Het Nieuwe Testament
De 27 boeken van
het Nieuwe Testament zijn, door acht mannen, allemaal in Koine Grieks (“straat”
of alledaags Grieks) geschreven. Drie van deze acht mannen (Matthëus,
Johannes en Petrus) waren de eerste discipelen en ooggetuigen van
Jezus van Nazareth. Paulus, de schrijver van 13 (sommigen suggereren
14) van de 27 boeken van het Nieuwe Testament was geen persoonlijke
discipel, maar had een speciale ‘na de opstanding’ ontmoeting met
Jezus. Ook had Paulus
talrijke bijeenkomsten met de eerste discipelen. De boeken van het
Nieuwe Testament beslaan een periode van iets minder dan 100 jaar,
vanaf de geboorte van Jezus Christus tot en met Johannes’ visioen
over de zegeviering in het boek van de Openbaring. De meeste nadruk
– vanuit het oogpunt van geschiedenis – is op de driejarige
evangeliebediening van Jezus, welke was van de jaren 30-33 AD.
Figuur 8-2: Overzicht van het Nieuwe Testament
De boeken van het
nieuwe testament kunnen worden verdeeld in vijf groepen: De evangeliën: Het
nieuwe testament begint met vier overzichten (boeken) over het leven
en de lessen van Jezus, die de evangeliën
worden genoemd. Het meeste van wat we over het leven van Jezus van
Nazareth weten komt uit deze vier boeken. Dat is de reden dat we de
achtergrond, de datering, het auteurschap en de betrouwbaarheid van
deze boeken tot in de kleinst mogelijke details zullen onderzoeken.
Elk boek omschrijft het leven, de evangeliebediening, de dood en de
opstanding van Jezus van Nazareth. Sommige gebeurtenissen staan in
alle vier de boeken vermeld, maar elke biografie laat het spotlicht
vanuit een andere hoek op Jezus schijnen. De verschillen worden
bepaalt door het publiek en de reden of de bedoeling van de schrijver.
De vier evangeliën geven ons een veelomvattende, geschakeerde kijk op
Jezus van Nazareth, beter bekent als Jezus Christus. Kerkgeschiedenis:
De 28 hoofdstukken uit het boek van Handelingen beschrijven o.a. de
geboorte van de kerk (na de opstanding van Jezus), hoe het geloof werd
geďntroduceerd aan de niet-Joodse gelovigen en hoe het nieuwe geloof
(door de krachtsinspanningen van Paulus) zich over het Romeinse Rijk
verspreidde. De brieven van Paulus: Bijna
de helft van de boeken in het Nieuwe Testament zijn de 13 brieven van
Paulus. Deze werden door
Paulus in de periode tussen 49-62 AD geschreven;
sommige aan kerken die hij startte, sommige aan een individu,
terwijl weer andere brieven een speciaal bericht voor de algemene
lezer inhield. Paulus, “de
apostel die in de juiste tijd werd geboren”, was de
onverschrokken missionaris van de prille kerk die meer heeft gedaan om
het Christendom te verspreiden dan elke andere man die in de Bijbel
staat vermeld. Zijn
dramatische bekering is een klassieke getuigenis voor de kracht van
Jezus Christus om levens te veranderen, want hij veranderde van een
Christenhatende tegenstander in een dienstbare Christenpleitbezorger.
Zijn brieven – welke historisch kunnen worden getraceerd door ze te
koppelen met gebeurtenissen die in het boek van Handelingen zijn
omschreven – geven diepzinnige antwoorden op vragen en oplossingen
voor problemen die men in de prille Christelijke kerken had.
Bijna elke menselijke noodzakelijkheid wordt besproken. De algemene brieven:
Deze verzameling van brieven, geschreven omdat er een speciale
noodzaak voor was of geschreven aan een groep die niet door Paulus kon
worden bereikt, bespreekt
algemene waarheden die God’s mensen in elk tijdperk nodig hebben. De
schrijvers zijn o.a. Jacobus en Judas (die beiden halfbroeders van
Jezus waren) en ook de apostelen Peter en Johannes. Profetie: Het laatste boek is een boek wat het komende oordeel van Christus voorspelt en wordt Openbaring of ook wel de Apocalyps genoemd.
Het Evangelie van Markus Lees meer over:(4) Bijbelvertalingen en bijbelgeleerden |
||||||||
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |