Om echte evolutie
mogelijk te maken moet een soort veranderen – evolueren – in een
andere soort. Deze nieuwe soort moet genen bezitten die verschillend
zijn van de originele soort. Evolutie beweert dat wanneer er kleine
fouten optreden tijdens de voortplanting ( ook wel genetische drift of
genetische mutaties genoemd), genetische informatie wordt veranderd,
uitgewist of toegevoegd. Mutaties kunnen worden veroorzaakt door
kopieerfouten in het genetische materiaal gedurende de celdeling en
als cellen worden blootgesteld aan stralingen of virussen. Genen
worden, of veranderd, of vernietigd, of er worden nieuwe genen gevormd.
Deze herziene/ nieuwe genen produceren dan nieuwe karakteristieken.
Dit proces wordt totaal door ‘het toeval’ beheerst. Fouten in het
kopieer proces kunnen neutraal, positief of negatief zijn. Evolutie beweert
dat wanneer deze nieuwgevormde eigenschappen een positief effect geven
(favorable mutations)
natuurlijke selectie ervoor zal zorgen dat deze in de soort verder
zullen evolueren. De less
favorable mutations (schadelijke
mutaties) zullen uit de genen poel worden verwijderd. In evolutionaire
biologie is natuurlijke selectie de drijfkracht die de ene soort doet
veranderen in de andere soorten, door gedurende het duplicatie proces
optredende positieve veranderingen te selecteren en op te slaan. Neutral
mutations (neutrale
mutaties) zijn genetische veranderingen die geen invloed hebben op de
eigenschappen van de soort. De overweldigende
meerderheid van eventuele mutaties hebben geen enkel belangrijk
effect, omdat door het DNA-herstelmechanisme
(DNA repair) de meeste
veranderingen (voordat ze definitieve veranderingen worden) worden geëlimineerd.
Ook hebben vele organismen een mechanisme om gemuteerde cellen uit te
schakelen. Het
DNA-herstelmechanisme is een ingebouwd mechanisme waarmee DNA
zichzelf gedurende het reproductieproces controleert en corrigeert.
Gedurende de reproductie krijgen nieuw cellen een complete set DNA van
elk van de ouders. Van de dubbelstreng waaruit de chromosomen bestaan,
wordt er een streng van de vader en een streng van de moeder
doorgegeven. Als een of meerdere DNA basen in een van de snoeren
beschadigd zijn, dan worden deze genegeerd en wordt alleen de gezonde
genetische informatie van de andere streng gebruikt. Wanneer allebei
de strengen gezond zijn zullen diverse dominantie principes bepalen
hoe de karakteristieken van de ouders zullen worden doorgegeven aan
het nageslacht. Uitsluitend wanneer beide strengen zijn beschadigd op
dezelfde plaats in het DNA zal dat een mogelijke mutatie kunnen
plaatsvinden. Dit leidt meteen
tot een uitermate belangrijke vraag: Als genetische mutatie het
mechanisme is dat verandering mogelijk maakt, waarom zou dit proces (wat
uiteindelijk evolutie mogelijk maakt) een mechanisme ontwikkelen dat
zichzelf kan repareren en daardoor de verandering tegenwerkt of zelfs
onmogelijk maakt? Logisch gezien is dat een verbazingwekkende
tegenstrijdigheid. Het is belangrijk
om te begrijpen dat elk van deze eventuele mutaties slechts een hele
kleine stap is en dit totaal willekeurig gebeurd op het niveau van DNA
baseparen (DNA letters). Om een nieuwe karakteristiek te laten
“evolueren” zijn er een groot aantal opeenvolgende mutaties nodig
waaruit een nieuw gen wordt gevormd of om een gen aanzienlijk te
wijzigen. Omdat dit alleen wordt gecontroleerd door lukrake kansen
zouden hiervoor vele, vele generaties nodig zijn en zou dit proces een
enorm lange tijdsperiode in beslag nemen. Om dit dus te
laten gebeuren moet het DNA van de originele soort muteren – onder
invloed van willekeurige fouten – in nieuw DNA,
met betere – meer ontwikkelde – karakteristieken.
Oppervlakkig gezien klinkt dit aannemelijk, maar dit proces (ook wel macro-evolutie)
genoemd is in de natuur nog nooit geobserveerd. Wanneer er al
mutaties worden waargenomen, resulteren deze nagenoeg allemaal in
verminderde of beschadigde genetische informatie. Laten we eens
lezen wat sommige experts over genetische informatie te zeggen hebben: “Maar
in alle literatuur die ik over de levenswetenschappen heb gelezen, heb
ik nog nooit een mutatie gevonden die informatie heeft toegevoegd…Alle
mutaties die zijn bestudeerd op het moleculaire niveau hebben
geresulteerd in verlies van informatie en niet in enige verbetering.”
[1] “Mutaties zijn bijna
altijd universeel schadelijk. Wanneer het over de mens gaat, dan worden
ze beschouwd als “erfelijkheidsziekten”. Ze resulteren in
vroegtijdige dood en steriliteit. Vandaag aan de dag leidt de mensheid
aan meer dan 4.000 ziekten die zijn veroorzaakt door genen mutaties.
Down’s syndroom (mongolisme), Cystic fibrosis (bindweefselvermeerdering)
en Sickle cell anemia (sikkelcelanemie) zijn bekende voorbeelden”.[2] “Mutaties zijn vreemde
verschijnselen en de kans op een gelijktijdige verandering van twee
aminozuren in een eiwit is absoluut onwaarschijnlijk…Je zou
bijvoorbeeld kunnen denken dat door de aminozuren een voor een te
veranderen, je uiteindelijk in
staat zal zijn om geleidelijk de hele reeks te veranderen. Deze kleine
veranderingen zullen echter uiteindelijk op de situatie stuiten waarin
de enzym is gestopt met het uitvoeren van de voorgaande functie, maar
nog niet aan zijn ‘nieuwe taak’ is begonnen. Dat is het moment
waarop het zal worden vernietigd – samen met het organisme waarin
het zich bevindt”.[3] Mutaties komen
voor, maar heel zelden. Kunnen we kwantificeren hoeveel dit werkelijk
is? Onderzoek[4]
heeft laten zien dat de meeste (niet dodelijke) mutaties neutraal zijn.
Wat betekent dat ze geen onderscheidend effect op de eigenschappen van
het organisme hebben. Van de overgebleven mutaties is de grote
meerderheid schadelijk voor de soort. Afhankelijk van de soort, is de
verhouding tussen positieve en schadelijke mutaties tussen 1 op de
10.000 en 1 op de 10.000.000. [5]
Dat is waarom
inteelt, het hebben van kinderen met naaste familieleden, de kans op
veranderingen in het genetische materiaal drastisch vergroot. We
kunnen aannemen dat eventuele beschadigingen (mutaties) van het DNA
van familieleden zullen plaatsvinden op dezelfde plaats in hun
chromosomen. Als ze samen
kinderen zouden krijgen, hebben
deze kinderen dus een aanmerkelijk grotere kans op een mutatie die
niet kan worden gecorrigeerd door DNA herstelmechanisme. Je zou kunnen
zeggen: “Goed nieuws voor evolutie want dat verhoogt zeker de
mogelijkheid voor het menselijk ras om zich te evolueren”. Evenwel,
omdat de resultaten universeel negatief zijn en ze zich als genetische
afwijking of ziekte manifesteren, is het beter om deze situaties te
vermijden. Verwarrende
terminologie Is micro-evolutie: evolutie? Het evolutie debat wordt vaak erg ‘mistig’
door het verwarrende gebruik van terminologie. Micro-evolutie refereert
aan kleine veranderingen binnen de soort, terwijl macro-evolutie de dramatische verandering van het ene soort in het
andere soort is. Wanneer men spreekt over micro-evolutie geeft dit
de suggestie dat er ook macro-evolutie gebeurd, maar dat is niet het
geval. Micro-evolutie is alleen maar een ander woord voor
natuurlijke selectie. Het feit dat mensen gemiddeld langer worden, wordt vaak gebruikt als een
illustratie van micro-evolutie. Vervolgens wordt dit als bewijs voor
Darwin’s evolutietheorie aangedragen. Niet waar! - en dit zal je
misschien verrassen – mensen worden niet noodzakelijkerwijs langer.
Ja, statistisch gezien is de gemiddelde lengte van de mens in de geïndustrialiseerde
landen in de afgelopen 150 jaar met ongeveer 10 centimeter
toegenomen. Onderzoeken van skeletten laten echter zien dat er geen veelzeggende
verschillen zijn tussen de lengte van de mensen uit het Stenen
Tijdperk met mensen van rond de jaren 1800. Zelfs tijdens de
middeleeuwen zijn er verslagen van mensen
die langer dan 1.80 meter waren en dat werd niet als een ongewone
lengte beschouwd. Vandaag de dag geloven de meeste wetenschappers
dat deze toename in lengte simpelweg te maken heeft met het eten van
beter voedsel. Dit wordt ondersteund door het feit dat het lijkt
alsof de lengte begint te stabiliseren.[6] Ten tweede, zelfs als dit micro-evolutie (natuurlijke selectie) zou zijn,
dan is dit nog geen bewijs voor evolutie. Zoals we uitgebreid hebben
laten zien, optimaliseert micro-evolutie de bestaande genetische
informatie in een organisme om zijn mogelijkheden in zijn omgeving
te vergroten – niets meer. Het voegt niets aan de soort toe omdat
er geen nieuwe genetische informatie is, er zijn geen mutaties en de
veranderingen kunnen heel makkelijk worden teruggedraaid. Een
gemiddeld-langer-dan-normale-persoon is geen nieuw menselijk wezen,
zoals de Chihuahua en de Duitse Herder heel verschillend, maar toch
beiden een hond zijn. Deze verwarrende terminologie schijnt opzettelijk door vele evolutionisten
te worden gebruikt in schoolboeken, artikelen en discussies om de
indruk te wekken dat micro-evolutie het bewijs is voor het evolueren
van de ene soort in de andere soort.
