De
Bijbel: originele tekst versus vertalingen
|
|
Waarom zijn er zoveel
verschillende bijbelvertalingen? Is dat omdat er geen betrouwbare
originele bijbeltekst bewaard gebleven is? Of is het omdat vertalen
geen exacte wetenschap is en de vertaler subjectieve keuzen moet maken
waardoor menselijke fouten geïntroduceerd worden? |
De
Bijbel: originele tekst versus vertalingen
|
|
De originele
boeken van de Bijbel waren geschreven in het Hebreeuws (Oude
Testament) en Grieks (Nieuwe Testament). Enkele gedeelten van de
boeken van Daniël en Matthëus zijn mogelijk origineel geschreven in
het Aramees. Er zijn de
afgelopen jaren vele vertalingen gemaakt. Gedurende de eerste dagen
van het Christendom werd het Hebreeuwse Oude Testament gewoonlijk in
een Griekse vertaling gelezen. Naarmate de kerk groeide, nam ook de
noodzaak voor vertalingen toe, wat de Heilige Schrift in de meeste
gebruikte talen maar ook in lokale dialecten deed verschijnen. Al snel
werd de Bijbel vertaald in het Latijns (de taal van het Romeinse Rijk),
Syrisch (Een oosterse Aramese taal), Koptisch (geschreven Egyptisch)
en Arabisch. Sommigen schatten dat al rond het jaar 500 AD de
Bijbelteksten in meer dan 500 talen konden worden gelezen. Helaas
waren vertalingen niet altijd zorgvuldig en werden er fouten gemaakt.
Om deze reden – en ook omdat men niet wilde dat ‘gewone’ mensen
de Bijbel konden lezen – verbood de (Rooms) Katholieke Kerk
verdergaande vertalingen en werd alleen een speciale Latijnse tekst,
de Vulgaat gebruikt welke
vanuit het Grieks rond het jaar 600 AD was vertaald. Rond het jaar
1380 werden de eerste Engelse vertalingen door John Wycliffe gemaakt.
In het jaar 1455 werd de drukpers uitgevonden (Gutenburg) en de
mogelijkheid voor massaproductie zorgde ervoor dat meer Engelse
versies en vertalingen in andere talen sneller voorhanden waren. In de loop van de
jaren zijn er honderden vertalingen (men schat op ongeveer 450) in het
Engels gemaakt. De meest bekende zijn: De King James (KJV 1611), de
New International Version (NIV 1978), de New King James (NKJV 1982),
de New American Standard Bible (NASB 1971) en de English Standard
Version (ESV 2001). De Delftse
Bijbel wordt in het algemeen beschouwd als de eerste gedrukte
Nederlandstalige Bijbel, hoewel het uitsluitend het Oude Testament (zonder
de psalmen) omvat. De vertaling stamt uit omstreeks 1360. De Delftse
Bijbel werd in 1477 gedrukt. De eerste volledige Nederlandstalige
Bijbel is de vertaling van Jacob van Liesvelt uit 1526. Deze vertaling
gebuikte de Latijnse Vulgaat als basis voor het Oude Testament en
Martin Luther’s Duitse tekst als basis voor het Nieuwe Testament. De Statenvertaling
van 1637 is nog steeds de meest gebruikte vertaling in de meer
conservatieve Protestantse gemeenten.
De naam Statenvertaling is ingeburgerd omdat de opdracht tot
deze vertaling indertijd door de Staten-Generaal werd gegeven. De
tekst werd rechtstreeks uit de brontalen – Hebreeuws voor het Oude
Testament en Grieks voor het Nieuwe Testament – gemaakt. Veel
Protestantse groepen gebruiken de Nederlands Bijbelgenootschap vertaling (de NBG-vertaling) van 1951.
Deze tekst is een iets moderne variant van de Statenvertaling. De Goed
Nieuws Bijbel (1983, herzien in 1996) en Het
Boek (1992) zijn vrij losse vertalingen van de Bijbel. In deze
vertalingen staat de leesbaarheid voorop, waardoor de nauwkeurig van
de vertaling soms wordt compromitteerd. De Nieuwe
Bijbelvertaling (NBV, 2004) tenslotte is een oecumenische (de
Rooms Katholieke kerk en Protestante groepen) vertaling vanuit de
grondtalen. Men heeft geprobeerd enerzijds trouw te zijn aan de
oorspronkelijke tekst, anderzijds alleen in het Nederlands
gebruikelijke woorden en zinsconstructies te gebruiken. Dit heeft tot
nogal wat discussies geleid en veel kerken en groepen hebben besloten
deze vertaling niet te gebruiken. Bijbelvertalingen
worden meestal gegroepeerd in drie hoofdcategorieën: Letterlijke vertalingen: Hierin
wordt de originele tekst woord voor woord vertaald in de meest
gelijkwaardige woorden. Naar deze vertaling wordt soms ook verwezen
als de interlineaire vertaling
waarin de vertaalde woorden naast het originele Hebreeuws en Grieks
wordt gezet. Alhoewel deze zonder enige twijfel de meest accurate
vertalingen zijn, zijn ze moeilijk te lezen omdat de volgorde van de
taal het originele Hebreeuws en Grieks volgt, wat totaal anders is dan
een moderne westerse taal. De NASB
en de ESV zijn goede voorbeelden van letterlijke vertalingen. Een goede
Nederlandstalige Bijbel in deze categorie lijkt momenteel te ontbreken. Functioneel gelijkwaardige
vertalingen: Deze
vertalingen doen een poging om zo letterlijk mogelijk te zijn, maar
hervormen de zinnen en grammatica van de originele talen in de
doeltaal. Ze doen een poging om de gedachte en de intentie van wat de
schrijver wilde zeggen te bemachtigen. Als resultaat daarvan zijn ze
makkelijker in de doeltaal te lezen maar hebben een hogere graad van
subjectieve uitleg dan de letterlijke vertalingen. Deze vertalingen
zijn inclusief KJV,
NKJV, en NIV. De Nederlandse Statenvertaling en NBG-vertaling vallen ook in
deze categorie. Hedendaagse taal
vertalingen: Deze
vertalingen verwoorden de gedachten en de intenties van de originele
teksten naar een hedendaagse versie van de doeltaal. Het resultaat is
makkelijk te lezen, maar de tekst is voor een groot gedeelte een
subjectieve interpretatie en verwoording van de vertaler. Deze versies,
zoals de welbekende The Message en de New Living Translation, en de Nederlandse Goed Nieuws Bijbel en Het Boek,
moeten we met grote voorzichtigheid benaderen. Gebruik ze
bijvoorbeeld als aanvullend leesmateriaal, maar wees ervan bewust dat
deze teksten behoorlijk kunnen afwijken van de originele Bijbelteksten. Elke vertaling is
gekoppeld aan subjectieve interpretatie. Waarom? Talen vertalen niet
woord voor woord. Dat wil zeggen dat niet elk woord precies hetzelfde
woord in een andere taal heeft. Ook zijn sommige spreektalen rijker in
hun uitdrukking dan de doeltaal (zoals het Grieks) of kleiner in hun
woordenschat (zoals het Hebreeuws). Een vertaler moet de originele
opvatting begrijpen en een gelijkwaardige verwoording vinden en dit
maakt het resultaat afhankelijk van het vooroordeel van de vertaler.
Het komt uiteindelijk hierop neer: Vertalingen kunnen onderling
verschillen en fouten kunnen ontstaan. Wanneer vertalingen grote
verschillen tonen zal onderzoek in de originele talen noodzakelijk
zijn om de juiste betekenis te kunnen vinden. Om de dingen nog
wat ingewikkelder te maken worden een beperkt aantal verzen in het
Nieuwe Testament niet door alle oude, nog bestaande documenten
ondersteund: dit dwingt vertalers ertoe om te besluiten welke verzen
ze zullen opnemen. De meeste vertalers zijn voorzichtig om fouten te
begaan en zullen over elk vers dat niet is ondersteund door de
overgrote meerderheid van de manuscripten een opmerking voor de lezer
toevoegen. Ter illustratie
vergelijken we onderstaand de vertaling van het “Onze Vader” uit
het boek van Mattheus 6:9-13 uit de New International Version (NIV)
met de King James Version (KJV): Het Onze Vader in
de King James: “After this manner therefore pray ye: ‘Our Father which art in heaven, Hallowed be thy name. Thy kingdom come. Thy will be done in earth, as it is in heaven. Give us this day our daily bread. And forgive us our debts, as we forgive our debtors. And lead us not into temptation, but deliver us from evil: For thine is the kingdom, and the power, and the glory, for ever. Amen.’” Lees nu het Onze
Vader in de NIV: “This,
then, is how you should pray: ‘Our Father in heaven, hallowed be
your name, your kingdom come, your will be done on earth as it is in
heaven. Give us today our daily bread. Forgive us our debts, as we
also have forgiven our debtors. And lead us not into temptation, but
deliver us from the evil one.’ Afgezien
van “oud” Engels tegenover een meer moderne Engelse stijl, zien we
twee verschillen in het laatste vers: “The
evil one” tegenover “evil”. De
KJV vraagt voor verlossing van “evil” (kwaad in het algemeen),
terwijl volgens NIV vraagt om ons te verlossen van “the evil one”
(de kwaadaardige ofwel de Duivel). Er is een behoorlijk verschil
tussen de twee. De originele Griekse tekst gebruikt een bijvoeglijk
naamwoord, wat “de boosaardige” de enige juiste vertaling maakt.
We bidden om te worden verlost van de boosaardige, niet van gevaar,
rampen of het algemene kwaad in de wereld. Een
extra zin. In
vergelijking met de NIV heeft de KJV een extra zin aan het einde: “Voor
U is het koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid tot
in alle eeuwigheid, Amen.” Dit is een goede illustratie
van een latere toevoeging aan de oudst bewaard gebleven Griekse
geschriften. Zoals de NIV opmerkt in een voetnoot: “In
sommige latere documenten: voor U is het koninkrijk, de kracht en de
heerlijk tot in alle
eeuwigheid, Amen”. Andere verzen in het Nieuwe Testament hebben
gelijke toevoegingen. Geen van deze toevoegingen hebben enige
ingrijpende theologische gevolgen, maar het is belangrijk om van deze
verschillen op de hoogste te zijn. Dus
de verschillen tussen de beide Engelse vertalingen (en uiteraard
hebben we vele van soortgelijke verschillen tussen de Nederlandse
bijbelvertalingen) zijn dus niet ten gevolge van verschillen tussen de
nog bestaande oud manuscripten van de Bijbel in de brontalen, maar
zijn uitsluitend het resultaat van keuzen (en soms fouten) gemaakt
door de vertalers. Lees meer over de bewijzen dat het 'waar is' |
| Windmill
Ministries - Christelijke Apologetiek - Geloofsverdediging voor het Christendom Home - Sitemap - Over Ons - Steun Ons - Neem Contact Op - Copyright - Boeken - DVDs |