Heb je wel eens
gehoord van een oxymoron? Een oxymoron is een paradox, een
combinatie van twee conflicterende termen. Beroemde voorbeelden
zijn “oud nieuws”, “oudere jongeren”, “goed fout”,
“modern klassiek”, “oorverdovende stilte”, “knap
lelijk” en “een
levend lijk”. Alle bovengenoemde
voorbeelden zijn goede illustraties, maar persoonlijk heb ik
geleerd dat een van de beste oxymorons de term “eenvoudige
levensvorm” is. Die combinatie van woorden is gewoon in
complete tegenspraak. Zelfs de meest elementaire eencellige
levensvorm is vele, vele malen meer gecompliceerd dan wat er
ooit door de mens is gemaakt of zelfs is verzonnen. De eenvoudige
eencellige levensvorm die aan het begin zou staan van de
evolutionaire ketting blijkt achteraf toch niet zo eenvoudig en
simpel te zijn. Ter illustratie: een eencellig organisme zou het
best beschreven kunnen worden als “een
technisch geavanceerde fabriek, uitgerust met kunstmatige
intelligentie en coderingssystemen; centrale geheugenbanken die
in staat zijn enorme hoeveelheden informatie op te slaan en
terug te vinden; nauwkeurige positioneringsystemen welke de
automatische productie van componenten regelen; foutherstellende
en kwaliteitscontrolerende mechanismen die fouten
voorkomen; lopende banden die gebruik maken van prefabricatie
principes en modulaire constructie; en een compleet
reproductiesysteem dat het organisme in staat stelt om zichzelf
te dupliceren met onwaarschijnlijke snelheden.”[1] Of wellicht is dit zelfs een meer illustrerende beschrijving: “een levende cel is als een robotfabriek die volledig is bemand door robots, waarin robots gebouwd worden die zelf weer nieuw robot fabrieken zullen bouwen.”
Een "eenvoudige" levende cel Het meest
eenvoudige eencellige organisme is meer gecompliceerd dan wat er
ooit door een mens is uitgevonden. In andere woorden: er
bestaat geen eenvoudig eencellig organisme – de meeste
elementair mogelijke cel is extreem complex! Een van de meest
gecompliceerde door de mens bedachte machines is een modern
vliegtuig, zoals de Boeing 787 Dreamliner. De Dreamliner bestaat
uit zo’n vier tot vijf miljoen verschillende onderdelen. Door
het ingenieus samenvoegen van deze vier tot vijf miljoen
“niet-vliegende” onderdelen, hebben de ingenieurs van Boeing
een machine gebouwd die kan vliegen. Vergelijk dit eens met een
cel: Een levende cel bestaat uit meerdere miljarden niet-levende
onderdelen (atomen en moleculen). Een levende cel is dus
tenminste duizend maal complexer dan een modern vliegtuig. Moleculaire
biologie leert ons dat de drie basis componenten van elke
levende cel eiwitten, DNA en moleculaire machines zijn. Eiwitten bouwen
Eiwitten (proteïnen)
zijn de moleculen van structuur en functie. Ze zijn zoals de
bouwmaterialen voor een huis: beton, cement, gipsplaat, balken,
ramen enzovoort. Ons haar bijvoorbeeld bestaat grotendeels uit
eiwitten, huidcellen zijn eiwitten en de enzymen die het voedsel
afbreken bestaan grotendeels uit eiwitten. Zelfs de meeste
eenvoudige cel in ons lichaam of een eencellig organisme bestaat
uit ongeveer 200 eiwit moleculen. Eiwitten zelf zijn
gebouwd van aminozuren. Een eiwit molecuul is eigenlijk een
lange ketting van verbonden aminozuren. Aminozuren zijn
moleculen die gebouwd zijn rondom (een aantal) koolstof atomen.
Elk koolstof atoom kan verbindingen maken met vier andere (kettingen
van) elementen/moleculen, welke elk weer bestaan uit andere
koolstofketens, of combinaties van zuurstof, waterstof en
stikstof. In de natuur zijn er ongeveer 80 verschillende soorten
aminozuren, slechts 20 hiervan worden echter aangetroffen in
levende organismen. Indien een van de andere 60 aminozuren
opgenomen zou worden in een eiwitvormende keten, dan maakt dit
het eiwit ongeschikt voor gebruik in een levend organisme. Er
zijn ongeveer 100 correct “geselecteerde” aminozuren nodig
om een eiwit molecuul te vormen. Er is nog een
extra complicatie: aminozuren komen in de natuur in gelijke
aantallen van zogenaamd rechts-
en linksdraaiende oriëntatie voor. Deze oriëntatie, ook wel moleculaire
chiraliteit genoemd, heeft te maken met hoe de andere
moleculen zijn gebonden aan het centrale koolstof atoom. Een
oersoep zou daarom niet alleen een willekeurige hoeveelheid van
elk van de 80 mogelijke aminozuren bevatten, maar elk aminozuur
zou ook in een ongeveer gelijke hoeveelheden in rechts- en
linksdraaiende oriëntatie voorkomen. Voor nog onbekende redenen
bevatten eiwitten in levende cellen uitsluitend linksdraaiende
aminozuren. De aanwezigheid van enig rechtsdraaiend aminozuur in
een eiwitketen maakt dit eiwit onbruikbaar in een levend
organisme. Is het mogelijk
voor een eiwit om bij toeval te ontstaan? Een berekening van de
kans dat een enkel functioneel eiwit molecuul zich bij toeval
kan vormen lijdt tot de volgende calculatie: 1/80 (selecteer
het juiste aminozuur, 1 uit 80 mogelijke keuzen) vermenigvuldigd
met ½ (alleen linksdraaiende aminozuren zijn bruikbaar) =
1/160. Dit is de kans dat het eerste aminozuur in de eiwitketen
correct wordt geselecteerd. Een eiwit molecuul bestaat uit
tenminste 100 aminozuren, dus dit moet 100 maal herhaald worden.
Dan wordt de kansberekening: 1/160 maal 1/160 maal 1/160 maal
… 1/160 (in totaal 100 keer) = 1/160 tot de macht 100, ofwel
een kans van 1 in 2.6 x 10220. Vergelijk dit
getal eens met het feit dat er in het complete heelal
“slechts” een geschatte totaal van 1080 atomen
aanwezig zijn. En als je denkt dat zo’n kleine kans geen
probleem is omdat er zo veel tijd beschikbaar is om het mogelijk
te maken, bedenk dan dat – volgens het Big Bang model – het
heelal “slechts” ongeveer 15 miljard jaar oud is. Dat is
“slechts” 4 x 1017 seconden. Ofwel, alle
beschikbare atomen in het heelal gecombineerd met de totaal
beschikbare tijd van het bestaan van het heelal geeft niet
genoeg mogelijkheden om een enkel eiwit molecuul bij toeval te
laten vormen. En dat is nog
slechts een enkel eiwit molecuul. Voor de eenvoudigste cel zijn
er tenminste 200 eiwit moleculen nodig. Het vormen van een
enkel eiwit bij toeval is zo onwaarschijnlijk dat zelf
evolutionisten het niet meer geloven![2] Het Miller
experiment
Maar wacht even,
hoe zit het met het Miller experiment? Heeft Stanley Miller niet
laten zien dat als je energie toevoegt aan een mengsel van
stoffen zoals die op de pasgevormde aarde aanwezig waren, dat
dan de bouwblokken voor het leven spontaan worden gevormd? Inderdaad, in 1952 voerde Stanley Miller, een doctoraal student aan de scheikundige faculteit van de Universiteit van Chicago zijn beroemde “vonk-kamer” experiment, beter bekend als Miller of Miller-Urey experiment uit. Na het bijwonen van een lezing door Nobelprijs winnaar Harold Urey over de condities op de pasgevormde aarde besloot Miller deze situatie te recreëren in het laboratorium. Hij verbond water (“de oceaan”) via glazen buisjes met een mengsel van methaan, ammoniak en waterstof, de chemicaliën die verondersteld werden aanwezig te zijn in de atmosfeer van de vroege aarde. Met behulp van elektroden simuleerde hij bliksem. Na een week was het water geel-bruin geworden en dreef er een dun olieachtig laagje op. Nadere analyse toonde aan dat het water glycine en andere aminozuren bevatte, de bouwblokken van het leven. Door het experiment verder te optimaliseren was Miller uiteindelijk in staat smalle hoeveelheden van ongeveer de helft van de 20 voor het leven benodigde aminozuren te produceren.
De opstelling van het Urey-Miller experiment
Time Magazine,
Life, en andere
weekbladen en kranten huldigden deze doorbraak met koppen als
“Experiment bewijst de
theorie dat het leven begonnen is als een chemische reactie”.
Maar, het enige wat Miller had gedaan was het produceren van een
paar aminozuren. Bakstenen alleen zijn niet voldoende om een
huis te bouwen. En net als bakstenen, moeten de aminozuren in de
juiste volgorde worden samengevoegd voordat ze een eiwit kunnen
vormen. Meer recente
wetenschappelijk kennis heeft een aantal serieuze problemen
onderkent met betrekking tot het Miller experiment. Deze
kritische aantekeningen geven een duidelijke indicatie voor de
complexiteit en onwaarschijnlijkheid van de theorieën die
uitgaan van het spontaan vormen van eitwitten:
[3]
Zelfs vandaag,
ondanks vele, vele pogingen en uitgegeven fondsen, is de moderne
wetenschap niet in staat om betere resultaten voor “leven in
een reageerbuis” te produceren. Nu, meer dan 50 jaar na deze
“doorbraak in evolutionaire wetenschap” bewijst het Miller
experiment overduidelijk hoe extreem onwaarschijnlijk (onmogelijk
is een beter woord) het is om een enkel eiwit molecuul bij
toeval te laten ontstaan. In feite heeft het
Miller experiment het tegenovergestelde aangetoond en is nu een
essentieel onderdeel geworden van de bewijsvorming voor het
Scheppingsmodel: Het toont dat een proces dat aan het toeval
wordt overgelaten geen werkbare resultaten geeft. Alleen als je
het proces probeert te controleren en te beïnvloeden dan kun je
enige aminozuren produceren – dat is het principe van
“Intelligent Design” – een van de uitgangspunten van het
Scheppingsmodel. Lees verder: (3) Bouwen van DNA - moleculaire machines
[1] The Case for Faith (2000), pagina 98, Lee Strobel’s interview met Walter L Bradley. [2] Diverse bronnen, zie o.a. Lee Strobel , The Case for a Creator (2004), pagina’s 229-230 [3]
Voor een uitgebeide analyse van het
Miller-Urey
experiment
zie Jonathan Wells
,
Icons of Evolution (2000), hoofstuk 2 en ook Lee Strobel
, The
Case for a Creator (2004), hoofdstuk 3. [4] Science magazine in 1995 zoals geciteerd door Lee Strobel , The Case for a Creator (2004), pagina 37.
|
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |