Dank
u wel voor uw belangstelling om de grondslagen waarop het christelijk
geloof berust beter te begrijpen. In dit boek zullen we vele bewijzen
behandelen met behulp van diverse takken van de wetenschap en
verschillende historische bronnen. God heeft ons deze hulpmiddelen
gegeven om een beter begrip en meer waardering te krijgen voor de
grondslagen van het christelijk geloof. Voordat
ik zelf een christen werd, was ik op zijn minst onverschillig
tegenover enig geloof. Alhoewel ik ben opgevoed in een rooms-katholiek
gezin, leerde ik gedurende mijn tijd op school en de universiteit
‘de feiten’ van evolutie. Naarmate ik verder studeerde ging ik ook
steeds meer geloven dat God en Jezus Christus slechts fabeltjes waren,
niets meer dan verzonnen verhalen. De moderne wetenschap – evolutie
– verklaarde immers ons bestaan, en waarom zouden we dan God nodig
hebben? Als de Bijbel al begon met een sprookjesachtig
scheppingsverhaal en een ‘hof van Eden’, dan kon de rest van het
boek niet anders zijn. Het vertelde immers ook nog over een
wereldwijde zondvloed, over mensen die meer dan negenhonderd jaar oud
werden, over een man die door slechts het spreken van een woord het
water van een hele zee scheidde, over profeten die verbazingwekkende
wonderen verrichtten, en over een Heiland wiens moeder een maagd was,
die stierf aan een kruis om vervolgens weer op te staan uit de dood. Nee,
ik was ‘slimmer’ en de kerk was voor de goedgelovigen, u weet wel,
de niet echt opgeleide mensen. Mijn ambitie was om een succesvol
bedrijf te leiden en geld te verdienen, heel veel geld. Ik was niet
echt atheďst, want ergens achter in mijn hoofd geloofde ik nog steeds
in God. Het geloof zelf werd echter totaal onbelangrijk en ik had er
niks mee. In
1999 – toen ik bijna veertig jaar oud was – was ik klaar om uit
het bedrijfsleven te stappen. Het leven was goed voor me geweest. Ik
was meegevoerd op de golf van succes van het bedrijf waar ik vijftien
jaar tevoren in dienst was gegaan. Het groeide van een lokaal
Nederlands automatiseringsbedrijf met zo’n driehonderd werknemers
tot een wereldwijde adviesorganisatie met meer dan twintigduizend
werknemers in dertig verschillende landen. Deze groei bracht meerdere
mogelijkheden met zich mee. Een van deze mogelijkheden leidde ertoe
dat mijn gezin zich in het midden van de jaren ’90 in de Verenigde
Staten vestigde. Rond
de tijd dat ik me uit het bedrijfsleven terugtrok, had mijn vrouw (Coba)
besloten haar leven aan Christus te geven en was net begonnen naar de
kerk te gaan in de plaats waar wij woonden. Zelf had ik weinig
interesse om haar daarin te volgen. Ik had immers wel betere dingen te
doen – zoals nadenken over mijn pas verworven vrijheid doordat ik
‘niet meer hoefde te werken’, het maken van reisplannen voor
voorgenomen trips en het zoeken van onspannende en uitdagende andere
tijdsbestedingen. Vooral de laatste jaren van mijn werk hadden ook een
grote tol geëist van mijn gezin. Ik was heel veel van huis geweest,
inclusief vele weekenden, en was in vele opzichten vervreemd van mijn
vrouw en mijn drie kinderen, die inmiddels tieners waren.
Daarom, als een goede echtgenoot en om mijn goede wil te tonen,
vond ik dat ik – op zijn minst zo nu en dan – met haar mee moest
gaan op zondag. Ik
herinner me mijn eerste kerkbezoek nog als de dag van gisteren. Ik had
het zorgvuldig gepland: de dienst begon on halfelf en ik had het zo
geregeld dat we vijf minuten later zouden aankomen. Dan konden we
immers onopvallend binnensluipen, op de achterste bank plaatsnemen en
ongemerkt vlak voor het einde van de dienst weer uit de kerk
verdwijnen. Het laatste wat ik immers wilde was met andere mensen te
gaan ‘socializen’. Ik vond dat ik al genoeg deed door gewoon
‘even te gaan’. Mijn plan viel echter geheel in duigen. Ik had
niet gerekend op het feit dat veel kerken alhier vrijwillers hebben (meestal
echtparen) die bij de deur van kerk nieuwkomers opwachten en welkom
heten. Wij liepen dus nietsvermoedend in de armen van dit strategisch
geplaatste vangnet en waren gedwongen tot een conversatie. Tot
mijn grote verbazing waren deze mensen zeker niet goedgelovig en
onopgeleid en dit was het begin van diverse serieuze en diepgaande
discussies. Het duurde niet lang voordat mijn interesse was gewekt. Ik
begon me af te vragen: stel dat dit waar is? Het was heel erg
onwaarschijnlijk omdat ik me de Bijbelverhalen van mijn jeugd
herinnerde, maar toch, stel dat het waar was? Ik moest het gewoon
zeker weten. Ik wilde beslist niet verder mijn tijd verdoen met naar
de kerk gaan en in God geloven als het NIET waar zou zijn, en daarom
besloot ik om mijn eigen onderzoek te starten naar de feiten waar het
christendom aanspraak op maakte. Vanaf
het begin onderzocht ik alles wat ik maar kon vinden. Ik had gedacht
dat ik maar een paar boeken hoefde te lezen, maar mijn project
veranderde al snel in een volledige studie waarbij ik gedurende een
periode van zes maanden honderden boeken en artikelen las. Eerst met
name wetenschappelijke boeken in een speurtocht naar bewijzen voor het
bestaan van een Schepper, daarna over de tekstuele en historische
betrouwbaarheid van de Bijbel en ten slotte meer en meer de Bijbel
zelf voor het vinden van informatie en bewijzen over Jezus van Nazaret.
Terwijl ik worstelde met de bewijzen, verrees een berg van feiten.
Deze feiten kwamen van diverse studierichtingen, maar elke conclusie
wees objectief naar de waarheid van het christendom. Ik was
overrompeld door de hoeveelheid en ook over de kwaliteit van deze
bewijzen. Ik was helemaal verbaasd over het feit hoe juist de moderne
wetenschap en recente ontdekkingen steeds meer over God lieten zien.
Uiteindelijk werd mijn positie duidelijk: ik had geen keus; ik kon
mezelf niet voor de gek houden maar moest de feiten onder ogen zien,
en in het nauw gedreven door het vele bewijs gehoorzaamde ik – met
een flink portie terughoudendheid – aan het evangelie van Jezus
Christus. Veel
getuigenissen over iemands persoonlijke bekering tot het christendom
worden gekenmerkt door vreugde en enthousiasme. Dat was voor mij in
eerste instantie zeker niet het geval. Ik zat er eigenlijk in het
geheel niet op te wachten om christen te worden. Ik had er mijn hele
leven aan gewerkt om juist onafhankelijk van wie dan ook te worden.
Zelfs in mijn bedrijfsloopbaan was het altijd een belangrijke
overweging geweest om maximale onafhankelijkheid te hebben. Dat was
zelfs een van de redenen om naar de westkust van de Verenigde Staten
te verhuizen. Immers ons hoofdkantoor was in Nederland en dat was meer
dan 9000 kilometer en negen uur tijdsverschil bij mij vandaan. Dat gaf
een grote vrijheid in het nemen van beslissingen. Ja,
onafhankelijkheid en vrijheid zijn voor mij persoonlijk altijd erg
belangrijk geweest. Ik zat dus zeker niet te wachten op een nieuwe
‘baas’, God, aan wie ik verantwoording moest afleggen. En daar
kwam nog bij dat deze nieuwe ‘baas’ ook altijd van alles op de
hoogte was en dat Hij niet, zoals mijn oude bazen, met een verhaaltje
en wat trucjes om de tuin te leiden was. Kort gezegd: ik werd in
eerste instantie een tegenstribbelende christen. Dit
was het begin van een radicale en totale verandering van mijn – ons
– leven. Tot grote schrik van met name onze beide zonen (toen 15 en
13 jaar) waren er opeens een vader en moeder die niet alleen altijd
thuis waren maar kwamen er ook onpopulaire gedragsregels, werd er uit
de Bijbel gelezen en gingen we als gezin naar de kerk. Uiteraard
leidde dit alles tot diverse – soms heftige en soms zelfs fysieke
– worstelingen met mijn gezinsleden en zeker ook met mijzelf. Na
enige tijd bleek echter – en dit was wellicht mijn grootste
verrassing over het christelijk geloof – dat het volgen van al deze
regels en structuren uit de Bijbel juist veel meer vrijheid en vooral
ook tevredenheid geeft dan doen wat je zelf maar wilt en het toegeven
aan alle luxe en verleidingen van de wereld. Alleen door het zelf te
ervaren kon ik echt Jezus’ woorden: ‘en
de waarheid zal u vrijmaken’ (Johannes 8:32) bevatten, begrijpen
en waarderen. Voor een niet-christen lijken Gods Woord en het
christelijk leven beperkend en bijna zielig; alleen als je zelf een
christen bent, kun je de bevrijding, vrede en tevredenheid ervaren die
het volgen van Christus geeft aan een gelovige. Geen gemakkelijker
leven. Geen leven zonder ziekten, verdriet of financiële zorgen. Maar
wel een leven vol met liefde, hoop, tevredenheid en een vooruitzicht
op een nog betere toekomst. Gedurende
mijn onderzoek heb ik vastgesteld dat kerkgaande christenen weinig
kennis hebben over de bewijzen van hun geloof. Ik had mezelf vaak
afgevraagd waarom ik in God zou geloven. Was er werkelijk een
zondvloed geweest? Hoe weten we dat Mozes werkelijk het boek Genesis
heeft geschreven? Wat heeft archeologie te zeggen over de Bijbel? Was
het evangelie geschreven door Jezus’ discipelen of door anderen?
Zijn de verslagen over de wonderen van Jezus overdreven of zouden ze
echt gebeurd kunnen zijn? Hoe kan ik zeker weten dat de opstanding een
historisch gegeven is? Op al deze vragen heb ik heel goede antwoorden
gevonden, maar tot mijn grote verrassing heb ik deze in boeken moeten
vinden. De meeste christenen konden me geen antwoorden geven. Sommige
mensen beweerden dat hun persoonlijke beleving met God geen antwoorden
nodig had. Anderen die hun hele leven gelovig waren geweest, hadden er
nooit over nagedacht. Weer anderen hadden nooit de tijd genomen om
naar antwoorden te zoeken en veel christenen wisten eigenlijk helemaal
niet wat ze moesten geloven. Het duurde niet lang voordat mannen en
vrouwen me begonnen te vertellen dat ook zij antwoorden op deze vragen
wilden hebben en mij vroegen om mijn ontdekkingen met hen te delen. Veel
van wat was gepubliceerd over deze bewijzen bleek zich toe te spitsen
op slechts één enkel onderwerp, zoals bijvoorbeeld hoe uniek de
aarde is, of archeologische bewijzen voor de Bijbel, of over de
voorzeggingen die door Jezus waren vervuld. Ik kon echter geen enkel
boek vinden, zoals een allesomvattend naslagwerk, dat een overzicht
bood van al deze bewijzen. Dit
heeft me doen besluiten om een overzicht te maken van al mijn
bevindingen. Gedurende de laatste jaren heb ik deze informatie gedeeld
en onderwezen op seminars, in kerken, aan jeugdgroepen, op scholen en
in huisgroepen. Nu is al het materiaal klaar als naslagwerk. De
informatie die u hier vindt komt uit honderden verschillende bronnen.
Nee, ik wil niet beweren dat ik een expert ben in elk onderwerp, maar
ik heb veel, heel veel veldwerk verricht door me door de enorme
stapels van beschikbaar materiaal over de verschillende facetten van
bewijzen voor ons geloof heen te werken. Ik heb geprobeerd om deze
informatie op een zo logisch mogelijke wijze structuur te geven, zodat
ze makkelijk toegankelijk is voor degenen die geďnteresseerd zijn. De
onafzienbare hoeveelheid informatie heeft me ertoe gedwongen om
diepgaande details in te wisselen voor een veelomvattend overzicht, en
daardoor was ik slechts in staat een paar bladzijden informatie te
geven over de diverse onderwerpen. Daar staat tegenover dat ik een
groot aantal bronnen heb vermeld waaruit de geďnteresseerde en
energieke lezer nog uitgebreidere informatie kan putten. Dit
boek is meer dan alleen maar een boek voor mij. Het is het pad van
mijn persoonlijke zoektocht naar de waarheid. Ik voel me ertoe
geroepen om deze informatie te delen, omdat ik hoop en bid dat
iedereen die bereid is dit materiaal te lezen ook bereid is om een
beter onderbouwde en overtuigder beslissing te nemen over zijn of haar
persoonlijke relatie met God en Jezus Christus. Rob
van de Weghe, Oktober
2008
Lees meer over de Structuur of Apologetiek en Waarheid. |
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |