Het woord canon
stamt van het Griekse woord kanon
(“kanon”),
een roede, een liniaal, staf of een meetlat. De Bijbelse canon is de
lijst van boeken die door de leiders van de kerk (gebaseerd op
objectieve criteria), zijn
geaccepteerd als het geïnspireerde Woord van God dat met autoriteit
en nauwkeurigheid de historische relatie tussen God en Zijn mensheid
vastlegt. Voor het Oude
Testament was de canon oorspronkelijk impliciet en onbetwist. Toen de
Thora was geschreven werd deze meteen als door God geïnspireerd
onderkend, met grote eerbied behandeld, onderhouden door de priesters
en weggeborgen in de “Ark des
Verbonds”. De meeste andere boeken uit het Oude Testament werden
op dezelfde manier behandeld. Terwijl het Joodse volk floreerde onder
toezicht van richteren en koningen, en profeten werden erkend als
mannen van God, werd hun geschiedenis en profetieën door priesters en
schriftgeleerden opgeschreven. Na de overweldiging van de twee Joodse
koninkrijken en de verspreiding van de mensen werd dit een probleem.
Ondanks dat was het werk nog steeds te overzien omdat de priesters in
Jeruzalem doorgingen met het onderhouden van de Heilige Schrift. De
eerste serieuze discussie over de canon begon met het vertalen van de
LXX. Een aantal van de teksten die in de LXX waren opgenomen waren
geen onderdeel van de Heilige Schrift welke was geaccepteerd door
Jeruzalem. Dit waren voornamelijk handschriften van na 400 BC, omdat
de Joden in Jeruzalem Maleachi (ca. 450 BC) als de laatste profeet
beschouwde. Dat de Hebreeuwse canon reeds voor het jaar 150 BC
informeel was vastgelegd, wordt bevestigd door de diverse rabbijnse
geschriften van die tijd[1]
waarin men verklaarde dat “de
stem van God was gestopt met ons aan te spreken”. Met
andere woorden; de profetische stem was stilgevallen omdat er zonder
profeten geen nieuwe Bijbelse openbaringen waren. De groei van het
Christendom (die gedurende de allereerste dagen alleen de LXX
gebruikte), noodzaakte de Joodse leiders om een formele canon vast te
stellen. Waarschijnlijk aan het einde van de eerste eeuw werd de canon
voor het Hebreeuwse Oude Testament officieel gesloten.[2] De complete canon
van de Hebreeuwse Bijbel omvat dezelfde boeken en teksten (slechts
anders georganiseerd) als het moderne Protestantse Oude Testament. In
1546 evenwel, accepteerde de Rooms Katholieke Kerk de hele Septuagint als de canon voor haar Oude Testament. Daarom bevatten de Rooms
Katholieke Bijbels de toegevoegde apocriefe boeken uit het Oude
Testament (ook wel deutero-canonieke boeken – “tweede canon”
genoemd). Deze boeken zijn Tobit, Judit, Toevoegingen op Ester, I en
II Makabeën, Wijsheid van Salomo, Wijsheid van Jezus Sirach, Baruch,
Brief van Jeremia, Toevoegingen bij Daniël en het Gebed van Manasse De Oosterse
Orthodoxe Kerk heeft de Septuagint als canon voor haar Oude Testament
geaccepteerd en heeft daar nog de boeken van III en IV Ezra, Psalm 151
en III Makabeën, met als een aanhangsel IV Makabeën aan toegevoegd. Lees meer over:(5) Bewijsstuk #4: Auteurschap van de Thora [1] Norman Geisler en William Nix , A General Introduction to the Bible. (1986), pagina 205, en Josh McDowell , The New Evidence that Demands a Verdict (1999), pagina 26 [2] Sommigen claimen dat dit gebeurde tijdens de Council van Jamnia omstreeks 100 AD. De meeste bijbelgeleerden geloven nu dat er echter nooit zo’n council is geweest, maar dat de rabbijnse school in Jamnia het subsituut werd van de Joodse Hoge Raad na de vernietiging van Jeruslaem in 70 AD en dat door het onderwijs op deze school de canon werd vasrgelegd in de periode 70-135 AD.
|
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |