That Demands a Verdict (1999) pagina 205. [7] Zie hoofdstuk 14. [9] Sayyid Hossein Nasr, Ideals and Realities of Islam (1966), pagina 47. [10] Zie hoofdstuk 26. [11]
Vertaling van Hassan Alaoui en Mohamed el-Fers
op http://members.chello.nl/m.elfers/koran000.html. [12] Ergun Mehmet Caner en Emir Fethi Caner , Unveiling Islam (2002), pagina’s 142-151. [13] Idem, pagina’s 190-192
|
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home Apologetiek - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |
|
|