De illustraties die in vele tekstboeken voorkomen zijn uit
natuurlijke selectie gehaald. De schrijvers beweren vervolgens dat
evolutie een feit is. Proberen te bewijzen dat evolutie een feit is
door louter natuurlijke selectie te laten zien is echter niets
anders dan intellectuele fraude. [7] Gebaseerd op het
bovenstaande kunnen we concluderen dat genetische mutaties als bewijs
voor evolutie ter discussie staat en
er een tekort aan feitelijk bewijzen zijn. Ten eerste zal het “DNA
herstelmechanisme” voorkomen dat een eventuele mutatie op het DNA
basepaar niveau enig effect zal hebben, tenzij de overeenkomende basis
van de andere chromosoom ook is beschadigd. Ten tweede zal, wanneer de
mutatie niet wordt gecorrigeerd door het DNA-herstelmechanisme, de
overgrote meerderheid van deze mutaties geen effect op het organisme
hebben. Ten slotte zal, wanneer een mutatie niet neutraal is maar wel
effect heeft, dit effect bijna altijd schadelijk is. Het volgende is
iets om over na te denken: De ongeveer 4000 jaar vastgelegde
geschiedenis van het menselijk ras heeft vele erfelijkheidsziekten of
geboortegebreken laten zien, maar heeft geen enkele “X-
of Superman”[8] voortgebracht. Maar apen en mensen
zijn 98.77% identiek!
In oktober 2006
rapporteerde het blad Time
Magazine[9] dat (nadat men eerst de menselijk genoom
had geïnventariseerd) nu het genoom van de chimpansee in kaart is
gebracht. Bij vergelijking blijkt dat van de ongeveer drie miljard
baseparen van de menselijk genoom (dit zijn alle DNA letters tezamen
die ongeveer 20.000-25.000 menselijke genen vormen) er een
verbazingwekkende 98.7% gelijk waren aan de chimpansee genoom. Met
andere woorden, er is maar 1.23% genetisch verschil tussen de
chimpansee en de mens. Dit is overtuigend
bewijs (beweren de evolutionisten) voor het idee dat de mens dezelfde
voorouders als de chimpansee heeft gehad. Zoals men in het artikel in Time Magazine verklaart: “Genetische
aanwijzingen suggereren dat de laatste voorouders die
de chimpansee en de mens gemeen hadden,
zelfs zo recent als 6 miljoen jaar geleden geleefd zou moeten
hebben”. Werkelijk? Is dat hetgeen wat is bewezen?
Het feit dat het genoom van het menselijk ras opmerkelijke
vergelijkingen vertoont met de dieren, is op zich nog geen bewijs dat
evolutie waar is. Overeenkomsten in lichamelijke eigenschappen tussen
dieren in het algemeen en tussen dieren en mensen is zeer duidelijk.
De meeste dieren en mensen hebben een hoofd, een paar ogen, een mond,
vier “armen”en “benen”, vingers en klauwen, huid, alsmede zeer
vergelijkbare interne organen, spijsverteringsystemen, longen, hart,
hersenen, en oren en daarom zal dit feit niemand verbazen. In vele
evolutionaire tekstboeken wordt dit vaak als bewijs van homologie
aangevoerd, waarin gemeenschappelijke afstamming wordt aangenomen en
van waaruit de evolutietheorie kan worden bewezen. Homologie is echter helemaal geen bewijs van de evolutietheorie.
Evolutionisten beweren dat: homologie gemeenschappelijke afstamming
bewijst - en dat
gemeenschappelijke afstamming homologie
bewijst; dit is echter
niets meer dan een zwakke zaak van circulaire beredenering. [10]Iemand
die in schepping geloofd kan met een zelfde claim homologie aanvoeren
als het bewijs voor ontwerp en schepping. Zou het niet logisch zijn
dat wanneer een Schepper een grote verscheidenheid aan schepselen
ontwierp, we kunnen verwachten dat ze veel overeenkomsten zullen
vertonen? Als een ingenieur een nieuw transportmiddel gaat ontwerpen
is het dan niet erg aannemelijk dat hij de bestaande karakteristieken
van de huidige transportmiddelen zoals wielen, de motor, remmen,
deuren en stoelen zal gebruiken? Om een chimpansee in een mens te laten evolueren is een totaal van 1.23%
mutaties van 3.000.000.000 DNA baseparen nodig. Deze 1.23% is nog
steeds een overweldigende 3.69 miljoen mutaties van DNA baseparen. En
zoals de evolutietheorie beweert, kunnen deze mutaties slechts lukraak,
in kleine stappen en over heel veel opvolgende generaties plaatsvinden.
Deze getallen en de onwaarschijnlijkheid dat mutaties een positief
effect hebben, maakt de beweerde zes miljoen jaar die nodig zijn om
terug te gaan naar de gemeenschappelijke voorouders erg, heel erg
optimistisch.
Hoe zit het met het
fruitvlieg experiment?[11] In
een poging om observeerbare bewijzen te vinden hebben evolutionisten
hun hypothese geprobeerd te testen met wat nu bekend is als het
“genetische werkpaard” van de evolutietheorie: een fruitvlieg
die de naam Drosophila
draagt. Evolutionaire wetenschappers hebben in de laatste 75 jaar op
verschillende manieren geprobeerd om Drosophila te laten muteren tot
een nieuwe levensvorm. Zelfs met veel intelligente interventie en
onder (door het laboratorium) gecreëerde condities, zijn alle
pogingen die de wetenschappers hebben ondernomen mislukt. Ja,
Drosophila veranderde van - met normale ogen -
naar zonder ogen - naar
oranjekleurige ogen - naar
kortgevleugeld - naar
geel en ten slotte naar ebbehoutkleurig, maar tenslotte bleef het
wat het altijd al was geweest – een fruitvlieg. De veranderingen
die werden veroorzaakt door natuurlijke selectie (micro-evolutie),
- veranderingen in de soort - waren geen veranderen van de
ene levensvorm naar de andere levensvorm. In plaats van te bewijzen
dat genetische grenzen niet bestaan, heeft Drosophila juist het
tegenovergestelde laten zien! Waarom
konden evolutionaire genetici er niet voor zorgen dat Drosophila
veranderde in een nieuwe levensvorm? Het simpele antwoord is dat de
genetische code van de fruitvlieg bepaalde limieten heeft en de
informatie, die nodig is om deze code te veranderen in een nieuwe
levensvorm, niet bestaat in de DNA structuur van Drosophila. Een
nieuw genetisch type vraagt meer dan alleen maar gen-wijzigingen;
het heeft nieuwe genetische informatie nodig en de
intelligentie om het te produceren. Nu zelfs intelligente
evolutionisten blijkbaar deze taak niet konden volbrengen door
middel van hun eigen vindingrijkheid,
hoe kan dat dan ooit gebeuren uitsluitend onder invloed van
toevallige variaties? De fruitvlieg experimenten geven
onomstreden bewijs dat zowel kunstmatige als natuurlijke
selectie geen levensvatbare mechanismen zijn om evolutie mogelijk te
maken. In feite, hun
onderzoeken dienen als een bevestiging voor de authentiekheid van
het scheppingsmodel wat beweert dat micro-evolutie (natuurlijke
selectie) alleen kan plaatsvinden binnen de natuurlijke beperkingen
van de soort.
[1] Lee Spetner (Ph.D. physics – MIT), Not By Chance, 1997, pagina’s 131, 138. [2] James Perloff, Tornado in a Junkyard, 1999, pagina 25. [3]
Maxim D. Frank-Kamenetski, Unraveling
DNA
, 1997, pagina 72. (Professor at [4] Hugh Ross , A Matter of Days (2004), pagina 127. [5] E.J. Ambrose, The Nature and Origin of the Biological Word (1982), pagina 120. [6] Onder andere: Biologist Michael Dougherty in een artikel op ScientificAmerican.com: http://www.sciam.com. Zoe ook the “human height” in the Wikipedia encyclopedia: http://en.wikipedia.org/wiki/Human_height. [7]
Zie Jonathan Wells
, Icons
of Evolution (2000) voor diverse illustraties hoe deze
voorbeelden en andere “Iconen van Evolutie” worden gebruikt in
moderne leerboeken als misleidende bewijzen voor het evolutiemodel. [8]
De term “X-man” komt van de stripboek serie en
gelijknamige filmreeks (2000-2006) over mensen (mutanten) die
speciale gaven en vaardigheden hebben ontwikkeld ten gevolge van
evolutie. [9] Hoofdartikel How We Became Human in Time Magazine ’s October 9, 2006 uitgave. [10]
Jonathan Wells
beschrijft
homologie als een Icoon van Evolutie. Icons
of Evolution (2000), hoofdstuk 4. [11] Gebaseerd op Norman Geisler & Peter Bocchino – Unshakable Foundations (2001). |
|||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |