|

Ik
dank U dat U toch mijn naam bleef roepen,
toen
‘k me verschool in ‘s werelds
duistere hoeken.
Zo
vaak probeerde ik mijn schulden te bedekken
en
weigerde ik mijn armen naar U uit te strekken.
O
jawel,
ik hoorde Uw stem en begreep Uw hopen,
maar
ik wilde ALLEEN de weg van ‘t leven
lopen.
‘k
Had nooit willen zien hoeveel U mij al had gegeven
en
dat niets ‘mijn wil’ was in dit leven.

Bijna
alles moest ik verliezen,
voordat
ik bereid was voor U te kiezen.
‘Het
wereldse’ had me bijna verslonden,
toen
‘k Uw uitgestrekte armen heb gevonden.

Ik
begreep dat U al die tijd daar had staan wachten,
met
alleen maar mij in Uw gedachten.
O,
Hoe groot is toch Uw liefde voor mij Heer,
dat
U mijn naam bleef roepen keer op keer!
En
hoe goed is het te weten dat,
ik
nu samen met U loop de rest van ‘t levenspad!
En
als ik weer in ‘t wereldse’ dreig te verdwalen,
weet
ik dat Uw sterke armen me zullen ‘binnen halen’.
|