Nadat het
Noordelijke Koninkrijk (Israël) door de Syriërs gevangen was genomen
(722 BC) en het Zuidelijke
Koninkrijk (Juda) door de Babyloniers was verwoest (586) werd de
Joodse bevolking gedeporteerd. Aan het einde van de ballingschap
keerden velen naar hun vaderland terug, maar anderen verspreidde zich
over de wereld. Verwijderd
van Juda verleerde vele Joden het
gebruik van de Hebreeuws taal omdat Grieks hun hoofdtaal werd. Dit gaf
een groeiende behoefte voor een Griekse vertaling van de Hebreeuwse
Heilige Schrift. De grootste Joodse
leefgemeenschap uit die tijd was in Alexandrië, (Egypte) en dit was
ook het centrum van Grieks onderwijs. Volgens de tradities (welke
wordt ondersteund door de legende van Ptolemy) zijn op verzoek van de
Joden in Alexandrië in het jaar 285-270 BC zo’n 70 Hebreeuwse
schriftgeleerden naar deze stad gereisd waar ze een vertaling
produceerde die nu als de Septuagint
bekent is. Deze naam
stamt af van het Griekse woord voor 70 en is ook de aanduiding voor
LXX (de Latijnse cijfers voor 70). De vertaling werd
in het algemeen, zeker gezien de middelen die men in die tijd ter
beschikking had en de uitdagingen die de vertalers moesten zien te
overkomen, met grote zorg uitgevoerd. Ondanks dat kunnen we een kleine
hoeveelheid van verschillen in de teksten waarnemen wanneer we de LXX
en de Hebreeuwse (Masoretische) teksten met elkaar vergelijken. Door
middel van de Dode Zeerollen is de oorzaak voor veel van deze
verschillen nu geïdentificeerd en
blijken veroorzaakt te
zijn doordat de vertalers hoogstwaarschijnlijk een andere Hebreeuwse
tekst gebruikte die behoorde tot wat men nu de Proto-Septuagint
familie noemt.[1] In aanvulling op
de 24 boeken van het Hebreeuwse Oude Testament, bevatte de LXX een
aantal extra boeken en ook uitbreidingen voor boeken die circuleerde
in de Griekssprekende wereld, maar niet waren inbegrepen in de
Hebreeuwse teksten. Deze boeken zijn nu bekend als de Apocriefen van
het Oude Testament. Er was in de
oudheid veel respect voor de LXX . Philo en Josephus vermeldden zelfs
dat de schrijvers onder goddelijke inspiratie werkten. De
LXX vormde de basis voor de Oude Latijnse versie en word nog steeds in
zijn geheel gebruikt binnen de Oosterse Orthodoxe kerk. Behalve voor
de oude Latijnse versie is de LXX ook de basis voor de Gotische, de
Slavonische, de oude Syrische, de oude Armenische en de Koptische
versies van het Oude Testament. Het is van grote
betekenis voor alle Christenen en bijbelgeleerden om te weten dat de
LXX werd geciteerd door zowel de schrijvers van het Nieuwe Testament
als door de leiders van de prille kerk. De eerste Christenen die als
een groep al snel uit een meerderheid van niet-joden bestond en
daardoor niet bekend waren met de Hebreeuwse taal, gebruikten als
vanzelfsprekend de LXX omdat
het de enig beschikbare Griekse versie was. De oudste, nog bestaande
LXX codices dateren van de vierde eeuw AD. Het belang van de
LXX als bewijs voor de betrouwbaarheid van de teksten van het Oude
Testament is tweevoudig: Bevestiging van de
Masoretische teksten:
Alhoewel er verschillen bestaan tussen de LXX en de Masoretische
teksten, zijn deze verschillen in het algemeen erg klein. Zoals Norman
Geisler en William Nix verklaarden: “De
LXX was in het algemeen trouw aan de interpretatie van de originele
Hebreeuwse teksten, alhoewel sommige blijven volhouden dat de
vertalers niet altijd goede Hebreeuwse bijbelgeleerden waren. De
belangrijkheid van de LXX kan
op diverse manieren worden gezien. Het heeft de religieuze kloof
tussen de Hebreeuws- en Griekstalige mensen overbrugd. Het vervulde de
noodzaak voor de Joden in Alexandrië. Het overbrugde de historische
kloof tussen het Hebreeuwse Oude Testament van de Joden en de Grieks
sprekende Christenen die de LXX samen met hun Nieuwe Testament
gebruikten. Het zette een precedent voor missionarissen om vertalingen
van de Heilige Schrift in diverse talen en dialecten te maken. Het
overbrugde de kloof van tekstuele kritiek door de aanmerkelijke
overeenkomst met de Hebreeuwse Oude Testament teksten (א, A, B, C,
enz..) Alhoewel de LXX
zich niet kan meten aan de voortreffelijkheid van de Hebreeuwse Oude
Testament teksten, geeft het een indicatie van de puurheid van de
Hebreeuwse teksten.”[2] Bevestiging van vroegere
teksten: De
LXX was vanuit de Hebreeuwse Heilige Schrift in het jaar 285-250 BC
vertaald. Dit omvatte alle 24 boeken van het Hebreeuwse Oude
Testament. Daarom bewijst het bestaan van de LXX dat het Oude
Testament al voor deze tijd in
geschreven vorm wijd en zijd beschikbaar was. En zijn dus de profetieën
uit het boek van Daniël over het Griekse en Romeinse rijk, evenals de
uitgebreide profetieën over de Messias in het boek van Daniël,
Jesaja en speciaal in het boek Psalmen (met name Psalm 22), geschreven
ver voordat de feitelijke gebeurtenissen plaatsvonden.[3] Lees meer over:(4) Bewijsstuk #3: Canonvorming v/h Oude Testament [1] Josh McDowell , The New Evidence that Demands a Verdict (1999), pagina 83. [2] Norman Geisler en William Nix , A General Introduction to the Bible. (1986), pagina 504. [3] Deze voorspellingen worden uitgebreid besproken in hoofdstuk 20: Vervuling van Messiaanse profetieën en hoofdstuk 24: Vervulde profetieën – voorspellen van de toekomst.
|
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |