Fossielen
zijn de gemineraliseerde, oftewel bewaard gebleven, overblijfselen of
sporen van dieren, planten en andere levende organismen. Fossielen
worden gevonden in rotsformaties en in lagen sediment (ook wel strata,
‘geologische laag’ genoemd). In veel schoolboeken worden de
vondsten van fossielen aangekondigd als objectief en overtuigend
bewijs voor de evolutietheorie. Evolutionisten beweren dat de
aanwezigheid van fossielen van de eenvoudigere levensvormen in oude
rotsen en geologische lagen en de aanwezigheid van meer ontwikkelde
levensvormen in meer recente strata, een bewijs is dat door de tijd
heen eenvoudige levensvormen zich verder hebben ontwikkeld. Het
feit dat oudere organismen minder ontwikkeld zijn dan de meer recente
levensvormen is echter geen exclusief bewijs voor het evolutiemodel,
maar bevestigd ook het Scheppingsmodel. Er
zijn echter twee enorme tegenstrijdigheden tussen de gevonden
fossielen en de fossielen die men zou verwachten te vinden volgens het
evolutiemodel, namelijk: het
gebrek aan fossielen van de tussenliggende soorten en de
zogenaamde Cambrian Explosion. Waar zijn de
overgangsvormen?
Indien
evolutie waar zou zijn, dan zouden nieuwe soorten zich langzaamaan
ontwikkelen door middel van opeenvolgende kleine veranderingen. Als
dat zo is, zouden in de gevonden fossielen een overdaad aan organismen
gevonden moeten zijn, die door de tijd heen kleine veranderingen laten
zien. De werkelijkheid laat echter
het tegenovergestelde zien. De gevonden fossielen tonen het
abrupt verschijnen van nieuwe soorten zonder enig bewijs van
voorgaande, langzame ontwikkelingen. Daar komt dan nog bij dat de
meeste fossielen die zijn gevonden niet van uitgestorven dieren en
organismen zijn, maar van degenen die vergelijkbaar (en
meestal identiek) zijn aan levensvormen die vandaag de dag nog steeds
bestaan. Al met al, laten de gevonden fossielen geen enkel teken zien
van verandering – geen
enkele verandering - in
welke soort dan ook. In de tijd van Darwin was dit reeds algemeen
bekend en Charles Darwin zelf beschouwde
dit de meest serieuze uitdaging voor zijn theorie. Zoals hij zelf
schreef: “Waarom is niet elke
geologische formatie en elke geologische laag vol van zulke
tussenliggende schakels? Geologie heeft zo’n fijne, langzaam
ontwikkelde, organische keten niet onthult; en dit is de meest voor
de hand liggende en serieuze tegenwerping die men tegen de theorie
naar voren kan brengen.[1] Darwin
had gehoopt dan door de tijd heen, met uitgebreider onderzoek en met
behulp van meer verfijnde mogelijkheden, fossielen van de
tussenliggende schakels alsnog gevonden zouden worden. Ondanks de
miljoenen en miljoenen fossielen die inmiddels zijn bestudeerd (97.7%
van de momenteel in leven zijnde gewervelde landdieren zijn als
fossielen geïdentificeerd)[2]
zijn er nog nooit fossielen van tussenliggende soorten gevonden! Zoals
Darwin zelf al toegaf, dit is het meest voor de handliggend en
serieuze bezwaar tegen zijn theorie! Als hij vandaag zou leven, zou
hij gebaseerd op deze uitspraak niet meer in zijn eigen theorie kunnen
geloven. Wat zijn de gevonden
fossielen? Verreweg
het grootste aantal fossielen zijn van het zeeleven:[3] ·
95% van
alle fossielen zijn van ongewerveld zeeleven, vooral schelpdieren. ·
Van de
overgebleven 5%, zijn 95% uit algen- en plantfossielen (4.75% van al
deze fossielen). ·
Van de
daarna overgebleven 0.25% bestaat 95% uit de andere ongewervelde
dieren, inclusief insecten (0.23775%). ·
De
overgebleven 0.125% omvat alle gewervelde dieren, voornamelijk
vissen. Van de kleine hoeveelheid gewervelde landdieren zijn er van
95% minder dan een bot gevonden. Er zijn bijvoorbeeld slechts 1.200
dinosaurus skeletten gevonden. Van de fossielen van de zoogdieren
zijn 95% gedurende de IJstijd gedeponeerd. Dit
alles, heeft de schrijvers van evolutionaire boeken niet afgeremd. Een
van de tekstboeken beweert bijvoorbeeld: “Vissen worden beschouwd
als de meest primitief levende gewervelde dieren…overeenkomsten in
structuur en embryo ontwikkeling laten zien dat vissen en moderne
ongewervelde zoogdieren waarschijnlijk afstammen van dezelfde
gemeenschappelijke ongewervelde voorvader die vele miljoenen jaren
geleden leefde.”[4] In
het tekstboek wordt echter geen enkele fossiel geïdentificeerd wat
deze bewering onderbouwd. Hetzelfde
geldt voor de beroemde “missing
link” (missende schakel) van
de gemeenschappelijke voorouders
tussen aap (chimpansee) en mens zoals dat wordt beweerd in vele
tekstboeken en zelfs in het bovengenoemde, recentelijke artikel in Time
Magazine. Als mens en
aap zijn geëvolueerd van gemeenschappelijke voorouders die miljoenen
jaren geleden leefde, waar zijn dan de fossielen van deze voorouders
en de tussenliggende levensvormen; de half mens/half aap? Jazeker,
sommige botten, tanden en andere overschotten van zogenaamde
menselijke voorouders zijn gevonden, maar nader onderzoek heeft laten
zien dat deze, of vrijwel gelijk zijn aan de moderne mens, of
afkomstig zijn van apen, of niet overtuigend zijn, of zelfs
vervalsingen zijn. Beschikbaar materiaal is heel erg zeldzaam en zeer
twijfelachtig. De wetenschappelijke gemeenschap blijkt niet in staat
te zijn om enige overeenstemming te bereiken over hoe men dit moet
opvatten en hoe deze vondsten moeten worden gedateerd. Vanwege het
gebrek aan fossielen wordt in feite vaak het “ontdekken” van een
tand of een gedeelte van een bot gepresenteerd als een belangrijke
nieuwe vondst, die dan wordt aangekondigd als een tussenliggende vorm.
Dit is wel erg pover bewijs voor wat het bestaan van onnoemelijke
miljoenen van tussenliggende fossielen zou moeten zijn. Als
Jonathan Wells uitlegt in zijn interview met Lee Strobel in het boek Case
for a Creator:[5] “Een van de grootste
problemen met paleoantropologie is,
dat in vergelijking met alle gevonden fossielen, we geloven dat
slechts een minuscuul aantal daarvan afstammen van wezens die
voorvaderen van het menselijk ras zijn. Vaak zijn het slechts
schedelfragmenten of tanden. En dit geeft heel veel vrijheid in het
reconstrueren van een exemplaar wat past in de evolutietheorie.
Uiteraard maakt dit gebrek aan fossielen het ook virtueel onmogelijk
om de relatie te reconstrueren die er (zogenaamd) zou zijn tussen de
voorvaderen en de afstammelingen. Een van de antropologen vergeleek
deze taak met het proberen van het reconstrueren van “War and
Peace” (Leo
Tolstoi’s boek Oorlog en Vrede), uit
slechts 13 willekeurige pagina’s van het boek”. Ondanks
de overvloed van fossielen en overblijfselen van voorhistorische apen,
mensen en zelfs dinosaurussen, moeten evolutionisten nog steeds de
evolutionaire menselijke voorouders zien te vinden! De Cambrian explosie
– de Big Bang in biologie
Verrassenderwijs
geven de gevonden fossielen wel een indrukwekkend bewijs voor het
scheppingsmodel, door het ontdekken van de zogenaamde Cambrian
Explosion, ofwel “de oerknal van het leven”. De
Cambrian Explosion was een geologische periode van ongeveer 5 – 10
miljoen jaar, welke ongeveer 530 miljoen jaar geleden begon. Het wordt
ook wel de oerknal van het leven genoemd omdat gedurende deze (korte)
periode ineens de lichaamsstructuren (phyla genoemd) van bijna alle
levende diersoorten, zoals we die vandaag kennen, alsmede degenen die
zijn uitgestorven, begonnen
te bestaan. De fossielen van voor de Cambrian Explosion bevatten
uitsluitend kwallen, sponzen en wormen (alhoewel er geen bewijs voor
langzame ontwikkeling is). Dan ineens aan het begin van het Cambrium
(542-488 miljoen jaar geleden) zijn er plotseling fossielen van alle
phyla aanwezig, zoals dat ook ging met de Big Bang, Dit
is in complete tegenspraak met Darwin’s
theorie van de gemeenschappelijke voorouders. Deze dieren,
fundamenteel totaal verschillend van lichaamstructuur, verschijnen
volledig ontwikkeld, totaal onverwacht, in wat evolutionaire
paleontologen noemen “het enige, maar meest spectaculaire fenomeen van de gevonden fossielen”.
De welbekende
paleontoloog James Valentine is het ermee
eens dat de Cambrian Explosion “Echt
is en het te groot is om af te doen als onregelmatigheden in de
gevonden fossielen”. Nu er inderdaad steeds meer fossielen
worden ontdekt is het duidelijk dat de Cambrian Explosion “zelfs
meer onverwacht en intensief was dan we eerst konden voorzien”.[6] Paleontoloog
Harry Whittington, die de Cambrian Explosion uitgebreid heeft
bestudeerd in de Burgess Shale in de Rocky Mountains in het Westen van
Canada schreef: “Ik kijk sceptisch naar diagrammen die het vertakken van de diverse diersoorten door de tijd heen tonen afstammend van een enkel soort dier…..Dieren kunnen meer dan eens zijn ontstaan op verschillende plaatsen op verschillende momenten.” [7]
Lees verder:
6.
Meer overtuigende bewijzen voor het scheppingsmodel [1] Charles Darwin , Origin of species, 6th edition, 1872, pagina 413 (nadruk toegevoegd). [2] Michael Denton , (Ph.D. Molecular Biology), Evolution, a Theory in Crisis, pagina 190. [3] John D. Morris , The Young Earth (2003), pagina 70 [4] Biology, Miller and Levine, 2000, pagina 680. [5] Icons of Evolution, Jonathan Wells (2000), Case for a Creator (2004), hoofstuk 3 en andere bronnen. [6] J.W. Valentine, en anderen., The Biological Explosion at the Precambrian-Cambrian Boundary, zoals gepubliseerd in Evolutionary Biology, volume 25 (1991), pagina’s 281,318. [7] Idem, page 294 (1985). |
|||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |