Een symbiotische
relatie, of symbiose, is de samenwerking tussen twee organismen (gewoonlijk
twee dieren of een dier en een plant) die min of meer een intieme
associatie hebben waarvan alle betrokkenen profiteren en
waardoor een echte win-win samenwerking wordt aangaan.
Soms zijn ze zo nauw met elkaar verbonden dat ze voor de
buitenstaander als een enkel organisme overkomen. Er zijn honderden
symbiotische relaties in de natuur te vinden, waaronder de volgende
voorbeelden: De
grondelvis en de garnaal:
De garnaal graaft een hol in het zand en houdt het schoon waarin dan
zowel de garnaal als de grondelvis leven. De garnaal is bijna blind
en dit maakt haar kwetsbaar voor roofdieren. Als er gevaar dreigt
zal de grondelvis de
garnaal met haar staart aanraken om haar te waarschuwen en zowel de
garnaal als de grondelvis trekken zich dan terug in het hol. De
clownvissen en zeeanemonen: De
clownvissen die leven tussen de tentakels van tropische zeeanemonen.
Deze territoriale vis beschermt zijn herbergier tegen anemoonetende
vissen en in ruil daarvoor beschermen de stekelige tentakels van de
zeeanemoon de clownvis (het slijm van de clownvis beschermt de vis
tegen de stekels). Egyptische
plevier en de krokodil:
Een welbekende symbiose die op het land plaatsvindt is de relatie
tussen de Egyptische plevier en de krokodil. De parasieten die zich
aan de krokodil voeden en die potentieel schadelijk voor het dier
zijn, zijn de prooi van de vogel. De krokodil nodigt de vogel
vriendelijk uit om op zijn lichaam te komen jagen en gaat zelfs zo
ver dat hij de vogel in zijn bek toelaat. Deze relatie geeft niet
alleen de vogel een kant en klare maaltijd, maar het geeft ook echte
veiligheid, omdat maar heel weinig vijanden het zullen wagen om toe
te slaan in de nabijheid van haar gastheer. Runderenpikkende
vogels en grote dieren:
De runderenpikker eet de parasieten van grote zoogdieren zoals de
buffel, olifant en de zebra. Men heeft onlangs ontdekt dat doordat
de vogels dit doen ook de wonden van de beesten worden opengehouden
en ze zich met hun bloed voeden. Vandaar dat de relatie tussen
runderenpikkers en hun gastheren/-dames voordelig voor beiden is,
hoewel de runderenpikkers zelf zich soms als parasieten gedragen. De
bij en de bloem: Bijen
vliegen van bloem naar bloem om honingsap te verzamelen welke ze
omzetten in eten voor de bij. Wanneer ze in een bloem landen krijgen
ze stuifmeel op hun harige lichamen en doordat ze in de volgende
bloem vliegen zal daar een beetje van het stuifmeel afschuren
waardoor de bloem wordt bestoven. Dit is nuttig voor de plant. In
deze symbiotische relatie eet de bij en de bloem plant zich voort. Bacteriën
en mensen:
Sommige bacteriën leven in de ingewanden van mensen en sommige
beesten. De mens kan niet al het eten dat is gegeten verteren. De
bacteriën eten dit voedsel en verteren dit gedeeltelijk en helpen
op deze manier de mens om het werk af te maken. De bacteriën
profiteren doordat ze hun eten krijgen en de mens profiteert doordat
hij beter in staat is om zijn voedsel te verteren. Symbiotische
relaties zijn een sterk bewijs voor Intelligent Design. Hoe kunnen
uiteindelijk twee organismen die zo verschillend zijn van elkaar,
onafhankelijk evolueren tot een relatie waarbij ze samen hun
individuele krachten moeten gebruiken om een ieders zwakheden aan te
vullen? Ga verder met (4) Bewijsstuk #11: De wet van entropie (wanorde)
|
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |