Heb je ooit naar
de hemel gestaard op een heldere zomeravond? Is het niet
verbazingwekkend om al de duizenden en duizenden sterren, evenals de
maan en onze naburige planeten te zien? Geeft het geen overweldigend
gevoel, en laat het je soms tegelijkertijd niet voelen hoe klein en
nietsbetekenend we zijn? Heb je er ooit over nagedacht hoe
verbazingwekkend het is dat we al deze sterren inderdaad kunnen zien?
Als onze atmosfeer maar een klein beetje dikker zou zijn, dan zou de
lucht eruitzien als nevel of als een mist bank. En als de aarde
ergens anders in het Melkwegstelsel geplaatst zou zijn dan zouden we
een heel ander “uitzicht” hebben. In een “drukker” gedeelte
van het stelsel zouden we alleen maar een paar dichtstbijzijnde
sterren kunnen zien. Die zouden
namelijk zoveel licht geven dat we de zwakkere sterren niet zouden
kunnen waarnemen. Als we ons verder aan de buitenkant van het
sterrenstelsel zouden bevinden, dan zouden er te weinig sterren
dichtbij zijn om geobserveerd te kunnen worden. In The
Privileged Planet [1]
hebben Gonzales en Richards een aantal intrigerende observaties geïdentificeerd
die aantonen hoe uniek de aarde is gepositioneerd om het heelal te
observeren. Zij beargumenteren dat de voorwaarden voor een optimale
observatie gerelateerd zijn aan factoren zijn die essentieel zijn om
leven hier op aarde te laten bestaan. Laten we een paar van deze
voorbeelden onderzoeken: Een totale
zonsverduistering
Eens in de zoveel jaar vindt een totale zonsverduistering plaats voor een beperkte gebied op aarde. Gedurende een perfecte of een totale zonsverduistering, wordt het licht van de zon volledig geblokkeerd door de maan, welke dan in een positie is die precies gelegen is tussen de locatie op aarde waar de verduistering plaatsvindt en de zon. Wat het evenement “compleet” maakt is het feit dat vanaf het punt waar de observeerder is, de maan exact de volledige zon blokkeert. In het verleden zijn zonsverduisteringen niet alleen verbazingwekkend geweest om te observeren, maar hebben ze ook geresulteerd in belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen die zonder een totale zonsverduistering niet mogelijk zouden zijn geweest.
De helderheid van
de atmosfeer van de aarde
Organismen die
zuurstof inademen hebben een atmosfeer nodig met ongeveer 10 tot 20%
zuurstof (de atmosfeer van de aarde is ongeveer 21% zuurstof, 78%
stikstof en sporen van andere gassen). De atmosferische balans is
cruciaal niet alleen om zuurstof te kunnen ademen maar ook als
bescherming tegen ultra violette zonnestralen en om extreme
temperaturen tussen dag en nacht te kunnen voorkomen. Deze delicate
samenstelling van de atmosfeer is dan “toevallig”
ook nog helemaal transparant. Meer op koolstof gebaseerde gassen,
zoals koolstofdioxide – wat door plantleven wordt ingeademd
(minder dan 0.04% van onze atmosfeer) of meer waterdamp (normaal
gesproken minder dan 1%, hoewel veel hoger op een regenachtige,
vochtige, mistige dag in druilerig Nederland) zouden niet alleen de
doorzichtigheid dramatisch verminderen, maar zouden dan ook
‘greenhouse’ effecten veroorzaken. Zichtbaar licht is
een straling van een zekere golflengte. Voor het menselijk oog zijn
alleen golflengten van ultraviolet tot rood licht (de welbekende
regenboog) te zien en deze golflengten variëren van ongeveer 4.000
Angström tot 7.000 Angström (1 Angström is 10-10
meter). “Toevalligerwijs” is de atmosfeer van de aarde alleen
doorzichtig voor straling (licht) dat vanuit het heelal binnenkomt
variërend van 3.100 tot 9.500 Angström (en radio golven). Dus, de
variatie van zichtbaar licht voor het menselijk oog is precies in
het midden van de frequentieband waarvoor de atmosfeer doorzichtig
voor is. Dit is ook de variatie waarin 40% van de energie van de zon
wordt afgestraald. In de woorden van
Richards en Gonzales[2]:
“Het blijkt dat onze
atmosfeer een bijna perfecte balans heeft gevonde, waarbij de meeste
straling die we kunnen gebruiken wordt doorgelaten, terwijl de meest
dodelijke wordt tegengehouden.” Evolutionisten
zullen nu waarschijnlijk uit hun stoel springen en gretig zeggen: Uiteraard,
natuurlijk, we zijn onder deze omstandigheden op deze aarde geëvolueerd,
dus is het duidelijk dat het menselijk oog evolueerde – door
natuurlijke selectie – om precies in dit spectrum van licht in
onze atmosfeer te functioneren.” Maar
dat is gewoon niet waar. Het proces van fotosynthese kan alleen
plaatsvinden binnen golflengtes (licht) die ruwweg in de zichtbare
licht variatie vallen. Met andere golflengten zal het absoluut niet
gebeuren, moleculen kunnen geen straling opnemen van golflengten
buiten het zichtbare licht. Zoals de Duitse Sterrenkundige Hans Blumenberg in 1975 verklaarde:[3]
De locatie van de
aarde in het Melkwegstelsel
De locatie van de
aarde in het Melkwegstelsel is nog een steekhoudende illustratie
over hoe perfect de condities voor leven gelijk zijn met de optimale
condities om onderzoek te doen. Het Melkwegstelsel
– zoals andere stelsels – is overbevolkt. Het heeft meer dan 100
miljard sterren ( sommigen schatten de hoeveelheid zelfs of 400
miljard). Het is spiraalvormig in een relatief plat vlak met
vertakkende armen (de zogenaamde spiral
arms of spiraalarmen), daarom wordt het Melkwegstelsel een spiral
galaxy spiraal
sterrenstelsel genoemd. De meeste sterren bevinden zich in het
midden van het centrum en de rest is verspreidt over de spiraalarmen.
Bij een aanblik van bovenaf zijn de spiraalarmen duidelijk te zien.
Deze armen zijn over het algemeen in het platte vlak en dat zorgt
ervoor dat wanneer we het Melkwegstelsel van de zijkant bekijken het
er als een plat bord uitziet (zie de foto’s). Het Melkwegstelsel
– zoals elk ander sterrenstelsel – is geen vriendelijke buurt.[4]
Het leven in het centrum van het stelsel is onmogelijk door de
concentratie van sterren, welke tot voortdurende botsingen leidt (zoals
het verkeer tijdens het spitsuur bij een druk kruispunt). Ook is er
de aanwezigheid van vele stervende sterren ( sterren die “super
nova” gaan of die dodelijke straling afgeven). Dezelfde problemen
zijn ook in de spiraal armen aanwezig. Als een gevolg daarvan kunnen
bewoonbare planeten in het Melkwegstelsel alleen maar tussen de
spiraal armen bestaan. Aan de andere kant, om toegang te hebben tot
de zwaardere elementen, kan een dergelijk planeet ook aan het
uiteinde van het stelsel zijn. De aarde is geplaatst tussen twee
spiraal armen, halverwege tussen het midden van het stelsel en de
buitenkant – precies in het betrekkelijk, minuscule gedeelte van
het Melkwegstelsel wat in de astrobiologie de Galactic
Habitable Zone genoemd wordt.
Figuur
4-2. Het Melkwegstelsel. De linker foto[5]
(gemaakt door een artiest) kijkt neer op het Melkwegstelsel vanaf
een positie van buiten het stelsel zelf. De rechter foto[6]
(een originele foto genomen door het ruimtevaartschip COBE) laat een
zijkant van de platte vlakte zien. Dit is dus ook de
beste plaats voor observatie. Doordat we ons in de platte vlakte van
het stelsel bevinden, geeft dit ons een geweldig uitzicht op de
sterren die zicht in de spiraal armen rondom ons heen bevinden. In
het verticale vlak kunnen we andere stelsels die ver weg zijn
observeren zonder dat we daarbij worden gehinderd door het licht van
de andere sterren in de Melkweg. Zou het stelsel een andere vorm
hebben dan zou dit niet mogelijk zijn geweest. Als we ons in een van
de spiraalarmen zelf zouden bevinden of mogelijk zelfs in het
centrum van de Melkweg, dan zou het licht van de dichterbij gelegen
sterren ons verblinden, zoals dat gebeurd wanneer een auto met groot
licht naar je toerijdt, en dat zou het onmogelijk maken om vagere
sterren, die verder weg gelegen zijn, te zien. Nogmaals, de plaats in het heelal die het beste geschikt is voor observaties is tevens de enige plaats in het heelal waar een observator kan leven. Het heelal is niet alleen ontworpen om leven te ondersteunen, maar ook om ontdekt te worden. Zoals Koning David 3.000 jaar geleden schreef:
Psalm 19:2
[1]
De volgende voorbeelden zijn allemaal uit Guillermo Gonzales en
Jay W. Richards, The
Privileged Planet
(2004)
en Lee Strobel
’s interview met
Gonzales en Richards in Case
for a Creator (2004), hoofdstuk 7. [2] Idem, pagina 66. [3] The Genesis of the Copernican Revolution (1975, vertaald in het Engels in 1987) door Hans Blumenberg . [4] Rare Earth (2000), hoofdstuk 2. [5] Barred Spiral Milky Way Illustration Credit: R. Hurt (SSC), JPL-Caltech, NASA. Van http://apod.gsfc.nasa.gov/apod/ap050825.html. [6] Deze foto van de Melkweg is genomen met NASA's Cosmic Background Explorer (COBE)'s Diffuse Infrared Background Experiment (DIRBE) op 21 November 2001.
|
|||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |