Nu we op dit punt
zijn aanland is het duidelijk dat het Big Bang model en de
evolutionaire tijdslijn in grote problemen zijn. Het evolutiemodel
geeft geen verklaring voor de oorzaak van de Big Bang en geeft ook
geen uitleg voor het ogenschijnlijk ontwerp van de wetten en de
constanten van de natuur. Als het allemaal per ongeluk is gebeurd
dan zou het heelal moeten bruisen met leven. Onze aarde is echter
de enige planeet waar leven mogelijk blijkt te zijn en aarde
blijkt zelfs tamelijk uniek “voorbereid” te zijn voor
observatie van ons zonnestelsel, het Melkwegstelsel en de rest van
het heelal. Zelfs wanneer de aarde (tegen alle kansberekeningen
in) het resultaat zou zijn van het “winnen van de kosmische
loterij”, dan nog
blijkt dat de wetenschap, na tientallen jaren van intensief
onderzoek, geen vooruitgang heeft geboekt over de vraag hoe de
eerste levende organismen zouden zijn ontstaan. Het voorgaande
hoofdstuk liet zien dat er geen realistisch mechanisme is waardoor
eenvoudige
levensvormen kunnen evolueren tot meer complexe organismen. Als
‘laatste nagel in de doodskist van de evolutionaire tijdslijn’
spreken de fossielen het bestaan van tussenliggende soorten tegen.
In tegendeel zelfs, de gevonden fossielen tonen aan dat compleet
gevormde phyla tijdens de Cambrian Explosion (Cambrische Explosie)
abrupt zijn verschenen. Er is nog meer
bewijs te delen. In dit hoofdstuk zullen we een andere groep
bewijzen onderzoeken die de betrokkenheid van een Schepper in het
ontstaan van ons heelal en ons eigen bestaan laten zien.
Ten
eerste moet worden opgemerkt dat de huidige schattingen voor het
bestaan van het menselijk ras nog steeds heel ver uiteen liggen.
Het ontbreken van betrouwbare datering- methoden is een serieuze
uitdaging voor de paleoantropologie. Het zal misschien een
verrassing voor velen zijn om te weten dat de enige betrouwbare
dateringsmethode voor organisch materiaal “carbon-14
dating” (koolstof-14 datering) is. Met deze procedure kan de
leeftijd van organisch materiaal zoals botten en tanden tot
maximaal 25.000 tot 30.000 jaar worden bepaald. Het dateren van
ouder organisch materiaal is niets meer dan gokwerk. Voor
“ouder” materiaal schat men de leeftijd door de stenen die
dichtbij het organische materiaal in kwestie worden gevonden te
dateren. Vervolgens gaat men er dan vanuit dat deze rotsen
gedurende dezelfde tijd werden gevormd als dat de gevonden botten,
schedel en/of tanden. Uiteraard is dit geen wetenschap, maar is
hier ‘de wens slechts de vader van de gedachte’. Biochemische
dateringen voor mensen uit de oudheid
De
voortgang in de genetica heeft onlangs nieuwe paden geopend voor
het bepalen van de leeftijd van het menselijk ras. Door
proefmonsters van het DNA van de hedendaags levende mens te
vergelijken met zorgvuldig gedateerde DNA proefmonsters uit het
verleden kan een schatting worden gemaakt over de snelheid waarmee
het menselijk DNA kleine veranderingen ondergaat.
Als dit ‘geschatte natuurlijke mutatie percentage’
wordt toegepast op representatieve steekproeven van de DNA van de
huidige wereldbevolking, dan is het mogelijk om te schatten
hoeveel tijd er nodig is om van een gemeenschappelijk voorouder te
muteren naar het menselijk DNA van vandaag. Omdat elke cel in het
menselijk lichaam DNA van zowel de vader als de moeder heeft,
geeft deze methode niet de mogelijkheid om afzonderlijk de
leeftijd van de gemeenschappelijke voorvader en voormoeder te
bepalen. Echter twee delen van menselijk genetisch materiaal
worden niet gecombineerd in de voortplanting, namelijk: Mitochondriaal DNA (mtDNA)
Dit
DNA bevindt zich, buiten de nucleus van de cel,
in de zogenaamde mitochondriën. Zowel mannen als vrouwen
krijgen bijna al hun mtDNA alleen van hun moeder. Aan het einde
van de tachtiger jaren en het begin van de negentiger jaren hebben
een aantal studies het mtDNA van vrouwen over de hele wereld
onderzocht. Deze studies concludeerden dat alle vrouwen afstammen
van een enkele “Eva” (ook wel Mitochondriale Eva genoemd), die
in de laatste 200.000 jaar geleefd zou moeten hebben. Verfijning
in de metingen verlaagde de originele schatting tot 135.000 jaar
en ten slotte tot minder dan 100.000 jaar. Deze studies
concluderen niet alleen een veel jongere leeftijd voor het
menselijk ras dan eerder werd aangenomen, maar geven ook de
indicatie dat alle mensen afstammen van EEN ENKELE vrouw, daarmee
uitsluitend dat mensen tegelijkertijd zouden zijn geëvolueerd in
diverse locaties/landstreken. Een groot segment van de Y-chromosoom.
Alleen
mannen hebben een Y-chromosoom,
waarvan ze het meeste alleen van de vader krijgen. Sinds 1995 zijn
hebben studies genen in deze Y-chromosoom getraceerd om de
leeftijd en afstamming van mannen vast te kunnen stellen.
Verschillende onderzoeken duiden
allemaal op een jongere leeftijden voor de mensheid.
De waarschijnlijk meest betrouwbare studie tot op heden,
calculeerde dat de gemeenschappelijke voorvader (ook wel Y-chromosoom
Adam genoemd) voor de hedendaagse man 37.000 en 49.000 jaar
geleden moet hebben geleefd. Deze
studies toonden ook aan, dat genetisch gezien, alle mensen veel
meer op elkaar lijken dan men vanuit evolutietheorie zou
verwachten. Onderzoek van de genetische structuren van diverse
moderne menselijke bevolkingsgroepen laten slecht kleine
verschillen zien, als er al verschillen mochten zijn. Een van de
wetenschappers merkte het volgende op: “Het
is een mysterie dat niemand van ons kan verklaren”.
Al deze bewijzen suggereren een bestaan van de moderne
mens wat veel recenter is dan dat volgens de evolutionaire theorie
zou kunnen. De
observaties van de archeologie en antropologie zijn in
overeenstemming met deze schattingen over de leeftijd van de
mensheid. Geavanceerde kunstwerken begonnen ongeveer 40.000 tot
50.000 jaar geleden te verschijnen en bewijsstukken van religieuze
relikwieën en altaars worden niet verder dan 25.000 jaar terug
gedateerd. Tabel
7-1 geeft een overzicht van de verschillende schattingen gedurende
de laatste tientallen jaren van de wetenschap over de leeftijd van
het menselijk ras. Het laat zien hoe dramatisch deze schattingen
zijn veranderd en hoe verkeerd
de schattingen van de ‘moderne wetenschap’ in eerste
instantie waren. Deze tabel laat ook de leeftijd van de oudste
vondsten van menselijke beschavingen en volkeren zien, gebaseerd
op archeologische vondsten. Het overgrote deel van deze vondsten
dateren tot slechts 15.000 jaar geleden.
Oudere vondsten worden zelden geclaimd.
Tabel
7-
1
:
Recente schattingen van de leeftijd de mens De
verhalen in het Bijbelse boek van Genesis noemen de afstammelingen
van de eerste mens Adam, via Noah, Abraham en Mozes. Gebaseerd op
het letterlijk lezen van deze informatie kan men uitrekenen dat
Adam ongeveer 6.000 jaar geleden door God is geschapen. Dit is ook
de tijd die door aanhangers van de ‘Zesdaagse Schepping’ als
de leeftijd van de wereld wordt genoemd. Andere noemen de gewoonte
binnen de Hebreeuwse cultuur om generaties over te slaan in hun
genealogische registers. We mogen dus aannemen dat het wel
mogelijk is dat er aanzienlijk meer generaties waren tussen Adam
en Abraham dan degene die vermeld zijn in Genesis. Dat leidt tot
de conclusie dat Adam en Eva (volgens de Bijbel) 8.000 tot zelfs
25.000 jaar geleden geleefd zouden kunnen hebben. Deze ideeën
suggereren een Bijbelse leeftijd van tussen 6.000 en 25.000 jaar.
Deze Bijbelse schattingen zijn verrassend in overeenstemming met
de schattingen die door archeologische vondsten worden ondersteund. Op
wat voor manier men ook naar deze data kijkt; er is een conclusie
waar we niet aan kunnen ontkomen: met het voortschrijden van de
tijd komen de schattingen vanuit de wetenschap steeds dichterbij
de tijd die volgt vanuit de Bijbelse registers. Een
alternatieve redenatie over de leeftijd van de mensheid
De
wereldbevolking van vandaag zweeft rond de 6.5 miljard mensen met
een jaarlijkse toename van ongeveer 2.3%. Een nogal
verbazingwekkende observatie is dat er vandaag meer mensen levend
zijn dan er ooit voor ons hebben geleefd!
Alleen al in de laatste honderd jaar is de wereldbevolking
meer dan verzesvoudigd! We kunnen met deze getallen proberen te
schatten hoe lang het zou duren om de huidige wereldbevolking te
laten ontstaan vanuit een enkel echtpaar, “Adam
en Eva”. Het resultaat van deze berekening is opgenomen in tabel
7-2. Gebaseerd op 25
jaar per generatie laat de tabel ook het gemiddelde aantal
kinderen per familie zien dat overeenkomt met het groeipercentage.
Table
7-
2
:
Groeipercentages versus de leeftijd van de mensheid Dit
toont aan dat zelfs met een heel laag groeipercentage van de
bevolking, zoals 0,5% (behoorlijk laag in vergelijking met de
huidige 2,3%) en een gemiddelde aantal kinderen per familie van
2,25, er slechts 4.550 jaar voor nodig is om een bevolking van 6.5
miljard te laten ontstaan. Zelfs met een groeipercentage van
slechts 0,25%, zouden
er maar 9100 jaar nodig zijn om hetzelfde eindresultaat te
realiseren. Je
zou kunnen beweren dat door gebrek aan medische kennis de
gemiddelde levensverwachting van onze voorouders dramatisch lager
lag, waardoor het effectieve groeipercentage veel lager was. De
mensheid heeft evenwel een sterke drang voor het behoud en de
groei van het menselijk ras. Zoals heden ook vaak wordt
geobserveerd, hebben de gebieden met de laagste vorm van
ontwikkeling en met verreweg de laagste levensverwachting, de
grootste bevolkingsaanwas. Vrouwen kunnen in hun tienerjaren al
kinderen baren en hebben daarom, zelfs met een levensverwachting
van slechts 25 tot 30 jaar, nog steeds genoeg tijd om een grote
familie te vormen.
Figuur 7-1: Herstel van de Europese bevolking na 'de Zwarte Dood' Hetzelfde
fenomeen wordt geobserveerd na epidemieën (de plaag in Europa van
1347 bijvoorbeeld, zie figuur 7-1), grote oorlogen of andere
rampen. Na zo’n catastrofe laten de historische statistieken
meestal een bevolkingsexplosie zien. Deze “explosie”
compenseert al na een aantal generaties voor meer dan het
gemiddelde verlies aan leven. De dodelijke Plaag van 1347
bijvoorbeeld, eiste in vele Europese landen het leven van 50-75%
van de bevolking, maar in minder dan 200 jaar tijd werd dit effect
geheel gecompenseerd. Dit fenomeen is ook de reden waarom de
generatie die meteen na de tweede wereldoorlog is geboren ‘the Baby Boomers’ wordt
genoemd. Een zelfde
redenatie leidt tot de conclusie dat zelfs de ondergrens van
37.000 jaar, zoals bepaald door de biochemische schattingsmethode,
nog te hoog zou zijn. Als de “eerste familie” zo lang geleden
geleefd zou hebben, dan zou, zelfs met een groeipercentage van
0,5%, de
wereldbevolking van nu 1.4x1080 [3]
moeten bedragen. Tenslotte wil ik er nog op wijzen dat de wereldwijde (zond)vloed volgens de Bijbel ongeveer 4.500 -5.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden. Deze gebeurtenis is in overeenstemmig met de bovengenoemde berekening van het groeipercentage en de grootte van de wereldbevolking vandaag. Ga verder met: (2) Bewijsstuk #9: Onreduceerbaar complexe machines [1]
Verschillende interpretaties, afhankelijk van
hoeveel generaties mogelijkerwijs zijn overgeslagen in Genesis. [2]
Gemiddeld aantal kinderen uitgerekend als 2 maal
(1+groeipercentage)^25 (jaren). [3] Dit werd als volgt berekend: [1 + 0,005 (het 0,5% groeipercentage)] tot de mach 37.000 (aantal jaren)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |