Nog meer
complicaties
In
Origins of Life (2004)[1]
identificeren de auteurs een aantal additionele uitdagingen voor
de evolutionaire verklaring voor de oorsprong van het leven
welke niet door de moderne wetenschap verklaart kunnen worden.
Een paar van deze problemen zijn:
Paleontologen claimen dat, gebaseerd op studies van de gevonden fossielen,
de eerste levensvormen op aarde ongeveer 3,8 miljard jaar
geleden verschenen. Geologen hebben geconcludeerd dat de aarde
tot ongeveer 3,9 – 3,85 miljard jaar geleden onder zwaar
bombardement lag van kometen en asteroïden. Gedurende het
optreden van deze inslagen zou het niet mogelijk zijn geweest
voor leven om te ontwikkelen of te bestaan. Daarom is de
beschikbare tijd voor het eerste leven om te ontwikkelen minder
dan 100 miljoen, wellicht slechts ongeveer 50 miljoen jaar. Op
de evolutionaire tijdschaal is dat een onmogelijk korte periode
om leven door toeval te laten ontstaan.
Aminozuren zijn de basisblokken van eiwitten. Zoals eerder vermeld komen
aminozuren zowel in links- als rechtsdraaiende oriëntatie (chiraliteit)
voor. Deze oriëntaties zijn bepaald door hoe de diverse
chemische groepen verbonden zijn met het centrale koolstof atoom.
In levende cellen komen uitsluitend eiwitten voor die zijn
gevormd uit linksdraaiende aminozuren. De aanwezigheid van
rechtsdraaiende aminozuren in enige “soep” creëert daarom
een enorm probleem voor het door toeval laten ontstaan van leven.
Alle bekende en bestudeerde aminozuur producerende chemische
reacties leveren chirale moleculen in gelijke verhoudingen: 50%
linksdraaiend en 50% rechtsdraaiend. Wetenschappers zijn van
mening dat het zeer onwaarschijnlijk is dat er enige “soep”
bestaat of bestaan heeft die uitsluitend linksdraaiende
aminozuren bevat of bevatte. Omdat zo’n “soep” een
noodzakelijke voorwaarde is om zelfs een evolutionair proces
voor de productie van eiwitten zelfs maar in overweging te
kunnen nemen, heeft het chiraliteits probleem zich gepresenteerd
als een onoverkoombare wegversperring.
Evolutionaire modellen veronderstellen het bestaan van zogenaamde chemische routes (reeksen van achtereenvolgende chemische reacties). Deze chemische routes moeten verklaren hoe de grondstoffen op de vroege aarde ooit in staat zouden zijn geweest om eiwit moleculen en DNA/RNA te vormen. In de afgelopen meer dan 50 jaar hebben onderzoekers weinig tot geen enkele voortgang geboekt in het identificeren van deze routes. Routes die in een niet-levende wereld zouden leiden tot cruciale biochemische verbindingen moeten nog steeds gevonden worden en de reële mogelijkheid is aanwezig dat deze routes gewoon niet bestaan. Nog meer problematisch is het complete falen van evolutionaire modellen tot het identificeren van mogelijke routes die effectief kunnen functioneren onder de condities die aanwezig waren op de vroege aarde. Deze omstandigheden op de vroege aarde zijn volledig in tegenspraak met vele essentiele routes zoals die worden voorgesteld door oorsprong-van-het-leven onderzoekers. Vanwege deze chemische problemen hebben meerdere onderzoekers geconcludeerd dat ongecontroleerde chemische processen niet tot leven kunnen leiden. Hoe verklaart evolutie dit?
Wetenschappers
worstelen al met het vinden van een verklaring voor de oorsprong
van het leven sinds de publicatie van Darwin’s boek. Door de
jaren heen, met het toenemen van onze kennis, is het vinden van
zo’n verklaring een meer en meer complex probleem geworden. Evolutionisten
hebben in de loop der jaren tenminste een dozijn mogelijke
verklaringen voorgesteld. Hieronder volgt een overzicht van de
meest geaccepteerde en bestbekende theorieën:
Dit is de
traditionele verklaring van evolutionisten. Het veronderstelt
dat de meest eenvoudige levende organismen ontstonden door
natuurlijke processen, willekeurige gebeurtenissen en heel veel
tijd. Maar zoals we al hebben gezien heeft de moderne wetenschap
ons geleerd dat dit niet mogelijk is. Zoals eerder uitgelegd is
de kans dat een enkel eiwit molecuul van ongeveer 100 aminozuren
door toeval zou kunnen worden gevormd in de orde van 1 in 10220.
De mogelijkheid dat een complete levende cel door toeval zou
kunnen ontstaan is nog vele malen kleiner. Met andere woorden,
de kansen zijn effectief niet aanwezig. Dat is de reden dat
alleen mensen die niet op de hoogte zijn met de huidige
informatie over dit onderwerp nog geloven dat het leven door
toeval kan zijn ontstaan. Objectieve wetenschappers geloven dat
gewoon niet meer. Maar ze willen ook niet geloven in een
Schepper. De overleden mathematicus, natuurkundige en professor
in de astronomie, Fred Hoyle, verwoordde dit als volgt: “Iemand met slechts
beperkte ervaring met een Rubiks kubus zal toegeven dat het
bijna onmogelijk is voor een blinde om deze puzzel op te lossen.
Probeer je nu een groep van 1050 blinde personen elk
met een Rubiks kubus voor te stellen. Probeer dan de kans te
schatten dat al deze blinden op het zelfde moment door
willekeurige pogingen de oplossing van de kubus bereiken. Dat is
de kans dat door willekeurige reacties een enkel organisch
polymeer [=
een eiwit] benodigd voor
het leven wordt gevormd. Het concept dat niet alleen alle
organische polymeren maar zelfs een complete levende cel gevormd
kan worden door toeval vanuit een oersoep hier op aarde is
duidelijk nonsens van de hoogste orde.”[2]
Een van de
eerste theorieën (die nog steeds wordt onderwezen in de
leerboeken) beargumenteert dat leven wellicht “chemisch is
voorbestemd” door voorkeuren voor bepaalde chemische
verbindingen. Volgens deze theorie zou een vorm van onderlinge
aantrekking tussen aminozuren de oorzaak zijn dat ze spontaan in
de juist volgorde verbinden om eiwitten te vormen. Uitgebreid
onderzoek en computermodellen hebben echter reeds in 1986
aangetoond dat deze verbindingen niets te maken hebben met
chemische voorkeuren. Zelfs Dean Kenyon, een van de grootste
voorstanders van deze theorie, heeft dit idee laten vallen.[3]
De wanhopige
zoektocht naar een verklaring van de oorsprong van het leven
gegeven de korte beschikbare tijd voor leven om te ontwikkelen
(“slechts” ongeveer 50-100 miljoen jaar) heeft sommige
wetenschappers de ruimte ingestuurd.
Deze wetenschappers overwegen serieus de mogelijkheid dat
leven ergens anders in het heelal is ontstaan en vervolgens naar
aarde is gebracht (“gelift”) op een rots of rotsen die op
onze planeet zijn ingeslagen. Dit concept wordt Panspermia
of Panspermie genoemd. Een gerelateerd
idee is dat leven mogelijk eerst ontstaan is op Mars. Sommige
van deze levende organismen werden vervolgens de ruimte
ingeblazen door de inslag van kometen en asteroïden.
Na enige tijd landde dit materiaal op aarde en dat was
het begin van het leven (klinkt als de basis voor het filmscript
van Mission to Mars
[2000]). Het vinden voor
enig bewijs van deze theorieën is momenteel niet mogelijk en
zal waarschijnlijk moeten wachten totdat we monsters kunnen
nemen van kometen en Mars voor verder studie. Het is belangrijk
om te vermelden dat geen van deze beide ideeen de vraagstuk van
de oorsprong van het leven echt beantwoord. Het verschuift
slechts het probleem naar een andere planeet of komeet. De echte
vraag hoe leven heeft kunnen ontstaan blijft onbeantwoord.[4]
De veruit meest
populaire gedachte in de wetenschappelijke evolutionaire wereld
van vandaag is het concept dat het leven moet zijn begonnen in
een “RNA-wereld”. Zoals je wellicht herinnerd is RNA een streng die
wordt afgescheiden van het DNA en die de gedetailleerde
instructie bevat om moleculen zoals eiwitten te bouwen. Het idee
is dat als RNA aanwezig zou zijn, dan zou het probleem van het
vormen van eiwitten gedeeltelijk zijn opgelost. Je hebt dan
uiteraard ook nog wel de moleculaire machines nodig om de RNA
code te lezen en de eiwitten te bouwen. De RNA-wereld theorie
veronderstelt dat eenvoudig RNA is ontstaan uit de oersoep op de
vroege aarde ten gevolge van natuurlijk processen en kans/tijd.
Dit eenvoudige RNA evolueerde vervolgens via het zichzelf
kopieren in meer en meer complexe structuren, die uiteindelijk
in staat waren eiwitten te produceren en tenslotte te evolueren
in DNA. Vandaag de dag
is onderzoek in de RNA-wereld een zelfstandige industrie
geworden. Wetenschappers in dit onderwerp kunnen demonstreren
dat willekeurige RNA reeksen soms bruikbare eigenschappen hebben.
Maar ondanks de enorme hoeveelheden geld besteed aan
experimenten en onderzoek sinds het midden van de tachtiger
jaren is er geen feitelijk bewijs geproduceerd over hoe enig RNA
zou kunnen evolueren in een complete levende cel. En uiteraard is
niemand in staat om te verklaren hoe zelfs de meeste elementaire
RNA streng door toeval zou kunnen ontstaan uit de “soep”.
Een recent citaat illustreert het gebrek aan voortgang: “Is dit feitelijk of
slechts hoop? Ik denk dat het relevant is om “biologen in het
algemeen” er op te wijzen dat er tot op heden nog geen enkele
zelfkopiërende RNA streng is gevormd uit quadriljoenen (1024)
kunstmatig samengestelde, willekeurige RNA strengen.”[5] Een korte en
eerlijke samenvatting van de bovenstaande theorieën en
verklaringen is: “we
weten het niet”. Hoe meer we leren over hoe een levende
cel werkt, hoe minder we vanuit een wetenschappelijk standpunt
begrijpen hoe dit allemaal tot stand is gekomen. Indien je God
als de Schepper niet als een optie wilt beschouwen dan ben je op
een dood spoor. Het vinden van wereldse verklaringen wordt
moeilijker en moeilijker. Het is verbazingwekkend om te
observeren hoe ver evolutionaire wetenschappers bereid zijn te
gaan met het ontwikkelen van absurde theorieën om een
bovennatuurlijke verklaring te voorkomen. Alles is acceptabel,
het doet er niet toe hoe extravagant, zolang er maar geen
Schepper bij betrokken is. Ter illustratie
van een eerlijke bevestiging dat “we het gewoonweg niet weten”
lees hieronder een gedeelte van een interview met Dr. Andrew
Knoll dat NOVA (PBS) publiceerde op haar website (nadruk
toegevoegd):[6] NOVA:
In het kort, wat is het proces? Hoe ontstaat leven? Knoll:
Het korte antwoord is dat we echt niet weten hoe leven is
ontstaan op deze planeet. Er zijn een aantal experimenten die
ons iets vertellen over mogelijke wegen, maar we blijven in
essentie onwetend. Dat gezegd hebbende denk ik dat we op zoek
zijn naar een soort molecuul dat eenvoudig genoeg is om door de
natuurlijke processen op de vroege aarde gemaakt te kunnen
worden, maar ook net gecompliceerd genoeg dat het meer van
zichzelf kan produceren. Dat is denk ik het moment dat we de
grens overschrijden en gaan naar iets wat de meeste mensen als
levend zullen herkennen. NOVA:
Zullen we het probleem ooit oplossen? Knoll:
Ik weet het niet. Ik kan me voorstellen dat het voor mijn
kleinkinderen nog steeds een mysterie zal zijn, maar dat zij dit
mysterie op een ander niveau als onbegrijpelijk zullen ervaren
dan dat wij dat doen. De volgende
uitspraak is van Klaus Dose, een biochemicus die algemeen wordt
beschouwd als een van de meest vooraanstaande experts op dit
gebied: “Meer dan dertig jaar
experimenteren met de oorsprong van het leven in het gebied van
chemische en moleculaire evolutie hebben eerder geleid tot een
beter begrip van de immensheid van het probleem van de oorsprong
van het leven op aarde dan tot een verklaring. Op dit moment
leiden alle discussies over principiële theorieën en
experimenten tot niets of tot het toegeven van onbegrip.”[7] En tenslotte in de
woorden van Harvard bioloog Marc Kirschner en Berkeley bioloog
John Gerhard die in 2005 geschreven hebben: “Alles over evolutie wat zich afspeelde voor het bestaan van de bacterie-achtige levensvormen is pure speculatie,” omdat er “absoluut geen bewijs is voor wat vooraf ging aan deze vroege voorganger van de cel.”[8] Lees verder: 5. Van bacterie naar mensen
[1] Deze paragraaf bevat material van Origins of Life (2004) geschreven door Fazale Rana and Hugh Ross . [2] Fred Hoyle , The Big Bang in Astronomy in the New Scientist van 19 November 1981, pagina 527, onderstreping van Hoyle . [3] The Case for Faith (2000), Lee Strobel ’s interview met Walter L Bradley, hoofstuk 3. [4]
Panspermia trekt een hoop aandacht, veel week- en
maandbladen en de publieke media hebben deze “theorie”
besproken. Zoeken op het internet heeft veel hits van
artikelen en websites, zoals www.Panspermia.org [5]
Gabriel Dover (Professor in de genetica, University of [6]
Voor het complete interview, zie http://www.pbs.org/wgbh/nova/origins/knoll.html
(emphasis added). Dit
interview was onderdeel van de televisie PBS series Origins
(2004). [7] Klaus Dose , The Origin of Life: More Questions than Answers, Interdisciplinary Science Review 13 (1990), pagina 348, (nadruk toegevoegd). [8] Francis Darwin (editor), Life and Letters of Charles Darwin , Volume II, 202. Marc W. Kirschner en John C. Gerhart, The Plausibility of Life (2005), pagina 46-50.
|
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |