(1) Natuurlijke selectie - survival of the fittest (2) Bewijsstuk #6: Geen mechanisme voor evolutie
(3) Een nader onderzoek van DNA (4) Bewijsstuk #7: De gevonden fossielen

5 Van bacterie tot menselijke wezens (2)

☼ Bewijsstuk # 6: Geen mechanisme voor soorten om te evolueren

Om echte evolutie mogelijk te maken moet een soort veranderen – evolueren – in een andere soort. Deze nieuwe soort moet genen bezitten die verschillend zijn van de originele soort. Evolutie beweert dat wanneer er kleine fouten optreden tijdens de voortplanting ( ook wel genetische drift of genetische mutaties genoemd), genetische informatie wordt veranderd, uitgewist of toegevoegd. Mutaties kunnen worden veroorzaakt door kopieerfouten in het genetische materiaal gedurende de celdeling en als cellen worden blootgesteld aan stralingen of virussen. Genen worden, of veranderd, of vernietigd, of er worden nieuwe genen gevormd. Deze herziene/ nieuwe genen produceren dan nieuwe karakteristieken. Dit proces wordt totaal door ‘het toeval’ beheerst. Fouten in het kopieer proces kunnen neutraal, positief of negatief zijn.

Evolutie beweert dat wanneer deze nieuwgevormde eigenschappen een positief effect geven (favorable mutations) natuurlijke selectie ervoor zal zorgen dat deze in de soort verder zullen evolueren. De less favorable mutations  (schadelijke mutaties) zullen uit de genen poel worden verwijderd. In evolutionaire biologie is natuurlijke selectie de drijfkracht die de ene soort doet veranderen in de andere soorten, door gedurende het duplicatie proces optredende positieve veranderingen te selecteren en op te slaan.

Neutral mutations  (neutrale mutaties) zijn genetische veranderingen die geen invloed hebben op de eigenschappen van de soort. De overweldigende meerderheid van eventuele mutaties hebben geen enkel belangrijk effect, omdat door het DNA-herstelmechanisme  (DNA repair) de meeste veranderingen (voordat ze definitieve veranderingen worden) worden geëlimineerd. Ook hebben vele organismen een mechanisme om gemuteerde cellen uit te schakelen.

Het DNA-herstelmechanisme is een ingebouwd mechanisme waarmee DNA zichzelf gedurende het reproductieproces controleert en corrigeert. Gedurende de reproductie krijgen nieuw cellen een complete set DNA van elk van de ouders. Van de dubbelstreng waaruit de chromosomen bestaan, wordt er een streng van de vader en een streng van de moeder doorgegeven. Als een of meerdere DNA basen in een van de snoeren beschadigd zijn, dan worden deze genegeerd en wordt alleen de gezonde genetische informatie van de andere streng gebruikt. Wanneer allebei de strengen gezond zijn zullen diverse dominantie principes bepalen hoe de karakteristieken van de ouders zullen worden doorgegeven aan het nageslacht. Uitsluitend wanneer beide strengen zijn beschadigd op dezelfde plaats in het DNA zal dat een mogelijke mutatie kunnen plaatsvinden.

Dit leidt meteen tot een uitermate belangrijke vraag: Als genetische mutatie het mechanisme is dat verandering mogelijk maakt, waarom zou dit proces (wat uiteindelijk evolutie mogelijk maakt) een mechanisme ontwikkelen dat zichzelf kan repareren en daardoor de verandering tegenwerkt of zelfs onmogelijk maakt? Logisch gezien is dat een verbazingwekkende tegenstrijdigheid.

Het is belangrijk om te begrijpen dat elk van deze eventuele mutaties slechts een hele kleine stap is en dit totaal willekeurig gebeurd op het niveau van DNA baseparen (DNA letters). Om een nieuwe karakteristiek te laten “evolueren” zijn er een groot aantal opeenvolgende mutaties nodig waaruit een nieuw gen wordt gevormd of om een gen aanzienlijk te wijzigen. Omdat dit alleen wordt gecontroleerd door lukrake kansen zouden hiervoor vele, vele generaties nodig zijn en zou dit proces een enorm lange tijdsperiode in beslag nemen.

Om dit dus te laten gebeuren moet het DNA van de originele soort muteren – onder invloed van willekeurige fouten – in nieuw DNA,  met betere – meer ontwikkelde – karakteristieken. Oppervlakkig gezien klinkt dit aannemelijk, maar dit proces (ook wel macro-evolutie) genoemd is in de natuur nog nooit geobserveerd. Wanneer er al mutaties worden waargenomen, resulteren deze nagenoeg allemaal in verminderde of beschadigde genetische informatie.

Laten we eens lezen wat sommige experts over genetische informatie te zeggen hebben:

Maar in alle literatuur die ik over de levenswetenschappen heb gelezen, heb ik nog nooit een mutatie gevonden die informatie heeft toegevoegd…Alle mutaties die zijn bestudeerd op het moleculaire niveau hebben geresulteerd in verlies van informatie en niet in enige verbetering.” [1]

“Mutaties zijn bijna altijd universeel schadelijk. Wanneer het over de mens gaat, dan  worden ze beschouwd als “erfelijkheidsziekten”. Ze resulteren in vroegtijdige dood en steriliteit. Vandaag aan de dag leidt de mensheid aan meer dan 4.000 ziekten die zijn veroorzaakt door genen mutaties. Down’s syndroom (mongolisme), Cystic fibrosis (bindweefselvermeerdering) en Sickle cell anemia (sikkelcelanemie) zijn bekende voorbeelden”.[2]

“Mutaties zijn vreemde verschijnselen en de kans op een gelijktijdige verandering van twee aminozuren in een eiwit is absoluut onwaarschijnlijk…Je zou bijvoorbeeld kunnen denken dat door de aminozuren een voor een te veranderen, je uiteindelijk  in staat zal zijn om geleidelijk de hele reeks te veranderen. Deze kleine veranderingen zullen echter uiteindelijk op de situatie stuiten waarin de enzym is gestopt met het uitvoeren van de voorgaande functie, maar nog niet aan zijn ‘nieuwe taak’ is begonnen. Dat is het moment waarop het zal worden vernietigd – samen met het organisme waarin het zich bevindt”.[3]

Mutaties komen voor, maar heel zelden. Kunnen we kwantificeren hoeveel dit werkelijk is? Onderzoek[4] heeft laten zien dat de meeste (niet dodelijke) mutaties neutraal zijn. Wat betekent dat ze geen onderscheidend effect op de eigenschappen van het organisme hebben. Van de overgebleven mutaties is de grote meerderheid schadelijk voor de soort. Afhankelijk van de soort, is de verhouding tussen positieve en schadelijke mutaties tussen 1 op de 10.000 en 1 op de 10.000.000. [5]

Dat is waarom inteelt, het hebben van kinderen met naaste familieleden, de kans op veranderingen in het genetische materiaal drastisch vergroot. We kunnen aannemen dat eventuele beschadigingen (mutaties) van het DNA van familieleden zullen plaatsvinden op dezelfde plaats in hun chromosomen.  Als ze samen kinderen zouden krijgen,  hebben deze kinderen dus een aanmerkelijk grotere kans op een mutatie die niet kan worden gecorrigeerd door DNA herstelmechanisme. Je zou kunnen zeggen: “Goed nieuws voor evolutie want dat verhoogt zeker de mogelijkheid voor het menselijk ras om zich te evolueren”. Evenwel, omdat de resultaten universeel negatief zijn en ze zich als genetische afwijking of ziekte manifesteren, is het beter om deze situaties te vermijden.

Verwarrende terminologie

Is micro-evolutie: evolutie? Het evolutie debat wordt vaak erg ‘mistig’ door het verwarrende gebruik van terminologie. Micro-evolutie  refereert aan kleine veranderingen binnen de soort, terwijl macro-evolutie de dramatische verandering van het ene soort in het andere soort is. Wanneer men spreekt over micro-evolutie geeft dit de suggestie dat er ook macro-evolutie gebeurd, maar dat is niet het geval. Micro-evolutie is alleen maar een ander woord voor natuurlijke selectie.

Het feit dat mensen gemiddeld langer worden, wordt vaak gebruikt als een illustratie van micro-evolutie. Vervolgens wordt dit als bewijs voor Darwin’s evolutietheorie aangedragen.

Niet waar!  - en dit zal je misschien verrassen – mensen worden niet noodzakelijkerwijs langer. Ja, statistisch gezien is de gemiddelde lengte van de mens in de geïndustrialiseerde landen in de afgelopen 150 jaar met ongeveer 10 centimeter toegenomen.

Onderzoeken van skeletten laten echter zien dat er geen veelzeggende verschillen zijn tussen de lengte van de mensen uit het Stenen Tijdperk met mensen van rond de jaren 1800. Zelfs tijdens de middeleeuwen zijn er verslagen van  mensen die langer dan 1.80 meter waren en dat werd niet als een ongewone lengte beschouwd. Vandaag de dag geloven de meeste wetenschappers dat deze toename in lengte simpelweg te maken heeft met het eten van beter voedsel. Dit wordt ondersteund door het feit dat het lijkt alsof de lengte begint te stabiliseren.[6]

Ten tweede, zelfs als dit micro-evolutie (natuurlijke selectie) zou zijn, dan is dit nog geen bewijs voor evolutie. Zoals we uitgebreid hebben laten zien, optimaliseert micro-evolutie de bestaande genetische informatie in een organisme om zijn mogelijkheden in zijn omgeving te vergroten – niets meer. Het voegt niets aan de soort toe omdat er geen nieuwe genetische informatie is, er zijn geen mutaties en de veranderingen kunnen heel makkelijk worden teruggedraaid. Een gemiddeld-langer-dan-normale-persoon is geen nieuw menselijk wezen, zoals de Chihuahua en de Duitse Herder heel verschillend, maar toch beiden een hond zijn.

Deze verwarrende terminologie schijnt opzettelijk door vele evolutionisten te worden gebruikt in schoolboeken, artikelen en discussies om de indruk te wekken dat micro-evolutie het bewijs is voor het evolueren van de ene soort in de andere soort.  De illustraties die in vele tekstboeken voorkomen zijn uit natuurlijke selectie gehaald. De schrijvers beweren vervolgens dat evolutie een feit is. Proberen te bewijzen dat evolutie een feit is door louter natuurlijke selectie te laten zien is echter niets anders dan intellectuele fraude. [7]

Gebaseerd op het bovenstaande kunnen we concluderen dat genetische mutaties als bewijs voor evolutie ter discussie staat  en er een tekort aan feitelijk bewijzen zijn. Ten eerste zal het “DNA herstelmechanisme” voorkomen dat een eventuele mutatie op het DNA basepaar niveau enig effect zal hebben, tenzij de overeenkomende basis van de andere chromosoom ook is beschadigd. Ten tweede zal, wanneer de mutatie niet wordt gecorrigeerd door het DNA-herstelmechanisme, de overgrote meerderheid van deze mutaties geen effect op het organisme hebben. Ten slotte zal, wanneer een mutatie niet neutraal is maar wel effect heeft, dit effect bijna altijd schadelijk is.

Het volgende is iets om over na te denken: De ongeveer 4000 jaar vastgelegde geschiedenis van het menselijk ras heeft vele erfelijkheidsziekten of geboortegebreken laten zien, maar heeft geen enkele “X- of Superman”[8] voortgebracht.

Maar apen en mensen zijn 98.77% identiek!

In oktober 2006 rapporteerde het blad Time Magazine[9] dat (nadat men eerst de menselijk genoom had geïnventariseerd) nu het genoom van de chimpansee in kaart is gebracht. Bij vergelijking blijkt dat van de ongeveer drie miljard baseparen van de menselijk genoom (dit zijn alle DNA letters tezamen die ongeveer 20.000-25.000 menselijke genen vormen) er een verbazingwekkende 98.7% gelijk waren aan de chimpansee genoom. Met andere woorden, er is maar 1.23% genetisch verschil tussen de chimpansee en de mens.

Dit is overtuigend bewijs (beweren de evolutionisten) voor het idee dat de mens dezelfde voorouders als de chimpansee heeft gehad. Zoals men in het artikel in Time Magazine verklaart: “Genetische aanwijzingen suggereren dat de laatste voorouders  die de chimpansee en de mens gemeen hadden,  zelfs zo recent als 6 miljoen jaar geleden geleefd zou moeten hebben”.

Werkelijk? Is dat hetgeen wat is bewezen?  Het feit dat het genoom van het menselijk ras opmerkelijke vergelijkingen vertoont met de dieren, is op zich nog geen bewijs dat evolutie waar is. Overeenkomsten in lichamelijke eigenschappen tussen dieren in het algemeen en tussen dieren en mensen is zeer duidelijk. De meeste dieren en mensen hebben een hoofd, een paar ogen, een mond, vier “armen”en “benen”, vingers en klauwen, huid, alsmede zeer vergelijkbare interne organen, spijsverteringsystemen, longen, hart, hersenen, en oren en daarom zal dit feit niemand verbazen. In vele evolutionaire tekstboeken wordt dit vaak als bewijs van homologie aangevoerd, waarin gemeenschappelijke afstamming wordt aangenomen en van waaruit de evolutietheorie kan worden bewezen.

Homologie is echter helemaal geen bewijs van de evolutietheorie. Evolutionisten beweren dat: homologie gemeenschappelijke afstamming bewijst -  en dat gemeenschappelijke afstamming  homologie bewijst;  dit is echter niets meer dan een zwakke zaak van circulaire beredenering. [10]Iemand die in schepping geloofd kan met een zelfde claim homologie aanvoeren als het bewijs voor ontwerp en schepping. Zou het niet logisch zijn dat wanneer een Schepper een grote verscheidenheid aan schepselen ontwierp, we kunnen verwachten dat ze veel overeenkomsten zullen vertonen? Als een ingenieur een nieuw transportmiddel gaat ontwerpen is het dan niet erg aannemelijk dat hij de bestaande karakteristieken van de huidige transportmiddelen zoals wielen, de motor, remmen, deuren en stoelen zal gebruiken?

Om een chimpansee in een mens te laten evolueren is een totaal van 1.23% mutaties van 3.000.000.000 DNA baseparen nodig. Deze 1.23% is nog steeds een overweldigende 3.69 miljoen mutaties van DNA baseparen. En zoals de evolutietheorie beweert, kunnen deze mutaties slechts lukraak, in kleine stappen en over heel veel opvolgende generaties plaatsvinden. Deze getallen en de onwaarschijnlijkheid dat mutaties een positief effect hebben, maakt de beweerde zes miljoen jaar die nodig zijn om terug te gaan naar de gemeenschappelijke voorouders erg, heel erg optimistisch.

Hoe zit het met het fruitvlieg experiment?[11]

In een poging om observeerbare bewijzen te vinden hebben evolutionisten hun hypothese geprobeerd te testen met wat nu bekend is als het “genetische werkpaard” van de evolutietheorie: een fruitvlieg die de naam Drosophila draagt. Evolutionaire wetenschappers hebben in de laatste 75 jaar op verschillende manieren geprobeerd om Drosophila te laten muteren tot een nieuwe levensvorm. Zelfs met veel intelligente interventie en onder (door het laboratorium) gecreëerde condities, zijn alle pogingen die de wetenschappers hebben ondernomen mislukt. Ja, Drosophila veranderde van - met normale ogen -  naar zonder ogen -  naar oranjekleurige ogen -  naar kortgevleugeld -  naar geel en ten slotte naar ebbehoutkleurig, maar tenslotte bleef het wat het altijd al was geweest – een fruitvlieg. De veranderingen die werden veroorzaakt door natuurlijke selectie (micro-evolutie),  - veranderingen in de soort - waren geen veranderen van de ene levensvorm naar de andere levensvorm. In plaats van te bewijzen dat genetische grenzen niet bestaan, heeft Drosophila juist het tegenovergestelde laten zien!

Waarom konden evolutionaire genetici er niet voor zorgen dat Drosophila veranderde in een nieuwe levensvorm? Het simpele antwoord is dat de genetische code van de fruitvlieg bepaalde limieten heeft en de informatie, die nodig is om deze code te veranderen in een nieuwe levensvorm, niet bestaat in de DNA structuur van Drosophila. Een nieuw genetisch type vraagt meer dan alleen maar gen-wijzigingen;  het heeft nieuwe genetische informatie nodig en de intelligentie om het te produceren. Nu zelfs intelligente evolutionisten blijkbaar deze taak niet konden volbrengen door middel van hun eigen vindingrijkheid,  hoe kan dat dan ooit gebeuren uitsluitend onder invloed van toevallige variaties? De fruitvlieg experimenten geven  onomstreden bewijs dat zowel kunstmatige als natuurlijke selectie geen levensvatbare mechanismen zijn om evolutie mogelijk te maken.  In feite, hun onderzoeken dienen als een bevestiging voor de authentiekheid van het scheppingsmodel wat beweert dat micro-evolutie (natuurlijke selectie) alleen kan plaatsvinden binnen de natuurlijke beperkingen van de soort.


Lees verder:  (3) Een nader onderzoek van DNA


[1] Lee Spetner (Ph.D. physics – MIT), Not By Chance, 1997, pagina’s 131, 138.

[2] James Perloff, Tornado in a Junkyard, 1999, pagina 25.

[3] Maxim D. Frank-Kamenetski, Unraveling DNA , 1997, pagina 72. (Professor at Brown University Center for Advanced Biotechnology and Biomedical Engineering).

[4] Hugh Ross , A Matter of Days (2004), pagina 127.

[5] E.J. Ambrose, The Nature and Origin of the Biological Word (1982), pagina 120.

[6] Onder andere: Biologist Michael Dougherty in een artikel op ScientificAmerican.com: http://www.sciam.com. Zoe ook  the “human height” in the Wikipedia encyclopedia:  http://en.wikipedia.org/wiki/Human_height.

[7] Zie Jonathan Wells , Icons of Evolution (2000) voor diverse illustraties hoe deze voorbeelden en andere “Iconen van Evolutie” worden gebruikt in moderne leerboeken als misleidende bewijzen voor het evolutiemodel.

[8] De term “X-man” komt van de stripboek serie en gelijknamige filmreeks (2000-2006) over mensen (mutanten) die speciale gaven en vaardigheden hebben ontwikkeld ten gevolge van evolutie.

[9] Hoofdartikel How We Became Human in Time Magazine ’s October 9, 2006 uitgave.

[10] Jonathan Wells  beschrijft homologie als een Icoon van Evolutie. Icons of Evolution (2000), hoofdstuk 4.

[11] Gebaseerd op Norman Geisler  & Peter Bocchino – Unshakable Foundations (2001).

 
Terug naar: 4  Ontstaan van het leven
(1) Natuurlijke selectie - survival of the fittest (2) Bewijsstuk #6: Geen mechanisme voor evolutie
(3) Een  nader onderzoek van DNA (4) Bewijsstuk #7: De gevonden fossielen

Spring naar: 6. Meer overtuigende bewijzen 

Windmill Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging  voor het Christendom
Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs

Vertel een vriend over deze pagina: 

SIP's Top Christian Books Sites - Free Traffic Sharing Service! JCSM''s Top 1000 Christian Sites - Free Traffic Sharing Service! Top Christian Web Sites The Fundamental Top 500